De spreidstand van de voorzitter van de Nationale Raad voor de Mensenrechten

Driss El-Yazami: ‘Langzaam klimmen we uit een duister dal in Marokko’

© Nadia Dala

Driss El-Yazami, voorzitter van de Marokkaanse Nationale Raad voor de Mensenrechten - Conseil National des Droits de l’Homme (CNDH)

Als voorzitter van de Marokkaanse Nationale Raad voor de Mensenrechten - Conseil National des Droits de l’Homme (CNDH) is Driss El-Yazami (66) een gerespecteerd maar ook moeilijk te vatten figuur. Want hoewel nieuwe Marokkaanse wetten dankzij het werk van de CNDH stilaan meer rekening houden met de internationale mensenrechten, blijft het een op zijn minst hobbelige weg naar de democratie. El-Yazami: ‘Ik moet samenwerken met de instellingen in Marokko. Van binnenuit dingen doen veranderen kost tijd.’

Driss El-Yazami bekleedde tal van leidinggevende functies bij, onder meer, de Franse Liga voor de Mensenrechten, de Internationale Federatie voor Mensenrechtenliga’s en bij het Euro-Mediterraans Netwerk voor Mensenrechten. Hij was ook voorzitter van de the Euro-Mediterranean Foundation of Support to Human Rights Defenders.

Zijn gewicht en naambekendheid namen toe sinds hij door de huidige Marokkaanse koning Mohamed VI werd aangesteld als voorzitter van de zogenaamde Conseil National des Droits de l’Homme (CNDH) – de Nationale Raad voor de Mensenrechten in Marokko. Dat gebeurde op 3 maart 2011, in vol Arabische Lente-tijdperk.

In datzelfde jaar van politieke omwentelingen werd El-Yazami ook lid van de zogenaamde “consultatieve commissie voor de herziening van de Marokkaanse grondwet”. Staatsfuncties wekken makkelijk argwaan op bij Marokkanen die door de band weinig verwachtingen koesteren over de efficiënte werking van tal van instellingen in hun land.

‘Er zijn problemen in Marokko, maar we maken vooruitgang. Langzaam klimmen we uit een duister dal.’

Enkele dagen voor het interview met El-Yazami kondigde ik op facebook onze nakende ontmoeting aan. In reactie op die post verschenen terughoudende overpeinzingen. Want ook Vlaamse Marokkanen vragen zich af of een open gesprek over de mensenrechten in hun vaderland wel mogelijk is. Offline maakten sommigen gewag van hun bezorgdheid over het onduidelijke lot van familieleden en vrienden die betrokken waren bij de Rif-Revolte in oktober 2016 in de stad el-Hoceima. Die opstand brak los nadat een lokale visser Mohcine Fikri op gruwelijke wijze om het leven was gekomen. Betogers werden opgepakt en gearresteerd.

Recente rapporten van mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch en Amnesty International maken nog steeds melding van schendingen van de mensenrechten in de regio. Driss El-Yazami : ‘Er zijn problemen in Marokko, maar we maken vooruitgang. Langzaam klimmen we uit een duister dal.’

“Le complexe”

In de jaren zeventig was u een extreemlinkse, Maoïstische activist die het regime in Marokko omver wilde gooien. U belandde drie maanden in “le complexe”, een vergeetput in Rabat. U ondervond aan den lijve wat het betekent om geen stem te hebben.

‘24 uur op 24 lag ik vastgebonden, geblinddoekt en gehandboeid languit in een cel. Ik wist niet of ik ooit zou vrijkomen.’

Driss El-Yazami: In Europa ontdekte ik de penibele levensomstandigheden van de eerste generatie migranten en sans-papiers. Samen met mede-militanten organiseerde ik manifestaties en hongerstakingen in Frankrijk, waar ik toen studeerde. Dat werd niet geapprecieerd. Opnieuw uitgewezen naar Marokko werd ik opgepakt, niet officieel aangehouden, want er zou geen proces volgen. Ik belandde in een gebouw in Rabat voor lastige Marokkanen uit het buitenland. 24 uur op 24 lag ik vastgebonden, geblinddoekt en gehandboeid languit in een cel. Ik wist niet of ik ooit zou vrijkomen. Men noemde ons de doden onder de levenden.

Ik hoorde hoe mannen werden gemarteld, en om hun moeder riepen telkens als ze stroomstoten kregen. Daar, in le complexe, ben ik gaan beseffen wat mensenrechten zijn. Om mijn geest bezig te houden, dacht ik aan de liedjes van de Franse zanger Léo Ferré.

Na drie maanden werd ik plots, zonder waarschuwing, in een wagen geduwd. Met een deken over mijn hoofd. De deuren gingen open en men zei: ”je bent vrij” – Een jaartje later werd ik bijna opnieuw opgepakt. Want ik militeerde verder. Als aanhanger van de Maoïstische partij wilde ik het toenmalige regime weg. Er stond geen limiet op onze ambities en illusies toen. Gelukkig wist ik te ontsnappen aan die tweede arrestatie. Na een moeilijke periode in de clandestiniteit in Casablanca ben ik in 1977 naar Europa gevlucht. In Frankrijk kreeg ik het statuut van politiek vluchteling. Daar ben ik me verder gaan inzetten voor de mensenrechten.

De spreidstand

Sommige van uw mede-militanten van het eerste uur verzuchten dat u door de jaren heen deel bent gaan uitmaken van “het systeem” in Marokko. Het is toch een moeilijke spreidstand: rapporteren over de mensenrechten terwijl u door de hoogste macht bent aangesteld. Hoe onafhankelijk bent u in uw huidige functie?

Driss El Yazami: Er bestaan een pak misverstanden over mijn werk. Als erkende Conseil National des Droits de l’Homme (CNDH) - Nationale Raad voor de Mensenrechten werken we samen met de staat. Dat is eigen aan onze job en aan dit soort instellingen. Het is in overleg met de bestaande officiële instanties dat we vooruitgang proberen te boeken op het gebied van de mensenrechten. Wij doen niet aan politiek: politici willen breken met de leidinggevenden en hen vervangen. Maar dat is niet zo voor ons. Wij rapporteren over de schendingen die we vaststellen en we doen aanbevelingen aan de instellingen.

In 2012 hebben we bijvoorbeeld nog een heel precies rapport over de situatie in onze gevangenissen gepubliceerd, we klagen er de bestaande wantoestanden aan en doen honderd aanbevelingen voor de bescherming van de rechten van de gevangenen. We bereiken kleine overwinningen, en gaan dan weer een stapje verder.

Wereldwijd bestaan er 117 van dit type nationale instituten voor de mensenrechten. Dit soort instellingen beantwoordt aan criteria die door de Verenigde Naties zijn vastgelegd. Een organisme in Genève oordeelt of we al dan niet onafhankelijk handelen. Om de vier jaar krijgen we een statuut A, B of C toebedeeld. Wij opereren in een breed erkend veld, niet op ons eentje. Onze CNDH in Marokko kreeg al tien jaar aan een stuk het statuut A, wat wil zeggen dat we internationaal erkend worden als een pluralistische en onafhankelijke instelling.

Lees onze rapporten. Wat zeggen wij over de regering in Marokko? Hoe productief zijn we? Sinds maart 2011 hebben we al meer dan veertig rapporten met gedetailleerde bevindingen over schendingen van de mensenrechten en aanbevelingen neergepend. We gaan echt heel rigoureus te werk.

Toch hebben jullie rapporten minder impact bij de publieke opinie dan die van bijvoorbeeld Human Rights Watch of Amnesty International.

Driss El-Yazami: Maar wij werken niet voor de publieke opinie. We willen vooruitgang boeken in samenwerking met onze instellingen. En dat is technisch, erg gedetailleerd en langzaam werk. Jaarlijks lees ik een heel uitgebreid rapport met onze bevindingen en onze aanbevelingen voor aan het Marokkaans parlement. Dat is een publiek moment.

Zodra we onaangekondigd kunnen monitoren en vaststellingen maken, zullen de wantoestanden sneller dalen.

Onze verkozenen kunnen ons om advies vragen voor wetsvoorstellen die ze maken met betrekking tot mensenrechten. Onze CNDH is al zestien keer geconsulteerd geweest sinds 2014, en onze aanbevelingen worden in een derde van de gevallen mee in de wetten geïntegreerd. Zo beïnvloeden we het wetgevend proces.

Op dit moment discuteert het parlement over een nieuwe wet waardoor onze Nationale Raad voor de Mensenrechten een zogenaamde MNP kan worden, een Méchanisme National de Prévention de la Torture et des Mauvais Traitements. Dat klinkt weer technisch. Maar concreet betekent het dat we, zodra die wet erdoor is, onaangekondigde bezoeken kunnen afleggen in politiecommissariaten, in gevangenissen, in weeshuizen en op alle plekken waar mensen van hun vrijheid beroofd zijn. Zo’n MNP is heel efficiënt. Zodra we onaangekondigd kunnen monitoren en vaststellingen maken, zullen de wantoestanden sneller dalen.

Hirak

In een rapport van 11 augustus 2017 meldt Amnesty International dat minstens een zestigtal opgepakte betogers tijdens de Rif-revolte (in El-Hoceima nvdr) werd geslagen, verstikt en met verkrachting werd bedreigd.

Driss El-Yazami: Maandenlang waren er vreedzame manifestaties in El-Hoceima. De autoriteiten hadden er geen problemen mee dat mensen hun ongenoegen uitten over de wantoestanden ter plaatse. Er zijn ook pogingen geweest om te onderhandelen, maar dat werd afgewimpeld door een van de leiders van die protestbeweging. De beweging van hun leider (Nasser Zafzafi, nvdr) wilde naar het schijnt niet echt onderhandelen met de verkozenen, noch met de ministers noch met het verenigingsleven. En dan is het beginnen escaleren. Een aantal betogers begon geweld te gebruiken, ze hadden naar verluidt ook een islamitische eredienst verstoord… Maar daar kan ik mij niet over uitspreken.

Op een gegeven moment vroeg Zafzafi om een live ontmoeting met de delegatie van onze regionale commissie via facebook. Dat hebben wij geweigerd.

Kijk, de CNDH heeft een regionale commissie voor de mensenrechten in El-Hoceima. Via die commissie volgen we de situatie op de voet, sinds kort na de tragische dood van Mohcine Fikri. Op een gegeven moment vroeg Zafzafi om een live ontmoeting met de delegatie van onze regionale commissie via facebook. Dat hebben wij geweigerd. Als Human Rights Watch enquêteert op het terrein, dan gaan ze hun gesprekken toch ook niet uitzenden via facebook live.

Dagelijks hebben we ter plaatse aan een gedegen monitoring gedaan, en hebben we de arrestaties gevolgd. De CNDH stuurde twee wetsdokters naar de gearresteerden in El-Hoceima en in Casablanca om rapporten met hun bevindingen op te stellen voor het Ministerie van Justitie. Werden de mensen mishandeld? Was er marteling?

Wij hebben ervoor gezorgd dat de betogers die in Casablanca vastgehouden werden twee uur lang bezoek konden ontvangen. Want voor hun familie in El-Hoceima is de afstand naar Casablanca erg ver. We hebben een bus ingelegd op onze kosten. Om de twee weken kunnen ze op bezoek dankzij ons. Volgens de wetsdokters werden de mensen slecht behandeld tijdens hun arrestatie, en voor één geval is verder onderzoek aangevraagd omdat er sprake van marteling zou kunnen zijn. Die bevindingen werden al zwaar aangevallen door de politieautoriteiten. En er is intussen ook al een tegen-expertise aangevraagd.

Schuchtere lente

Heba Morayaf, researchdirecteur van Amnesty International in Noord-Afrika klaagt aan dat wie nog maar getuigde over het politiegeweld in de gevangenis dreigde te belanden. 

Driss El-Yazami: Waarom is er een Nationale Raad voor de Mensenrechten, denk je? Omdat er nog veel werk aan de winkel is. Mensenrechtenorganisaties en ngo’s hebben altijd werk, er bestaat geen paradijs voor de mensenrechten. En wanneer je denkt dat je iets hebt bereikt, dan stelt de volgende uitdaging zich. Er zijn dus problemen: dat weet ik. Stukje bij beetje maken we vooruitgang. Dat is vermoeiend, maar in het domein van de mensenrechten verplaatst de horizon zich steeds weer verder.

Mensenrechtenorganisaties en ngo’s hebben altijd werk, er bestaat geen paradijs voor de mensenrechten.

In Marokko zien we al een toename van het aantal manifestaties en protestacties. Marokkanen weten dat ze die rechten hebben. Ze kunnen vrij manifesteren zonder dat er op hen wordt geschoten. Elke dag is er ergens wel een betoging. Zo’n 13.000 per jaar naar het schijnt. Lang voor de Arabische Lente van 2011 was Marokko al schuchter aan het hervormen.

Begin jaren 2000 brak er een nationaal debat los over de mudawana of de famieliecode en over de positie van de vrouw. Hervormingsvoorstellen lokten massale manifestaties uit, pro en contra. Ik was er niet bij, want ik zat toen nog in Frankrijk. Maar toen ik zag hoeveel vrouwen er vreedzaam de straat optrokken om hun mening te uiten, besliste ik om terug te keren naar Marokko. Mijn land was duidelijk klaar voor de democratie.

Wanneer we het vreedzaam oneens kunnen zijn over kwesties zoals gendergelijkheid, dan zijn we op weg naar een democratisch bestel.

Gelijkheid en geloof

Over vrouwenrechten gesproken. Marokkaanse vrouwen erven steeds nog maar de helft van wat de mannen toebedeeld krijgen.

Vrouwen moeten dezelfde erfenisrechten krijgen als mannen, maar het patriarchaat biedt weerstand

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Driss El-Yazami: Ik ben een groot pleitbezorger voor gelijke erfenisrechten tussen mannen en vrouwen in mijn land. De CNDH was de eerste publieke instelling in de hele islamitische wereld voor de gelijkheid inzake erfenisrechten.

De eerste minister heeft me hiervoor destijds aangevallen. Hij verweet me dat ik mijn boekje te buiten ging. Ik zou een stelling innemen die tegen het islamitische geloof is. Volgens de tegenstanders is de koran heel duidelijk over de erfenisrechten en mag daar niet aan getornd worden.

Door mijn publieke oproep voor gelijke erfenisrechten werden er op YouTube fatwa’s tegen mij uitgesproken wegens het zogenaamd afvallen van de islam. Het patriarchaat biedt weerstand tegen de opheffing van de discriminaties tegen de vrouwen. Maar ik blijf bij mijn standpunt.

Net zoals ik blijf pleiten voor de bouw van meer kerken voor christenen in Marokko. Ik meen dat we de komende jaren verplicht zijn om bidplaatsen te bouwen voor de groeiende christelijke gemeenschap in ons land. Ik denk daarbij niet alleen aan de christenen uit sub-Sahara Afrika, maar ook aan de bekeerlingen tot het christendom.

Ik vind dat er méér kerken moeten zijn voor de christenen in ons land, ook voor bekeerlingen naar het christendom

U zegt dat Marokko zich langzaam maar zeker consolideert als een democratie via haar instellingen. Maar heeft men de bladzijde werkelijk helemaal kunnen omslaan? Werden de beulen van het oude regime allemaal benoemd en gestraft?

Driss El Yazami: U heeft het over de werking van de Instance d’Equite et Réconciliation (IER), een soort waarheidscommissie die in 2004 werd opgericht door de huidige koning. Ik was lid van deze commissie. Via haar werking hoopten we dat het Marokkaanse volk zich zou kunnen verzoenen met het verleden onder de loodzware jaren van Hassan II.

Tijdens publieke zittingen konden slachtoffers van zware mensenrechtenschendingen getuigen over wat ze hadden meegemaakt. Tuurlijk konden de daders niet openlijk genoemd worden. Want we houden ons aan het principe van het vermoeden van onschuld. En als een slachtoffer een vermoedelijke dader openlijk noemt en benoemt, dan moet die beschuldigde ook het recht krijgen om zich publiekelijk te verweren.

Met die commissie wilden we vooral het einde markeren van een tijdperk. Maar vergis u niet: tot op de dag van vandaag kunnen oud-slachtoffers une réparation, een soort herstelmaatregel, aanvragen via het strafrecht wegens de schendingen van hun mensenrechten in het verleden. Er is geen sprake van amnestie. Anno 2018 kan men dus nog steeds een klacht indienen.

Was deze waarheidscommissie perfect? Natuurlijk niet. Hadden we de zittingen met de slachtoffers anders kunnen organiseren? Dat zou kunnen. Maar Marokko heeft de IER wel opgestart. Wereldwijd zijn er amper een veertigtal gelijkaardige waarheidscommissies, met Zuid-Afrika als de meest gekende na het Apartheidsregime.

En we willen lessen trekken uit onze waarheidscommissie: daarom worden er nu doctoraatsthesissen over geschreven. Alle getuigenissen werden opgeslagen in de archieven. Die archieven worden nu geleidelijk aan ter beschikking gesteld voor wetenschappelijk onderzoek.

Westelijke Sahara

Tot slot: de Westelijke Sahara. Internationale mensenrechtenorganisaties klagen de beperking van de vrijheid van meningsuiting en de vervolging van journalisten aan. Voormalige VN-secretaris generaal Ban Ki-moon sprak tijdens een bezoek in 2016 aan de vluchtelingenkampen voor de Saharawi’s in Algerije van een “bezetting” in verband met de Marokkaanse controle over de Westelijke Sahara.

Driss El-Yazami: Het is duidelijk dat Human Rights Watch en Amnesty International een bepaald politiek idee hebben over dit stuk grondgebied. Maar de Marokkanen hebben hun eigen standpunt: de Westelijke Sahara is en blijft Marokkaans grondgebied. Uiteraard blijven we verder werken met de Verenigde Naties, en moeten de rechten van de mensen er gegarandeerd zijn en blijven.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift