17 Latijns-Amerikaanse presidenten op tien jaar tijd

Latijns-Amerikaanse presidenten vallen als vliegen

© Senaat van Bolivië

De Boliviaanse interim-president Jeanine Añez ontmoet de leger- en politietop.

Zeventien Latijns-Amerikaanse presidenten hebben de voorbije tien jaar het einde van hun termijn niet gehaald. In tegenstelling tot vroeger verdwijnen ze niet door een simpele staatsgreep.

Venezuela heeft twee presidenten, Bolivia eigenlijk geen. In Peru is het parlement ontbonden en zitten of zaten vier oud-presidenten in de gevangenis, in Chili wankelt de regering door aanhoudend straatprotest.

De gebeurtenissen zijn tekenend voor de democratie in Latijns-Amerika van de laatste tien jaar, waarin de zware botsingen elkaar opvolgden.

Twijfelachtige legitimiteit

Bolivia zat eigenlijk twee dagen zonder president en kreeg nadien een zelfbenoemde interim-president met twijfelachtige legitimiteit.

Evo Morales, van de Beweging naar het Socialisme, nam ontslag op 10 november na drie weken van volksopstand tegen zijn poging om zich voor de vierde keer tot president te laten verkiezen; er waren sterke aanwijzingen van fraude bij de verkiezingen van 20 oktober.

Plaatsvervangers waren er niet, want samen met hem namen vicepresident Álvaro García Linera en de voorzitters van de Senaat en de Kamer van Afgevaardigden ontslag. Pas op 12 november werd een nieuwe president aangeduid: senator Jeanine Añez, van rechtse signatuur en extreem religieus.

Ze aanvaardde het presidentschap, omdat ze het als tweede vicepresident van de Senaat, de hoogste nog in rang, als haar missie zag om “het land te pacificeren” en “zo snel mogelijk” nieuwe algemene verkiezingen uit te schrijven.

Het Grondwettelijk Hof onderschreef dat, maar benadrukte dat de verkiezingen binnen maximaal 90 dagen moeten plaatsvinden.

Afgezet

De laatste tijd zijn in Latijns-Amerika wel vaker regeringen afgezet of met afzetting bedreigd.

In augustus 2016 moest de president van Brazilië, Dilma Rousseff (2011-2016), vertrekken na een parlementair proces, op beschuldiging van begrotingsfraude. Volgens haar Arbeiderspartij, en volgens links in het algemeen, ging het om een staatsgreep.

In maart 2018 was de president van Peru, Pedro Pablo Kuczinsky (2016-2018), aan de beurt. Hij moest ontslag nemen op beschuldiging van corruptie en poging tot omkoping van parlementsleden om zijn afzetting door het parlement te voorkomen.

Honduras

De cyclus van afzettingen begon op 28 juni 2009 toen de president van Honduras, Manuel Zelaya, in zijn woning werd ontvoerd door soldaten, die hem in een vliegtuig zetten en hem naar San José in Costa Rica brachten.

Het democratiseringsproces dat Latijns-Amerika vanaf de jaren tachtig kende, heeft blijkbaar geen grote politieke stabiliteit opgeleverd.

Het was geen militaire staatsgreep. Het leger voerde een beslissing van de wetgevende en rechterlijke macht uit. De belangrijkste misdaad van Zelaya was dat hij een assemblee wilde samenroepen om een nieuwe grondwet goed te keuren waardoor hij opnieuw presidentskandidaat zou kunnen worden.

Drie jaar later deed zich een soortgelijke situatie voor in Paraguay. President Fernando Lugo werd bij een parlementair proces al na twee dagen ontslagen. Hem werden gewelddadige conflicten met boeren aangewreven; bij een van de confrontaties waren zeventien mensen omgekomen.

Parlementaire staatsgreep

Zelaya en Lugo zijn voorbeelden van een “parlementaire staatsgreep” (of “institutionele staatsgreep”), zoals linkse bewegingen dat zijn gaan bestempelen.

De slachtoffers waren tot nu toe altijd progressieve verkozenen. Ook Rousseff past in dit rijtje: ze werd afgezet na een controversieel proces.

Bij Evo Morales was geen sprake van een parlementair of gerechtelijk proces.

Bovendien nam Morales ontslag na een “suggestie” in die zin van de toenmalige legercommandant, generaal Williams Kaliman. Zonder steun van leger en politie en militairen was er geen uitweg meer voor Morales.

Het ging om een “tegencoup”, zeggen analisten zoals de Braziliaanse socioloog Demetrio Magnoli. Het was een reactie op de poging van Morales om zich voor de vierde keer tot president te laten verkiezen, ook al was dat verboden door de grondwet die hij in 2009 had laten goedkeuren en door het referendum van 2016.

Democratisering

Alleen al in Zuid-Amerika zijn er zeventien presidenten die het einde van hun termijn niet hebben gehaald.

In elk geval is het aantal Latijns-Amerikaanse presidenten die hun mandaat niet volmaken, de afgelopen jaren toegenomen. Dat is niet langer het gevolg van militaire staatsgrepen zoals dat tot de jaren zeventig het geval was.

Het democratiseringsproces dat Latijns-Amerika vanaf de jaren tachtig kende, heeft blijkbaar geen grote politieke stabiliteit opgeleverd. Vooral in het huidige decennium is dat merkbaar.

Alleen al in Zuid-Amerika zijn er zeventien presidenten die het einde van hun termijn niet hebben gehaald, door ontslag, afzetting of een staatsgreep, merkte Maria Herminia Tavares, een gepensioneerde professor in de politiek aan de Universiteit van São Paulo, op in de Braziliaanse krant Folha de São Paulo.

Het kan wijzen op een verslechtering van de democratie in de regio, maar evengoed op een versterking van het parlementaire systeem.

Chili

Naast een groot aantal opgestapte en afgezette presidenten kent Latijns-Amerika, vooral Zuid-Amerika, momenteel ook veel presidenten die bedreigd zijn in hun positie.

Op veel plaatsen explodeert de ontevredenheid, als gevolg van werkloosheid, ongelijkheid, corruptie, slechte en dure openbare diensten.

De Chileense president Sebastián Piñera slaagde er niet in het straatprotest in te dammen dat op 18 oktober ontstond na de stijging van de prijs van het metrokaartje in Santiago. Bij de gewelddadige repressie vielen meer dan 20 doden en 2500 gewonden, 3000 mensen werd opgesloten. Maar de demonstraties werden groter en de eisen namen toe.

Ecuador

Kort daarvoor moest de regering van Ecuador, in het nauw gedreven door massaal straatprotest, een forse verhoging van de brandstofprijzen schrappen. De prijsverhoging, die brandstof meer dan dubbel zo duur maakte, was een poging om de brandstofsubsidies af te schaffen, een vraag van het Internationaal Monetair Fonds.

De politieke turbulentie komt doordat Latijns-Amerika de meest ongelijke en meest gewelddadige regio ter wereld is.

In Peru kwamen de mensen massaal op straat om de corruptie aan te klagen waarbij alle nog levende oud-presidenten betrokken waren. Smeergeld van het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht heeft de hele Peruaanse politiek aangetast.

De huidige president, Martín Vizcarra, besloot om nieuwe verkiezingen te houden en ontbond daarop het parlement, een maatregel die aan de dictaturen uit het verleden herinnert.

Venezuela als uitzondering

Venezuela is een uitzondering. De zogeheten Bolivariaanse revolutie houdt nu al twee decennia aan, ook al heeft ze de economie kapot gemaakt en de afgelopen zes jaar alleen al bijna vijf miljoen mensen op de vlucht gedreven. Bovendien stierf haar leider, Hugo Chávez, in 2013 aan kanker, en wordt zijn opvolger Nicolás Maduro eveneens van verkiezingsfraude verdacht.

Chávez overleefde ook zelf nog een poging tot militaire staatsgreep, in april 2002. En Maduro zag zich eveneens geconfronteerd met grote demonstraties, met tientallen doden als gevolg. In januari riep parlementsvoorzitter Juan Guaidó zichzelf uit tot de president; meer dan vijftig regeringen die de verkiezingen van 2018 als illegaal bestempelen, hebben hem ondertussen erkend.

Ongelijkheid

Deze politieke turbulentie komt doordat Latijns-Amerika de meest ongelijke en meest gewelddadige regio ter wereld is.

Er is bovendien de enorme concentratie van katholieken en een duizelingwekkende toename van het aantal evangelische kerken. Maar het is moeilijk te zeggen of er een oorzakelijk verband is.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Religieus fundamentalisme

In ieder geval is een verband duidelijk tussen radicaal rechts en religieus fundamentalisme. In Brazilië kwam radicaal rechts aan de macht, in de Boliviaanse opstand speelt ze een hoofdrol.

In Brazilië hanteert president Jair Bolsonaro de slogan “Brazilië boven alles, God boven alles” en heeft hij radicaal conservatieve evangelische gelovigen als belangrijke bondgenoten.

In Bolivia zijn de belangrijkste leider van de volksopstand, Luis Fernando Camacho, en interim-president Jeanine Añez fervente katholieken. Ze zien de Bijbel als wapen en halen hard uit naar de inheemse bevolking en hun voorouderlijke religies.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift