Over de ondraaglijke zwaarte van activisme

Ik wil geen activiste zijn, ik wil een normaal leven

© Brecht Goris

Sabrine Ingabire

Ergens in maart heb ik de Facebook-app van mijn gsm verwijderd. Mijn hersenen waren overprikkeld en ik kon niet meer tegen de enorme hoeveelheid aan negatieve nieuws dat binnenkwam. Facebook is namelijk mijn voornaamste bron van nieuws, ik volg een dertigtal Belgische, Britse en Amerikaanse nieuwskanalen. Ik heb dit ongeveer twee maanden volgehouden, waarin ik meer boeken las in het openbaar vervoer en voor het slapengaan, en waarin ik mijn ziel lichter voelde worden. Ik heb dan ook heel weinig non-fictie geschreven, omdat ik niet mee was met de actualiteit, en niet even boos, verontwaardigd of gekwetst was als gewoonlijk. Dat was zo leuk.

Die twee maanden herinneren me aan mijn tienerjaren, toen ik heel bewust koos om weg te blijven van het nieuws. Ik vond het allemaal te negatief en had het – erg naïeve – idee dat ik me wel met het nieuws en politiek zou bezighouden wanneer het niet meer anders kon – na mijn studies, als ik ging werken in de mensenrechten.

Ik mis die tijd.

Ik was me toen niet bewust van wat voor privilege het was om niet constant bezig te moeten zijn met wat er rondom mij gebeurde. Alleen geboeid te zijn door de dingen die ik interessant vond, en niet bewust te moeten zijn van al het onrecht rondom mij. Het racisme en seksisme dat ik meemaakte kon ik toen perfect negeren, omdat die voornamelijk kwam van mensen die van mij hielden of om mij gaven, en ik toen nog niet goed begreep dat het verder ging dan gewone onwetendheid en misplaatste ‘grappen’, maar het ook institutionele gevolgen had.

Ik was zo geprivilegieerd in de zin dat ik geen – al te grote – institutionele discriminatie had meegemaakt – of ten minste had gevoeld – als kind en tiener. Mijn leerkrachten hielpen en ondersteunden mij. Niemand raadde mij aan om beroeps of handel te doen, ik werd zelfs aangemoedigd Grieks te volgen. Als ik niet naar het journaal keek of de krant las, kon ik doen alsof racisme en seksisme niets meer waren dan ongemakkelijke – en soms pijnlijke – opmerkingen van mensen die niet beter wisten.

Ik mis die tijd.

Er is een quote die ik niet meer terugvind, maar die ongeveer zegt: “I didn’t choose to become an angry feminist, I just opened my eyes one day and looked around.” Dit beschrijft heel goed hoe ik begon met activisme.

We spreken over intersectioneel feminisme en institutioneel racisme met moeilijke academische termen, maar het gaat niet om iets academisch of om die abstracte begrippen. Het gaat om mensenlevens. Verwoeste mensenlevens.

Als mensenrechtenactivist is het moeilijk een balans te vinden tussen het aankaarten van onrecht en voor jezelf zorgen. Het wordt vaak vergeten dat wat wij doen over meer gaat dan over abstracte concepten. Het is niet zoals praten over wetenschap of wiskunde. We spreken over intersectioneel feminisme en institutioneel racisme met moeilijke academische termen, maar het gaat niet om iets academisch of om die abstracte begrippen. Het gaat om mensenlevens. Verwoeste mensenlevens. Het gaat om mensen die geen werk vinden, geen woning krijgen, om kinderen die minder kansen krijgen, om vrouwen die aangerand of verkracht worden en niet geloofd worden, om tieners die getraumatiseerd worden op treinperrons en festivals, om landen die bestolen en vernield achtergelaten worden.

Het zijn heel reële dingen met een heel reële impact.

Er is een tweet van supersnippan die zegt:

“I wish men understood that when women are talking about feminism and rape culture and shit, it’s not just a political conversation. It’s not about being a ‘social justice warrior’ or whatever. It’s about our actual lives being shaped by misogyny since childhood, and the daily reality of living in fear of violence. This isn’t a fucking game or philosophical debate. This is our fucking lives.”

Deze gesprekken hebben, ‘een activist’ zijn, is heel zwaar. Je hebt het niet alleen over je leven, je hebt het ook over het leven van je familie, van je neefjes en nichtjes en broertjes en zusjes en je (toekomstige) kindjes. Het is niet alleen arbeid, zoals om het even welke activiteit dat is, het is ook letterlijke zielenarbeid. Ik vind het ontzettend zwaar om activiste te zijn, en de waarheid is dat ik vaak liever iets anders zou doen.

Die verplichting die ik voel om ieder onrecht aan te kaarten, is niet eerlijk. Ik zou mezelf niet moeten bezighouden met het oplossen van racisme en seksisme – die last zou niet op mij moeten vallen. Zoals sociologe Nicki Lisa Cole zegt in een bespreking van het boek Racist America: Roots, Current Realities, & Future Reparations van Joe Feagin: “People of colour are also expected by white people to bear the burden of explaining, proving, and fixing racism, though it is, in fact, white people who are primarily responsible for perpetrating and perpetuating it.”

Soms overvalt het mij hoe vies ik onderdrukking vind. Heel simpel gezegd, zonder moeilijke uiteenzettingen, gewoon dat gevoel diep vanbinnen in mijn buik, dat het gewoon degoutant is. Dat je onderdrukt wordt, moet omgaan met de gevolgen van je institutionele onderdrukking, en dat je daarbovenop je leven tussen haakjes moet zetten om dit op te lossen. Alsof dat überhaupt mogelijk is. Alsof arme mensen diegenen zijn die armoede kunnen oplossen. Alsof het aan de LGBTQI+-gemeenschap is om LGBTQI+-fobie op te lossen. Hoe absurd is dit.

Kan ik even zeggen dat ik helemaal geen journaliste wilde zijn? En dat ik liever schrijf over verloren personages die op zoek zijn naar geluk dan over onderdrukking? Dat ik uitgenodigd wil worden om te spreken over muziek en films en series, waar ik toevallig veel over weet, en niet alleen over zwart-zijn en vrouw-zijn en zwarte vrouw-zijn? En dat ik, zoals zo veel tweeëntwintigjarigen, gewoon even wil kunnen beweren ‘politiek neutraal’ te zijn en ‘geen mening te hebben’?

Ik wil hier helemaal niet mee bezig zijn. Ik doe dit alleen opdat mijn kinderen zouden kunnen opgroeien in een wereld waar zij zich op hun tweeëntwintigste kunnen bezighouden met dezelfde onbenulligheden als de geprivilegieerde groepen.

Ik vind het altijd zo pijnlijk als mensen mij prijzen voor waar ik mee bezig ben ‘op zo’n jonge leeftijd’, alsof het geen gevolg is van de maatschappij waarin we leven. Ik wil hier helemaal niet mee bezig zijn. Ik doe dit alleen opdat mijn kinderen zouden kunnen opgroeien in een wereld waar zij zich op hun tweeëntwintigste kunnen bezighouden met onbenulligheden zoals de geprivilegieerde groepen.

Ik besef nu dat deze column een oproep is. De verkiezingen komen aan, en het nieuws lezen is gewoon écht pijnlijk momenteel. Ik wil mijn Facebook-app weer verwijderen, en ik wil over liefde, en het leven, en de dood, en geluk, en depressie schrijven. En ik wil dit kunnen doen, niet omdat ik weet dat andere mensen zoals Dalilla Hermans of Tracy Tansia of Mohamed Barrie het onrecht zullen aankaarten terwijl ik mijn pauze neem – nee, ik wil dat witte bondgenoten die moeite doen. De moeite om zich degelijk te informeren, om elkaar te informeren, om de onderdrukkingen in de maatschappij te deconstrueren, om die emotionele last te dragen die voor hen minder emotioneel lastig is.

Ik wil dat onderdrukte groepen een welverdiende vakantie nemen. Misschien kunnen we dat allemaal samen doen? Ik wil graag naar de zee.

Sabrine Ingabire is schrijfster, activiste en studente. Je kan haar op Facebook volgen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur