Dossier: 

Te veel nepnieuws? Niet klagen, journalisten. Werken!

© Mashid Mohadjerin

Sovjetdissidenten tikten echt nieuws op schrijfmachines en gaven het zelf uit in ondergrondse publicaties, de samizdat. Vandaag vechten hun erfgenamen opnieuw tegen “fake news”.

Een oude schrijfmachine op het bureau van een directeur van een mensenrechtenorganisatie in Moskou. Als je niet nieuws-gierig bent, kom je het verhaal erachter niet te weten.

Iets met moeite om zich aan te passen aan de moderne technologie? Neen hoor.

Het was de enige pers die Sovjetdissidenten ter beschikking hadden. Qua “beperkte middelen” kan dit tellen. Nepnieuws en propaganda waren het systeem.

Zo erg is het vandaag niet. Tom Naegels schreef onlangs in een column: ‘Hoe vaak hebt u al nepnieuws voorbij zien komen? Ikzelf uiterst zelden. Het moet zijn dat de Russen ons niet de moeite vinden.’

Kom maar eens terecht in een conflictsituatie waarin nieuws een oorlogswapen of een geldmachine wordt.

Naegels woont natuurlijk niet in Oekraïne. Want Oekraïne vinden de Russen wel de moeite.

En voor de Britse tabloid pers was de angst voor immigratie tijdens de Brexit-campagne dan weer een vette kluif. Kom als burger maar eens terecht in een conflictsituatie waarin nieuws een oorlogswapen of een geldmachine wordt.

Toen de golf nepnieuws over Oekraïne ook onze noorderburen overspoelde – denk maar aan MH17 en het Oekraïne-referendum – had die in Oekraïne zelf al een deel van het land en 10.000 mensenlevens weggespoeld.

Evenwichtskunst

Zo’n nepnieuwsgolf heeft ook tot doel om de tegenpartij te verleiden tot dezelfde methodes. In Kiev sprak ik met de voormalige Oekraïense consul in Turkije. Zijn oplossing: ‘Oekraïne moet zelf nepnieuws produceren dat Rusland schaadt.’

Maar dat is wat de tegenstander wil: het niveau van de journalistiek naar beneden halen, waardoor er op het einde geen feiten meer bestaan.

In Kiev kon ik me niet van de indruk ontdoen dat sommige Oekraïners iets te gretig zijn in hun gebruik van het label “fake news”.

Vorige zomer deed ik onderzoek naar de acties van de Oekraïense ultranationalisten in Odessa. Mensen van een pro-Oekraïense ngo vielen me aan op sociale media. Ze vonden dat mijn reportage de Russische propagandaboodschap “alle Oekraïners zijn fascisten” in de hand werkte.

Ik had dit onderwerp maandenlang onderzocht en mensen vanuit verschillende perspectieven geïnterviewd om dit controversiële thema juist in context te kunnen plaatsen.

Ik begrijp hun gevoeligheid wel. ‘Het 9/11 van Oekraïne’, zo beschreef Margo Gontar haar gevoel tijdens de noodlottige maanden van begin 2014.

Gontar is de oprichter van Stop Fake, een journalistencollectief dat Russische desinformatie ontmaskert. Zij was professioneler dan de roepers op sociale media die echte onderzoeksreportages gelijkstellen aan Russische desinformatie, en op die manier zelf bijdragen tot de ondermijning van journalistiek.

Toch moest ik haar op een onzorgvuldigheid wijzen.

Tijd en middelen zijn nodig om evenwicht te realiseren. Tussen de feiten die je zelf zoekt en alle halve waarheden, overdrijvingen en vervalsingen van partijen in een conflict.

Afgelopen zomer bezocht ik de studio van Stop Fake in Kiev. Gontar legde de laatste hand aan de teksten van de uitzending. Ze las de volgende tekst voor: ‘…Christelle Néant van Donipress, het staatspersagentschap van de afgescheiden Volksrepubliek Donetsk…’

Had ik dat goed gehoord? Ik had de Française Christelle Néant een jaar eerder gevolgd in Donetsk. Donipress is geen groot staatspersagentschap van de zelfverklaarde autoriteiten in Donetsk. Het is een klein pro-Russisch propagandakanaaltje opgericht door West-Europese radicaal rechtse activisten.

Stop Fake overschatte hun belang en stelde hen fout voor. Halve waarheden en overdrijvingen raken zelfs verspreid door oprechte journalisten die gepassioneerd zijn door ontmaskering van nepnieuws. Ik reken mezelf daar ook bij.

Gontar had meteen de juiste journalistieke reflex: ze paste haar tekst aan aan de feiten die ik in Donetsk had bovengespit. Oekraïners moeten vertrouwen op internationale journalisten, voor onafhankelijke informatie over de afgescheiden gebieden in het oosten.

Had ik dit tot op het bot kunnen uitspitten als ik daarvoor niet de steun, de tijd en de middelen had gevonden? Dankzij een beurs van het Fonds Pascal Decroos, in dit geval.

Tijd, middelen en steun zijn nodig om evenwicht te realiseren. Niet tussen de pro-Russische propaganda en de Oekraïense tegenreactie, maar tussen de feiten die je zelf zoekt en alle halve waarheden, overdrijvingen en vervalsingen van partijen in een conflict.

Dat is echt een kunst, een evenwichtskunst.

© Brecht Goris

 

Daarom vind ik het waardevoller om met onze beperkte tijd en middelen zelf echt nieuws te maken, dan nepnieuws te debunken. Journalisten berichten te vaak over de ruis, waarbij ze ongewild helpen om die te verspreiden. Maar de ruis is niet het echte verhaal. Het verhaal vind je bij de slachtoffers van de ruis.

Neem nu nationalisme of corruptie in Bosnië. Ik probeer de maatschappelijke impact daarvan niet bloot te leggen door enkel de uitspraken van politici te onderzoeken, maar door met gewone Bosniërs te spreken wiens leven erdoor beïnvloed wordt. Als slachtoffers of als actieve burgers die er zelf iets aan proberen te veranderen.

Het ene kan je doen van achter je bureau, voor het andere moet je veel tijd en middelen investeren om op het terrein te gaan en de juiste mensen te vinden.

En als we schrijven over de informatieoorlog, schrijven we nog te veel over die oorlog zelf en te weinig over de slachtoffers. Echte levens van echte mensen worden erdoor beïnvloed. Dus schreef ik voor het feestnummer voor 15 jaar MO* een reportage over de slachtoffers van de informatieoorlog tussen Rusland en het Westen, over mensenrechtenorganisaties in Rusland.

Naïeve, idealistische westerlingen

Dus. Zelf meer echt nieuws brengen, en nepnieuws laten bestaan als de kost van de vrijheid van meningsuiting? Tot op zekere hoogte: ja.

Tijdens een conferentie over nepnieuws en journalistiek in Kiev verdedigden Oekraïense journalisten de beslissing van de Oekraïense overheid om de Russische sociale media te blokkeren. Russische propaganda wordt via dat kanaal verspreid, klonk het. Gaan we dan ook Facebook blokkeren?

Propaganda bestrijden, dat is het recht van burgers op correcte informatie beschermen. Maar: be careful what you wish for. Wetten die nepnieuws verbieden kunnen vroeg of laat gebruikt worden om ook echte journalistiek te viseren. Kijk maar hoe president Trump de media die hem niet zinnen voortdurend labelt als nepnieuws.

Beter is om zélf met een project in de arena te stappen. De beste verdediging is de aanval: niet altijd ingaan op de provocatie van nepnieuws zelf, maar sterke, onafhankelijke media en een gezond medialandschap uitbouwen.

Tijdens de conferentie waren drie West-Europeanen aanwezig: een Franse journalist en een Belgische journalist (ikzelf), en een vertegenwoordiger van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken. Zij waren het eens: nepnieuws, net zoals terreur, bestrijd je niet door je eigen waarden op te geven, maar door ze uit te dragen (te bekijken in onderstaande video vanaf 4:15).

Nepnieuws, net zoals terreur, bestrijd je niet door je eigen waarden op te geven, maar door ze uit te dragen.

De Oekraïners stonden meewarig te kijken naar die naïeve, idealistische westerlingen. Een Oekraïense journalist zei: ‘Stukken van ons land werden geannexeerd en bezet. Een daad van agressie ging gepaard met nepnieuws als wapen. En de internationale gemeenschap blijft maar preken over persvrijheid. In Oekraïne kost Russische desinformatie mensenlevens. Voor ons is het een kwestie van nationale veiligheid.’

En toch hebben wij sinds 22 maart ook een beetje recht van spreken over journalistiek in tijden van conflict. En ook na 22 maart blijf ik me deze vraag stellen: zijn journalisten die beweren dat de journalistieke deontologie niet meer geldt van zodra de nationale veiligheid bedreigd wordt, nog wel journalisten?

Oekraïense journalisten mogen niet bang zijn om een Russische propagandaboodschap in de hand werken als ze berichten over de ultranationalisten in de eigen samenleving. Ze moeten erover berichten. Punt.

Belgische journalisten mogen niet bang zijn om ervan beschuldigd te worden dat ze meeheulen met de terroristen. Ze moeten gewoon kritisch berichten over antiterreurmaatregelen die de rechtsstaat ondergraven.

Journalisten die correct en onafhankelijk over de tekortkomingen van hun eigen land schrijven, en dat niet overlaten aan desinformatie, vormen het beste bewijs van een volwassen democratie.

Mijn journalistencredo

Dit heb ik nog nooit aan iemand opgebiecht, behalve aan mijn eigen moeder: in de rij aan de Oostenrijkse grens, na een maand lang vernederd te zijn samen met Syrische vluchtelingen onderweg naar Europa, ben ik beginnen huilen. Maar ik wilde de vernedering onder mijn eigen huid voelen.

Eén keer heb ik mezelf betrapt op de gedachte “mij mag je niet schoppen, ik ben geen vluchteling”. Toen keek ik in de donkere kamers van mijn ziel.

Het is zielig om hierover te klagen. Voor de vluchtelingen was vernedering hun hele leven geworden, een gevangenis. Ik kon er op elk moment uitstappen. Wat me tegenhield om dat te doen, waren de woorden van Tom Joad in De Druiven der Gramschap, het meesterwerk van John Steinbeck:

‘Wherever there’s a fight, so hungry people can eat, I’ll be there. Wherever there’s a cop beatin’ up a guy, I’ll be there.’

Wat mij betreft is dit ook een journalistencredo.

© Brecht Goris

 

Je brengt jezelf in dezelfde situatie als je onderwerp, omdat je meer kanten van de ondoordringbare waarheid wil zien. Om die aan de lezer te kunnen uitleggen.

En één nepnieuwsbericht over vluchtelingen ondermijnt alles.

Toen hun vrijheid ingeperkt werd en de leugen waarheid werd, hebben zij zich gewenteld in de luxe van het klagen? Neen, zij zijn aan het werk gegaan. 

Maar dan denk ik aan de schrijfmachine in Moskou. De Sovjetdissidenten riskeerden hun leven of jaren in de gevangenis. Waarom zouden ze dat doen, als het niet voor een passie voor de waarheid zou zijn? Toen hun vrijheid ingeperkt werd en de leugen waarheid werd, hebben zij zich gewenteld in de luxe van het klagen? Neen, zij zijn aan het werk gegaan. Ze hadden alleen nog hun schrijfmachine over, maar werden juist méér actief. Ze werden een ondergrondse gemeenschap en konden de basis leggen voor de eerste vrije media na de val van de Sovjetunie.

Wij kunnen ook een gemeenschap bouwen, samen met u, beste lezer (word proMO*, kijk onderaan of hier). Om met minder meer te doen. We moeten niet klagen als we niet van alle mensen Perfect Geïnformeerde Burgers kunnen maken, zoals Tom Naegels schreef. En daar heeft hij overschot van gelijk.

Alles draait om het evenwicht. Zorgen voor een voldoende grote aanwezigheid van betrouwbare informatie en echt nieuws, zodat nepnieuws geen fundamentele bedreiging kan vormen.

De gevaren van een verstoring van het evenwicht kennen wij sinds Brexit en Trump. En de verstoring van het evenwicht is het opzet van de Orbans, Poetins en Kasczynski’s van deze wereld als zij hun hand leggen op de openbare omroepen van hun land.

Journalistiek als liefde voor de feiten mag nooit té veel terrein prijsgeven aan nieuws als oorlogswapen of geldmachine. Onze opdracht, het evenwicht realiseren, de luis in de pels zijn, wordt zo een vorm van verzet.

Als de lezer die opdracht steunt, draagt hij of zij bij tot het evenwicht dat zo fundamenteel is voor de democratie.

Zo worden we allemaal evenwichtskunstenaars. Ik blijf dat een nobel streven vinden. En ik hoop van u hetzelfde.

Pieter Stockmans las deze column voor tijdens het MO*debat ‘Écht nieuws kost tijd en geld’ op het Festival van de Gelijkheid, met Joris Luyendijk en Francesca Borri in de Vooruit in Gent op 16 december.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Europese Unie en Oost-Europa

    Pieter Stockmans volgt het mondiale optreden van de Europese Unie, het Europese vluchtelingenbeleid, de evoluties in Oost-Europa en de regio ten oosten van de EU.