In gesprek met Pakistans minister van Mensenrechten Shireen Mazari

Als Pakistan de mensenrechten predikt, boer let op uw ganzen?

© Gie Goris

Shireen Mazari, Pakistans Minister voor Mensenrechten

Mensenrechten zijn altijd al een gevoelig thema geweest in Pakistan. Niet dat de overheid zich vaak bezondigd heeft aan een vertoog dat de universele mensenrechten afwees als een westerse samenzwering – met uitzondering van de beruchte dictator Zia-ul-Haq in de jaren 1978-1988 – maar wel omdat de overheid haar eigen discours zo vaak en zo systematisch niet waarmaakte. En dan zijn er ook altijd de islamistische scherpslijpers geweest die mensenrechten wél als een aanval op de islamitische waarden zagen, maar zij hebben nooit veel in de politieke pap te brokken gehad in Islamabad of de provincies.

Het ministerie voor Mensenrechten bestaat in Pakistan sinds eind 2015 in functie en kreeg echt een rol onder de regering van Imran Khan. Want, zegt Shireen Mazari, ‘die wil van mensenrechten een centrale pijler van zijn beleid maken.’ De minister is geen alledaagse verschijning, met zowel haar haar als haar vingernagels in opvallende kleuren. Ze heeft diploma’s van de London School of Economics en van Columbia University, NY. En ze heeft er al enkele stormlachtige jaren op zitten als parlementslid voor de PTI, de partij van huidig premier Imran Khan.

‘We leggen een anti-folteringswet voor, want Pakistan heeft de internationale conventie tegen foltering goedgekeurd.’

‘Het ministerie voor Mensenrechten kijkt waar er tekorten zijn in de wetgeving en we nemen dan ook wetgevende initiatieven om die gaten te dichten. Daarvoor kijken we ook naar alle internationale verdragen die Pakistan ondertekend heeft, maar waarbij er vaak nog tekorten zijn in de vertaling daarvan in het binnenlandse beleid. Er bestond bijvoorbeeld geen wet voor mensen met beperkingen. Daar wordt aan gewerkt en momenteel ligt er een wetsontwerp bij de parlementaire commissie. We bereidden ook een wet voor tegen lijfstraffen in scholen, madrassa’s of waar dan ook. We zijn bezig met een wet tegen kindermisbruik en -pornografie. En we leggen een anti-folteringswet voor, want Pakistan heeft de internationale conventie tegen foltering goedgekeurd.’

‘Belangrijker nog’, zegt Mazari, ‘is dat we de opdracht hebben om de bestaande wetten te laten naleven. We voorzien daarom gratis rechtshulp voor mensen wanneer dat nodig is, we verspreiden videoboodschappen en publiceren contactnummers voor wie zich slachtoffer voelt van misbruik of schendingen van mensenrechten. De premier heeft trouwens een klachtencentrale geopend, die door de relevante ministeries verplicht opgevolgd wordt.’

‘De derde opdracht voor het ministerie is de bevolking te sensibiliseren voor de mensenrechten die burgers al hebben, en dat zijn er niet weinig. We voeren op dit moment bijvoorbeeld een brede campagne om vrouwen te informeren over de erfenisrechten die ze hebben, maar die ze vaak niet kennen.’

‘Er zijn nogal wat terreinen waarop de provincies wetgevende bevoegdheid hebben,’ zegt Mazari, ‘en dus is de verantwoordelijkheid om de naleving van wetten en bescherming van rechten te verzekeren voor een stuk gedecentraliseerd naar de provincies. Het ministerie heeft dan ook provinciale kantoren in Punjab, Sindh, Baloetjistan en Khyber Pakhtunkwa.’

Pakistaanse wetten moeten in overeenstemming zijn met islamitisch recht, maar dat beschouwt vrouwen niet als gelijk aan mannen in erfenisrecht. Wat zegt de wet daarover?

Shireen Mazari: De wet laat om te beginnen toe dat een vader bij leven het bezit gelijk verdeelt onder hun kinderen, zonen én dochters. De echte erfenis gebeurt volgens de voorschriften van de sharia. Die zijn verschillend tussen sjiieten en soennieten en daarbij zijn mannen en vrouwen inderdaad niet gelijk. Maar het grootste probleem is niet eens die ongelijkheid, wel de druk waaronder heel veel vrouwen komen te staan. Dan gaat het niet over wetten, maar over gebruiken. Vooral wanneer vrouwen grond of eigendom erven, worden ze onder druk gezet om een verklaring te ondertekenen waardoor ze hun eigen erfenis weggeven aan de mannelijke erfgenamen. Dat willen we tegengaan door betere wetgeving, maar ook door bewustmakingscampagnes.

De regering doet een beroep op religieuze autoriteiten om die boodschap mee te verspreiden. De voorzitter van de Council on Islamic Ideology (CII), een overheidsinstelling, heeft zich reeds uitgesproken over het belang van wetten en rechten voor vrouwen, ook in verband met erfenissen. Dat is belangrijk om onterecht beroep op religieuze argumenten te ondermijnen.

De CII werd opgericht om alle wetgeving in Pakistan te toetsen aan de islamitische voorschriften…

Shireen Mazari: Dat klopt niet. Het parlement, als de uitdrukking van de soevereine volkswil, is autonoom in het maken en goedkeuren van wetten. De grondwet verbiedt wetgeving die ingaat tegen de islam, dus is het niet nodig om de CII nog een rol te geven in het wetgevende werk, hoezeer de raad zelf of sommige islamistische parlementsleden dat ook zouden willen. [nvdr: Op de website van de CII staat dit als omschrijving van zijn opdracht: The Council of Islamic Ideology is a constitutional body that advises the legislature whether or not a certain law is repugnant to Islam, namely to the Qur’an and Sunna.]

Als de grondwet voorziet dat Pakistan geen wetten kan hebben die ingaan tegen de islam en dus tegen de islamitische rechtstradities, heeft Pakistan dan voorbehoud aangetekend bij de ondertekening van bijvoorbeeld de Universele Verklaring van de Mensenrechten?

‘Minderheden zoals christenen en sikhs hebben ook de mogelijkheid om die zaken volgens hun eigen voorschriften te regelen. Alleen moet daar ook een wettelijk kader voor zijn.’

Shireen Mazari: ‘Of er voorbehoud aangetekend is bij de UVRM weet ik niet zeker, maar we doen dat inderdaad op momenten dat dat nodig is, en dat hoeft niet altijd om religieuze redenen te zijn.’

Mazari voegt nog even toe dat niet de islamitische voorschriften richtinggevend zijn voor alles wat familiale wetten aangaat – voor de grote meerderheid van de Pakistanen die moslim zijn. Maar, zegt ze, ‘minderheden zoals christenen en sikhs hebben ook de mogelijkheid om die zaken volgens hun eigen voorschriften te regelen. Alleen moet daar ook een wettelijk kader voor zijn. De christenen hebben nu bijvoorbeeld hun huwelijks- en scheidingswetsvoorstel klaar. Dat heeft dat lang geduurd, als gevolg van wat onenigheid tussen katholieken en de vele protestantse kerken, maar de tekst is ons nu bezorgd.’

***

Shireen Mazari was in Genève om bij de VN-Mensenrechtencommissie het gebrek aan opvolging voor het VN-rapport over de mensenrechtenschendingen in het door India gecontroleerde stuk van Kasjmir aan te klagen. En ze is in Brussel om ook bij de EU aandacht te vragen voor datzelfde probleem in Indiaas Kasjmir, maar ook ‘voor de toenemende islamofobie in landen als Oostenrijk, waar moskeeën gesloten worden, of in andere landen waar hoofddoeken verboden worden. En zeker de financiering van extreemrechtse, blank-nationalistische bewegingen of individuen, zoals de aanslagpleger in Christchurch, verontrust ons bijzonder. Het wordt tijd dat Europa dat soort identitaire bewegingen verbiedt, net zoals Pakistan extremistische organisaties verbiedt.’

Pakistan krijgt zelf heel vaak het verwijt dat het extremistische en terroristische organisaties helpt of minstens oogluikend toestaat, zeker als ze actief zijn in Indiaas Kasjmir, zoals de Jaish-e-Mohammad die onlangs de aanslag op het Indiase leger in Pulwama opeiste.

Shireen Mazari: ‘Maar India heeft geen overtuigend bewijs voorgelegd van de betrokkenheid van Pakistan bij die aanslag.’

Volstaat het niet dat de Jaish zélf een opeising deed?

Shireen Mazari: ‘Blijkbaar was er een opeising, maar met alle repressie en de bezetting van India in Kasjmir is het helemaal niet nodig dat buitenlandse krachten steun geven of tussenkomen om de Kasjmiri’s tot opstand aan te zetten. Ondanks het feit dat India geen bewijs levert, hebben wij wel een serie organisaties verboden, de leiders gearresteerd, hun bankrekeningen geblokkeerd.’

Pakistan is jarenlang uiterst traag en terughoudend geweest om die leiders te vervolgen of de extremistische groepen buiten de wet te stellen en hun activiteiten te voorkomen.

Shireen Mazari: ‘Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Dat was vroeger misschien het geval maar de voorbije jaren, en zeker onder de huidige regering, zijn we heel strikt op dat vlak.’

***

Pasjtoense jongeren, vooral maar niet alleen in de tribale gebieden die aan Afghanistan grenzen, klagen regelmatig de schendingen van hun mensenrechten aan. Doet de regering daar wat aan?

Shireen Mazari: ‘Je kan dat zeker niet veralgemenen, want Pasjtoenen bezetten traditioneel belangrijke posities in leger en overheid. Maar er is inderdaad de Pashtu Tahafuz Movement (PTM), die in het begin eerder repressief benaderd werd. Imran Khan heeft beslist dat het probleem dat zij aankaarten of belichamen op een politieke manier aangepakt moet worden. Er is dus een dialoog met de PTM-leiders opgestart. Ze nemen trouwens deel aan de provinciale verkiezingen deze zomer, die nodig zijn omdat de tribale gebieden vorig jaar opgenomen werden in de Khyber Pakhtunkwa provincie. Daardoor vallen de tribale gebieden nu ook onder de Pakistaanse rechtspraak, de Brits-koloniale wetten zijn eindelijk afgeschaft.’

Mijn informatie over de Pasjtoense beweging en grieven is verouderd, werpt Shireen Mazari me toe. Vijf maanden geleden was er misschien nog een probleem, vandaag niet meer. Toch las ik op 15 maart, enkele weken voor het interview, een tweet van de leider van de PTM, Manzoor Pashteen, waarin hij zegt: ‘Alamzaib Mahsud, a PTM activist who was collecting data on the Pashtun missing persons and exposing the real face of Ghayabistan has been kept behind the bars under terrorism charges by the security agencies of Pakistan. The state treats us as subjects.’

Het ministerie wil zijn gegevens over mensenrechten in Pakistan liever zelf verzamelen, dat bevestigt Shireen Mazari ook tijdens het interview. ‘Er zijn op dit moment nauwelijks gegevens over de situatie van mensenrechten in Pakistan. Daarom zijn we met de hulp van de VN-Ontwikkelingsorganisatie UNDP gestart met een data-verzamelingsproject. We doen dat onafhankelijk van de Human Rights Commission of Pakistan, een middenveldorganisatie die uiteraard helemaal onafhankelijk is, en van de National Commission for Human Rights, die door de overheid opgericht werd maar autonoom functioneert. Daarnaast werken we samen met Unicef aan het verzamelen van betrouwbare gegevens over kinderarbeid.’

***

Wat wilt u zeker realiseren als minister van Mensenrechten?

Shireen Mazari: ‘Ik wil er op toezien dat de omstandigheden in de gevangenissen verbeteren, zeker voor vrouwen. Ik wil de volledige uitvoering zien van het jeugdrecht, mét jeugdrechtbanken in alle provincies. Ik wil effectieve wetgeving tegen gedwongen verdwijningen, want dat is ontoelaatbaar in een democratie. Het allerbelangrijkste is dat de staat er in slaagt om ernstig én snel recht te spreken, vooral op het lokale niveau. Armen moeten het gevoel hebben dat ze echt beroep kunnen doen op het gerechtelijke apparaat om hun rechten af te dwinge en te beschermen.’

U zegt niet: ik wil de wetten op godslastering aanpassen. Kunnen die blijven zoals ze zijn?

Shireen Mazari: ‘Die kunnen blijven, maar we willen echt iets doen tegen het misbruik van die wetten. Het Opperste Gerechtshof heeft een uitspraak gedaan over valse getuigenissen en valse beschuldigingen. Tot nu kon je eender wat zeggen, maar vanaf nu riskeer je zware straffen als je iemand valselijk beschuldigt. Dat gaat een wereld van verschil maken.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur