‘Bij de internationale gemeenschap ontbreekt de wil om écht een einde te maken aan de oorlog’

Libië toont welke wereldorde ontstaat als iedereen geweld kan gebruiken

© Reuters

Hoe de wereld vandaag geregeerd wordt, wordt duidelijker wanneer je Libië onder de loep neemt. Nemen nieuwe machten de leiding over van de Verenigde Staten, en zijn vrede en stabiliteit een mogelijkheid? ‘Militair ingrijpen gebeurt vandaag ook door regionale machten’, zegt Ghassan Salamé, tot maart nog VN-gezant voor Libië. ‘En dat is een gevaar voor de democratie.’

‘Het gaat om een regime change!’, zo waarschuwden de tegenstanders van de NAVO-interventie in Libië in 2011. Maar wat na de interventie volgde, was geen verandering van regime, maar het einde van eender welk regime. Een chaotische situatie waarin interne conflicten het land gijzelen, gevoed door buitenlandse inmenging. De regionale machten krijgen een grotere speelruimte en dat verzwakt internationale instellingen zoals de Verenigde Naties (VN).

De VN-gezant gooide de handdoek in de ring nadat zijn inspanningen om alle betrokken partijen rond de tafel te krijgen in het water vielen.

Toen Ghassan Salamé op 2 maart 2020 ontslag nam als speciaal gezant voor Libië, om ‘gezondheidsredenen’, was het duidelijk dat een politieke oplossing niet voor morgen zou zijn. Zijn beslissing kwam er nadat de gesprekken van Genève, die volgden op de internationale vredesconferentie van Berlijn over Libië van 19 januari 2020, niet konden zorgen voor een permanent staakt-het-vuren.

Het conflict in Libië had een nieuw hoogtepunt bereikt nadat generaal Khalifa Haftar, tien dagen voor de Nationale Conferentie die gepland was op 18 en 19 april, een offensief tegen Tripoli lanceerde. De Nationale Conferentie zou de eerste top op Libisch grondgebied zijn en moest uitmonden in aanbevelingen voor het organiseren van parlements- en presidentsverkiezingen. Dat was een paar maanden eerder zo afgesproken op de Abu Dhabi-conferentie in de Verenigde Arabische Emiraten. Door de zet van Haftar zag Ghassan Salamé zijn maandenlange diplomatieke inzet in rook opgaan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Haftar, de sterke man van de regering in het oosten van Libië, had intussen het grootste deel van het land onder controle gekregen en wilde nu dus ook de hoofdstad binnenrijven. De internationale gemeenschap stond erbij en keek ernaar. Hij werd niet teruggefloten. Een duidelijke veroordeling door de VN-Veiligheidsraad kwam er niet. Een Europese veroordeling evenmin, vooral omdat Frankrijk stokken in de wielen stak.

‘De aanval op Tripoli werd door de vingers gezien, ook door de VS. Omdat de strategische partnerschappen met Arabische landen die actief betrokken zijn bij Libië belangrijk waren’, zegt Claudia Gazzini, Libië-experte bij de International Crisis Group, in een gesprek met MO*. ‘Op dat moment waren Iran en Palestina belangrijk. Voor de VS was het prioritair om hun partners aan boord te houden.’ De voorstanders van Khalifa Haftar gingen er bovendien van uit dat de inname van Tripoli binnen handbereik lag.

De generaal mocht zijn militaire actie voortzetten. Maar dat ontnam de VN-gezant zijn geloofwaardigheid. Met welk gezag zou hij dan bij de partners in Libië aankloppen, en wat zou hij hen nog kunnen bieden in ruil voor hun medewerking?

De “tweede Libische burgeroorlog” (2013-…)

Het huidige conflict in Libië wordt intussen al de tweede burgeroorlog genoemd. De verklaring hiervoor gaat terug naar eind 2013 toen de Nationale Algemene Raad (GNC) besliste om hun mandaat met minstens één jaar te verlengen. Die Raad werd één jaar na de val van het regime van Khaddafi verkozen en moest zorgen voor een nieuwe grondwet. De termijn van 18 maanden bleek daarvoor niet voldoende en de eenzijdige beslissing om het eigen mandaat te verlengen, lokte toen protest uit.

Khalifa Haftar, een oud generaal onder Khaddafi en later zijn aartsvijand, verscheen na twintig jaar ballingschap in de VS op dat moment weer op het Libische toneel. Hij eiste het ontslag van de GNC. Toen dat niet gebeurde lanceerde hij op 16 mei 2014 de militaire operatie Waardigheid.

Een week later kondigde de GNC verkiezingen aan. Het Huis van Afgevaardigden werd in juni 2014 verkozen, maar de verliezers — voornamelijk islamisten en leden van de GNC — weigerden om de resultaten te erkennen. Hun argument was de lage opkomst van 18 procent.

Milities die de verliezers steunden, lanceerden op 13 juli 2014 operatie Libië Dageraad en namen daarbij de luchthaven in. De naam Nationale Algemene Raad veranderde naar Nationaal Algemeen Congres ter vervanging van het pas verkozen Huis van Afgevaardigden. In augustus 2014 werd een Regering van Nationale Redding gevormd.

Ondanks een gerechtelijke uitspraak die de verkiezingen van juni 2014 annuleerde, weigerden de meeste leden van het verkozen parlement zich daarbij neer te leggen. Ze vluchtten naar de stad Tobroek in het oosten van Libië. Ze steunden Haftar en duidden hem later als chef van het leger aan. Zo ontstond de regering in het oosten van het land.

VN-bemiddeling in december 2015 in het Marokkaanse stadje Skhirat leidde tot een akkoord tussen de twee partijen en de vorming van een regering van nationaal akkoord (GNA) met aan het hoofd Faez El-Serraj. Toch bleven binnen beide partijen tegenstanders van het akkoord achter.

De GNA is internationaal erkend, net zoals het Huis van Afgevaardigden, dat het legislatieve orgaan van het land is. Een Hoge Staatsraad werd opgericht met leden die aangeduid werden door het voormalige Nationaal Algemeen Congres, dat een adviserende functie heeft. Maar het Huis van Afgevaardigden keurde nooit de eenheidsregering in Tripoli goed.

In april 2019 ging de geplande conferentie van voormalig VN-gezant Gassan Salamé niet door, door de aanval van Haftar op Tripoli.

Op 19 januari 2020 werd in Berlijn een internationale vredesconferentie gehouden. Landen die direct of indirect bij het conflict betrokken zijn, beloofden toen het wapenembargo te respecteren. Dat gebeurde niet. Turkije is sinds begin dit jaar openlijk aanwezig in het conflict en hielp de regering van nationaal akkoord om Khalifa Haftar uit de omgeving van Tripoli te verjagen.

Een oplossing voor Libië is niet in zicht.

Rode lijn ontbreekt

‘In Libië zijn de ingrediënten voor een akkoord aanwezig, en ze zijn bij iedereen gekend’, zei Ghassan Salamé in juni in een gesprek met het Italiaanse Instituut voor Internationale politieke studies (ISPI). ‘Maar je hebt een instantie nodig om een akkoord door te drukken. Dat is de rol van de Verenigde Naties.’

‘De ingrediënten voor een akkoord zijn aanwezig, maar er is een instantie, zols de VN, nodig om dat door te drukken.’

‘Deze rol stopt niet bij het uitvaardigen van een resolutie of het bereiken van een akkoord. Je moet ze ook nog doen respecteren. Dat doe je niet met overtuigingskracht alleen’, liet Salamé optekenen. ‘Als men weet dat zij die de afspraken niet nakomen of rode lijnen overschrijden niet gestraft zullen worden, gebeurt er niets.’

‘De VS spelen de sheriff niet meer’, stelt Salamé vast. ‘Mensen kijken naar jou, naar de VN-bemiddelaar, en weten dat er geen macht achter je staat. De internationale gemeenschap is niet alleen verdeeld, ze bestaat zelfs niet.’

Als het om politieke of militaire geschillen gaat, is er in het Libië van na Khaddafi, die in 2011 gedood werd, inderdaad nooit echt sprake geweest van een rode lijn. Zelfs wanneer men dacht dat er wél één was, zoals na het overleg in Abu Dhabi.

‘Wat van de Abu Dhabi-meeting een potentieel succes maakte, is dat men ervan uitging dat er een Amerikaanse rode lijn was’, zegt Claudia Gazzini. Ze verwijst daarmee naar de afspraken die in Abu Dhabi gemaakt werden op een bijeenkomst op 27 februari 2019 tussen Faez Al-Sarraj, hoofd van de eenheidsregering (GNA) en Khalifa Haftar. ‘Die rode lijn was dat Haftar niet naar het westen van Libië zou trekken, dat hij de voormalige bondgenoten van de VS in de stad Misrata niet zou aanvallen en dat hij niet naar Tripoli zou oprukken. Maar die rode lijn bestond in feite niet, zo bleek achteraf’, zegt Gazzini.

De positie van de VS is cruciaal in het conflict. Al is het land niet uitgesproken aanwezig in Libië sinds de moord op de Amerikaanse ambassadeur in Tripoli, in 2012. De VS hebben zich in hun militaire optreden beperkt tot het inzetten van drones bij de achtervolging van IS, wat de voorbije jaren een aantal keer gebeurde. De standpunten van de VS worden vooral bepaald door de positie van hun partners in de regio.

De twee vechtende partijen, de internationaal erkende regering in Tripoli enerzijds en het leger van Khalifa Haftar (LNA) in het oosten van het land anderzijds, worden gesteund door twee blokken. In het eerste blok zitten Turkije en Qatar, en ook Italië. Zij steunen de regering die door de VN erkend werd. In het andere blok, dat Khalifa Haftar steunt, zitten zowel de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Saoedi-Arabië als Frankrijk en Rusland. Eigenaardig is dat de landen die betrokken zijn bij de oorlog in Libië allemaal bondgenoten zijn van de VS, op Rusland na.

State Department Photo by Ron Przysucha/ Public Domain

Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo tijdens de conferentie in Berlijn. De positie van de VS is cruciaal in het conflict: zij nemen nog altijd de leidende rol op zich in de internationale gemeenschap.

Opvallend is dat landen die betrokken zijn bij de oorlog in Libië allemaal bondgenoten zijn van de VS, op Rusland na dan.

NAVO-bondgenoten Frankrijk en Turkije staan daardoor in Libië recht tegenover elkaar. De spanning tussen die twee landen escaleerde sterk nadat Turkije zich openlijk in de strijd gooide naar aanleiding van een akkoord over maritieme grenzen, dat het met de regering in Tripoli in november 2019 afsloot. Ankara schoot de regering in Tripoli dit voorjaar te hulp en verdreef het leger van Khalifa Haftar uit de omgeving van de hoofdstad.

Olieprijzen

Het zijn niet alleen de strategische partnerschappen die de Amerikaanse houding bepalen, ook olie is van cruciaal belang om te bepalen of en waar er een rode lijn getrokken wordt.

De burgeroorlog in Libië gaat over olie. Wie de controle over de olievelden krijgt, krijgt heel het land onder zijn controle. En dus zitten de olievelden in het centrum van de strijd. De voorbije jaren was het afsluiten van de olievelden het hoogtepunt van elke confrontatie: in 2018, in 2019 én in 2020.

Olie was steeds de factor die de internationale gemeenschap tot actie aanzette. Maar de aard van die actie heeft niets te maken met de belangen van de Libiërs. Of er ingegrepen wordt in Libië of niet heeft alles te maken met de situatie op de internationale oliemarkt. Dat is wat Ghassan Salamé ondervond gedurende zijn mandaat als VN-gezant.

Alleen als er Libische olie nodig is, oefent de internationale gemeenschap druk uit om tot een oplossing te komen. Dat gebeurde in 2018 en 2019. ‘Toen was de druk op Iran heel sterk, had Venezuela grote problemen en waren de olieprijzen heel hoog. Iedereen maakte zich zorgen over het feit dat de Libische olie uit de markt zou gehaald worden.’ In zijn onderhandelingen met de Libische gesprekspartners kon de VN-gezant op dat moment spreken in naam van wereldleiders. ‘En ze luisterden’, zegt hij.

Alleen als er Libische olie nodig is, oefent de internationale gemeenschap druk uit om tot een oplossing te komen.

Maar in 2020, toen Khalifa Haftar de productie van de olie lamlegde, bewoog de internationale gemeenschap niet. De prijzen waren laag, één vat olie kostte dertig euro. Niemand wilde de Libische olie op de markt en wilde de prijzen verder zien dalen. ‘Ik heb hen gesmeekt: “Hé, mensen, dit is dezelfde situatie als vorig jaar!”, zei ik. Maar neen, dit was niet dezelfde situatie. De markt is nu anders’, stelde de voormalige VN-gezant voor Libië vast.

Het tragische is dat de oliecrisissen wel opgelost werden, maar dat dat nooit aanleiding gaf om het conflict in zijn geheel op te lossen.

Ook nu staan de olievelden in het hart van de strijd. De regeringen in Tripoli en Turkije willen de regio van Sirte, waar belangrijke olievelden zijn, heroveren op Khalifa Haftar. En dat is dan weer een rode lijn voor de bondgenoten van Haftar. Egypte heeft verklaard militair te zullen ingrijpen als Sirte zou worden aangevallen.

Maar volgens waarnemers zijn we in dezelfde situatie als in Syrië beland. Frankrijk kan ruziën met Turkije, en Egypte mag zwaaien met een militair optreden, maar de echte machten die nu in Libië van betekenis zijn, zijn Turkije en Rusland. Moskou heeft geen eigen soldaten ingezet maar is militair aanwezig via een achterdeur, de Russische paramilitaire organisatie Wagner Group en steunt op die manier het Haftar-blok.

‘Er zijn eigenlijk twee manieren om vrede en veiligheid te bereiken’, zegt Ghassan Salamé. ‘Je kan ze bereiken door de VN te laten bemiddelen, via landen die niet betrokken zijn bij het conflict. En je kan ze bereiken als de landen die wél betrokken zijn bij het conflict tot een regeling komen. Dat is wat er in Syrië gebeurde en dat is wat in zekere zin in Libië aan het gebeuren is. Deze manier van vrede bereiken gaat meer over het beperken van de schade en biedt geen echte oplossing voor het conflict.’

Salamé noemt dit de deregulering van geweld. Landen die geen verantwoording moeten afleggen, kunnen zich ongestraft mengen in buitenlands conflict.

Het is wat Salamé de deregulering van geweld noemt. Regionale machten grijpen nu ook militair in. Salamé vergelijkt de situatie in Libië met de deregulering van de financiële markten, of ‘wat wij het neoliberalisme noemen’. En dat is slecht voor de democratie, vindt hij. Landen die geen enkele verantwoording moeten afleggen aan hun bevolking kunnen zich ongestraft mengen in conflicten in het buitenland. Dat doen ze omdat niemand van buitenaf hen tegenhoudt, zegt Salamé.

De financiële lijn

Op sociale media krijgt de voormalige VN-gezant bakken kritiek voor zijn aanpak. De aanhangers van de regering in Tripoli verwijten hem niet moedig te zijn, de aanval op Tripoli niet veroordeeld te hebben en de landen die Haftar steunen niet bij naam te noemen – ook niet de Verenigde Arabische Emiraten. Voor hen is er maar één legitieme autoriteit in Libië: de eenheidsregering die erkend is door dezelfde internationale organisatie die Salamé vertegenwoordigde, de VN.

Maar wat vergeten wordt, is dat er een andere instantie bestaat die ook legitiem is: het verkozen Huis van Afgevaardigden dat Khalifa Haftar heeft omarmd, in het oosten van Libië.

‘Het LNA van generaal Haftar werd door het buitenland gesteund om de strijd tegen terrorisme te voeren. Dat heeft natuurlijk de verdeeldheid versterkt, en zo is de LNA een sterke politieke stem geworden’, zegt Claudia Gazzini van de Crisis Group. ‘Een bijkomend probleem is dat de autoriteit in het oosten van Libië het akkoord van Skhirat niet geratificeerd heeft. Dat akkoord werd in december 2015 afgesloten en bracht de eenheidsregering in Tripoli voort. Maar de eenheidsregering (GNA) is dit blijven negeren en doet alsof die autoriteit niet bestaat’, zegt Gazzini.

‘De spanning en het wantrouwen zijn zo groot dat men het idee van een regering die iedereen vertegenwoordigt beter laat varen.’

‘Ik denk dat de spanning en het wantrouwen intussen zo groot zijn dat men het idee van een regering die iedereen vertegenwoordigt beter laat varen’, zegt Gazzini. ‘We moeten iets proberen langs de financiële lijn, denk ik. Een oplossing waarbij Tripoli het deel erkent dat het oosten opeist in ruwe olie, dat het akkoord gaat om de leiding van de centrale bank te veranderen en dat het voor een beter bestuur zorgt.’

‘Men zou een manier moeten vinden om een lokale overheid te hebben in Tripoli én een in Benghazi, wat nu al de situatie is’, vervolgt Gazzini. ‘En men moet een instantie creëren die deze twee overheden overkoepelt, of eventueel verkiezingen inplannen.’ Maar is dit niet een voorbode voor de splitsing van Libië, iets waar de Libiërs meteen na de NAVO-interventie voor gewaarschuwd hebben?

Oneindige chaos

‘De wil om echt een einde te maken aan de oorlog in Libië ontbreekt bij de internationale gemeenschap. En in afwezigheid van een sterk wereldleiderschap is er geen zicht op een langetermijnoplossing’, zegt Hafed Al-Ghwell, expert Midden-Oosten en Noord-Afrika aan de John Hopkins-universiteit.

‘Het spel is nu veel groter geworden. Een compromis tussen Turkije en Rusland is mogelijk. En dan zijn we vertrokken voor jaren van VN-vergaderingen en verklaringen, zoals men al decennialang doet voor Palestina, voor Afghanistan, Irak, Syrië en Somalië. En in geen enkel van deze landen werd vrede en stabiliteit gerealiseerd.’

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2771   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur