Christopher de Bellaigue over de islamitische Verlichting van de 19de eeuw

‘Het Westen pleit voor hervormingen in islamitische landen, maar kiest uiteindelijk voor macht, controle en eigenbelang’

In een tijdperk waarin in naam van de islam heel veel gruweldaden zijn begaan, is ons vermogen om de moslimbeschaving naar waarde te schatten ondergraven door een historisch foute voorstelling van zaken’, schrijft Midden-Oostenkenner Christopher de Bellaigue in de inleiding op zijn boek De islamitische Verlichting. De ontmoeting tussen de Oriënt en het Westen in de Moderne Tijd.

‘Die wordt niet alleen door triomfalistische westerse historici, politici en commentatoren verspreid maar ook door afvallige moslims die zich tegen hun oorspronkelijke religie gekeerd hebben. Volgens hen moet de islam net zo’n intellectuele en sociale transformatie ondergaan als het Westen van de vijftiende tot de negentiende eeuw heeft doorgemaakt, een transformatie die de basis legde voor de hedendaagse samenleving. De islam heeft zijn Verlichting nodig. De islam heeft een reformatie, een renaissance en gevoel voor humor nodig.’

Christopher de Bellaigue behoort tot de weinige journalisten die lang genoeg in de islamitische wereld verbleven hebben, gedreven door echte leer- en nieuwsgierigheid, om er niet alleen de verontrustende nieuwsfeiten op te rapen, maar om er ook de verrassende geschiedenis van te kennen. In De islamitische Verlichting keert hij terug naar de moderne geschiedenis van Iran, Turkije en Egypte om aan te tonen dat de islamitische wereld wel degelijk een periode van Verlichting gekend heeft, tussen de komst van Napoleon in Egypte en de Eerste Wereldoorlog.

Masrur Ashraf (CC BY-NA 2.0)

 

U stelt dat de roep om een islamitische Verlichting uitgaat van een gebrek aan kennis van de islamitische wereld en zijn geschiedenis.

Christopher de Bellaigue: Die vraag is niet nieuw, maar heeft aan volume en intensiteit gewonnen sinds de jihadistische aanslagen op Europese bodem plaatsvonden. Maar de Europese angsten voor de conservatieve en politieke islam ontstonden al tijdens de Afghaanse jihad tegen de Sovjetunie in de jaren tachtig, werden versterkt door de conflicten in onder andere Algerije en Bosnië in de jaren negentig en kenden hun eerste toppunt rond 11 september 2001.

Het is zelfbedrog te denken dat Europa op de ene oever staat en islam op de andere, want islam is nu een Europese religie -tot spijt van wie benijdt.

Het is zelfbedrog te denken dat Europa op de ene oever staat en islam op de andere, en dat de eerste kan eisen van de andere dat die een veranderingsproces doormaakt dat lijkt op zijn eigen transformatie. Die gedachte is bovendien hinderlijk en misleidend, want islam is nu een Europese religie -tot spijt van wie benijdt. En het is pas wanneer we die realiteit erkennen, dat we een gesprek kunnen hebben met Europese of niet-Europese moslims én met onszelf.

Bovendien gaat de eis aan “de islam” om eindelijk een Verlichting door te maken uit van een onvolledige kennis of lezing van het verleden. Daarom ben ik in het boek teruggekeerd naar de geschiedenis om te begrijpen hoe Verlichtingswaarden de islamitische wereld binnengedrongen zijn. En ik ga op zoek naar de mensen die deze waarden aangenomen en aangepast hebben, die ermee geworsteld hebben zoals ook de Europese samenlevingen geworsteld hebben met deze ideeën.

Daarmee bevestigt u wel het beeld  van een Europese Verlichting als een proces van interne vernieuwing, terwijl het in de islamitische wereld ging om een worsteling met externe ideeën en waarden?

Christopher de Bellaigue: Dat klopt. Elke verhalende geschiedenis maakt gebruik van makkelijke symbolen en aangrijpingspunten, en de Napoleontische inval in Egypte in 1798 is zo een bijzonder relevant én bruikbaar symbool. Dat betekent niet dat de centrale waarden van de Verlichting, zoals de centraliteit van het individu, een gezonde antiklerikale houding of het streven naar wetenschappelijke kennis -ook als die ingaat tegen de geopenbaarde waarheid - niet bestonden in de islamitische wereld voordat Napoleon voet aan wal zette in Egypte.

Ze wilden de meer innovatieve ideeën verzoenen met het islamitische fundament dat ze onmisbaar bleven vinden voor hun maatschappij.

Die ideeën maakten deel uit van het debat in de periode van het Abbasidische kalifaat in Bagdad, ze bestonden in het Indië van de mogols en in het Safavidische Isfahan, net als in het Fatamidische  Egypte. Al deze beschavingen kenden hun opgang en neergang, maar voor elk van hen gold dat ze tijdens hun opgang de waarde van onderzoek en scepticisme omarmden. En als er een terugslag kwam, dan vormde dat deel van hun ondergang. Zo werkt dat voor wereldrijken, dynastieën en beschavingen.

Maar het klopt dat de verlichtingswaarden in de meer recente verschijningsvorm geïntroduceerd werden vanuit het Westen, en de meeste figuren die ik in het boek behandel, hielden zich in wezen bezig met de reactie op ideeën die ze in de meeste gevallen erkenden als universeel en uitermate aantrekkelijk, maar tegelijk verpakt in een imperialistische realiteit en aanwezigheid, die ze uiteraard verwierpen. Ze wilden de meer innovatieve ideeën verzoenen met het islamitische fundament dat ze onmisbaar bleven vinden voor hun maatschappij.

Kuang Chen (CC BY-NC-NA 2.0)

 

Verklaart de introductie van deze Verlichtingsideeën door imperialistische grootmachten waarom het zo moeilijk was om ze te doen aanvaarden door de gekoloniseerde volkeren of elites?

Christopher de Bellaigue: Het is sowieso een universele wet van de geschiedenis dat nieuwe ideeën er lang over doen eer ze echt verwerkt zijn door een elite en deel gaan uitmaken van het ideeëngoed van de hele maatschappij, inclusief de lagere klassen of de landelijke gebieden. Dat heeft niets met islam te maken, maar alles met de basiswetten van maartschappelijke verandering. Die remmende wetmatigheid werd wel versterkt in de islamitische wereld van de negentiende eeuw omdat de tegenstanders van vernieuwing niet zonder grond argumenteerden dat de vernieuwers hun samenlevingen wilden omvormen tot kopieën van het Westen -terwijl dat Westen zich net zo vreselijk misdroeg tegen de landen en bevolkingen van de islamitische wereld. Het Westen had, met andere woorden, misschien wel aantrekkelijke ideeën, maar kon duidelijk niet vertrouwd worden.

Het Westen had, met andere woorden, misschien wel aantrekkelijke ideeën, maar kon duidelijk niet vertrouwd worden.

De islamitische Verlichting waarover ik schrijf, gaat over moderne ideeën binnen een breed scala aan terreinen, zoals onderwijs, wetenschap, gezondheid, communicatie, politiek, vervoer, kunst, verhouding tussen mannen en vrouwen… Die beweging had een hele tijd lang behoorlijk groot succes. Helemaal aan het begin van de twintigste eeuw, voor de Eerste Wereldoorlog, ondergingen de drie sleutelgebieden van de islamitische wereld -Egypte, Turkije en Iran- verregaande maatschappelijke omwentelingen, waarbij onder andere het idee van een representatieve regering verankerd werd in de publieke opinie. De harem als het ijzeren gordijn tussen vrouwen en de rest van de wereld werd verlaten. Op talloze maatschappelijke terreinen werden traditionele overtuigingen overboord gegooid. Maar die revolutie kwam tot stilstand, of werd ten minste onderbroken, door de wereldoorlog.

Zou het boek niet correcter en vollediger geweest zijn indien u Indië had meegenomen? De denkers uit wat later India en Pakistan zou worden hebben toch ook een belangrijke rol gespeeld in de hele worsteling die u beschrijft, en ze waren in voortdurend contact en dialoog met de mensen die u wel portretteert?

Christopher de Bellaigue: Dat klopt en het is wellicht een terechte kritiek op het boek, alleen zou het door de toevoeging van het Indische subcontinent een pak dikker en complexer geworden zijn. Bovendien maakte de context van kolonisering van het Indische subcontinent de houding tegenover een beweging van islamitische Verlichting nog veel ingewikkelder, al was het maar omdat de koloniserende macht steun en status geeft aan bepaalde verlichte figuren en aan andere niet. Verlichting of modernisering werd daardoor nog veel vatbaarder voor het verwijt dat ze de agenda van de bezettende macht dienden.

Al kan je moeilijk volhouden dat Ottomaans Turkije, Egypte of Iran volkomen buiten de context van imperialistische machtsverhoudingen evolueerden. Ook daar was de kernvraag of de modernisering de eigen machtspositie versterkte dan wel ondermijnde.

Bijna zonder uitzondering beschouwden zij het imperialisme als de grootste existentiële bedreiging van hun tijd.

Christopher de Bellaigue: Dat klopt. Ik portretteer in het boek tientallen mensen in Turkije, Iran of Egypte die probeerden nieuwe ideeën ingang te doen vinden, en bijna zonder uitzondering beschouwden zij het imperialisme als de grootste existentiële bedreiging van hun tijd. Tegelijk bood de formele onafhankelijkheid van hun land hen meer keuzevrijheid, meer bewegingsruimte, dan een koloniale context waarin een buitenlandse macht alle hefbomen van de macht in handen heeft. Dat maakt ook dat de posities die deze mensen innemen geloofwaardig worden als een eigen keuze, niet als het resultaat van externe dwang.

Zij zijn enthousiast voor nieuwe ideeën zoals de simpele hygiënische ingrepen die de pest op een paar jaar doet verdwijnen. Hetzelfde gold voor de vroege romanschrijvers in het negentiende-eeuws Istanbul, die zich de nieuwe kunstvorm toeëigenden omdat die zo geschikt was om vorm te geven aan hun eigen, turbulente tijden. En op politiek vlak was er in Iran wijdverspreid enthousiasme voor het idee van politieke vertegenwoordiging, wat dan ook gestalte kreeg in de grondwettelijke revolutie van 1905-06. In elk van de drie landen werden deze maatschappelijke vernieuwingen omhelsd omdat ze ervaren werden als universeel, van toepassing en van belang voor iedereen.

Ard Hesselink (CC BY-NC 2.0)

 

Een van de redenen die u aanreikt voor de relatieve afwezigheid van vernieuwing in de islamitische landen toen de Europese imperialistische machten arriveerden, is dat de materiële en institutionele infrastructuur afwezig was: er was geen telegraaf, geen drukpersen, geen treinen, onvoldoende onderwijs… Betekent dit dat nieuwe ideeën behoefte hebben aan specifieke materiële of ideële infrastructuur om wortel te kunnen schieten?

Christopher de Bellaigue: Inderdaad. Het eerste wat de heersers van het Midden-Oosten overnamen, waren militair inzicht en militaire organisatie, want Europese legers bleken in staat veel grotere legers uit de islamitische landen te verslaan. Met die hervorming hoopten de heersers niet alleen westerse aanvallen af te slaan, maar ook de eigen bevolking onder controle te houden, ook al werden andere beloften niet waargemaakt. Alleen hadden ze niet door dat een diepgaande militaire reorganisatie impact zou hebben op de hele maatschappelijke bedding waarin ze plaatsvindt. Gedrilde soldaten stappen anders en een gedrild leger opereert anders, een leger in moderne uniformen maakt een andere indruk en een leger dat functioneert op tijd en uur verandert de manier waarop mensen met tijd en ruimte omgaan. En dan hebben we het nog niet over artillerie, het belang van wiskunde en mechanica, de impact van een nieuw denken over gezondheid en medicijnen, het gebruik van telegraaf en stoommachine…

De heersers wilden hun eigen prerogatieven niet in vraag gesteld zien door ideeën over soevereiniteit van het volk, macht delegeren, gelijkheid voor de wet…

Samen creëert zo’n militaire hervorming een enorme verschuiving in de samenleving. En daar hadden dezelfde heersers dan weer geen trek in, want ze wilden hun eigen prerogatieven niet in vraag gesteld zien door ideeën over vertegenwoordiging, soevereiniteit van het volk, macht delegeren, gelijkheid voor de wet… De nieuwe media van die tijd legden al deze inzichten wel op tafel, waardoor het monopolie op ideeën door de miniscule minderheid van geletterde rechters en clerici finaal eindigt. Bij het begin van de negentiende eeuw schat men het aantal geletterde mensen in het Midden-Oosten op niet meer dan drie procent van de bevolking, maar tegen het einde van de eeuw staan er goed geschoolde vrouwen op die gelijke rechten eisen.

De clerus speelde vaak een remmende rol bij top-down hervormingen, omdat ook hun eigen machtspositie in het gedrang kwam.

Christopher de Bellaigue: Zoals dat ook gebeurde in Europa. Maar net zoals in Europa was de clerus diep verdeeld over deze vernieuwing en hervormingen. Je kan je de grondwettelijke revolutie in Iran van 1905-06 moeilijk voorstellen zonder de steun van een deel van de clerus. Zij bezorgden een aantal fatwa’s die de massa van de bevolking ervan overtuigden dat verkiezingen en een parlement niet haram of onwettig waren. Elke samenleving die hervormingen aanvat vanuit een extreem conservatieve vertrekpositie heeft nood aan de uitdrukkelijke steun van minstens een deel van de religieuze elite.

Dat heeft in Iran geleid tot een exponent van een moderne revolutie, die niet alleen de steun kreeg vanuit de clerus, maar de clerus zelf aan de politieke macht bracht.

Christopher de Bellaigue: De grootste innovatie van de Iraanse revolutie van 1979 was dat er een einde werd gemaakt aan de overtuiging dat gekroonde hoofden onaantastbaar waren. Zowel de sjiitische als de soennitische islam had die macht altijd gerespecteerd. De revolutie zelf was een coalitie van tegengestelde visies en belangen, en dat vind je ook terug in de nieuwe grondwet. Maar aan de basis lag een vernieuwing die we ook terugvinden in Egypte of bij Maududi in hedendaags Pakistan: een heerser die zich beroept op de islam, moet zijn zijn gedrag ook conformeren aan wat geldt als goed islamitisch gedrag. Indien dat niet het geval is, kan hij als afvallige beschouwd worden. Dat idee -takfir- is een hervorming die de voorbije jaren helemaal geperverteerd is in de handen van elke freelance jihadi met een internetaansluiting. Het is een voorbeeld van een vernieuwing die niet overeenkomt met mijn idee van vooruitgang, maar het is wél een moderne vernieuwing.

Khalid Albaih (CC BY 2.0)

 

Europa werd uit zijn middeleeuwse stagnatie en clericale overheersing gewekt door de verwoestende en langdurige “godsdienstoorlogen”. Was de islamitische wereld te lang gespaard van zo’n destructief geweld en is dat de verklaring van de isolatie en stagnatie waarin die wereld zich in de achttiende eeuw bevond?

Christopher de Bellaigue: Om te beginnen is er best wat discussie over de vraag of die beschrijving wel klopt, dan wel of het beeld van stilstand niet eerder een product is van een oriëntalistische kijk op het Midden-Oosten vanuit Europa. Je kan ook niet zeggen dat de regio in een voortdurende ruststand was, want sinds invallen van de Mongolen in de dertiende eeuw en de reconquista van Spanje door de christelijke koningen in de 15de eeuw, met uiteindelijk de kolonisatie van islamitische territoria werd het aanvoelen van verval versterkt. De kracht en belofte van de islam uit de beginjaren en -eeuwen leken steeds verder weg.

De traditie van interpretatie en menselijke verantwoordelijkheid werd overschaduwd door de overtuiging dat de islamitische wet op een definitieve manier vastgelegd was

De opmars van de Ottomanen op Europees grondgebied in het begin van de vijftiende eeuw leek die voorbestemming tot geopolitieke overheersing nieuw leven in te blazen, maar dat was van korte duur. In elk geval kan je moeilijk één enkele oorzaak aanwijzen voor de aantoonbare achterstand op technisch, intellectueel en economisch vlak.

De idee dat de wet geïnterpreteerd en toegepast kan worden afhankelijk van plaats en tijd, en van de ontwikkelingen op wetenschappelijk gebied, verdween op de achtergrond. Die hele traditie van interpretatie en menselijke verantwoordelijkheid werd overschaduwd door de overtuiging dat de islamitische wet op een definitieve manier vastgelegd was, waardoor de rol van de mens zich voortaan beperkte tot het toepassen van die wet. Dat vertaalt zich ook in een steeds smaller wordend curriculum in de Al Azhar universiteit in Caïro, bijvoorbeeld. Degenen die de horizon van de islam opengetrokken hadden en daarvoor putten uit de Griekse filosofische tradities, werden gemarginaliseerd. Het verhaal dat ik vertel gaat net over de herleving van die tradities, waarbij filosofie opnieuw deel gaat uitmaken van het publieke redeneren.

Speelt de herinnering aan de kruistochten, die zo acuut is sinds 9/11, mee in de benadering van verlichting en modernisering in de islamitische wereld van de negentiende eeuw?

Christopher de Bellaigue: De botsing in de negentiende eeuw was niet religieus, maar economisch. Het ging meer om handelsbelangen dan om heilige grond. Sjeik Jabarti, een Egyptische geleerde uit de periode van de Napoleontische inval, botst niet op de geest van de kruisvaarders als hij kennismaakt met de Franse intelligentsia, maar op een atheïstische en materialistische geest. Zelfs de oprichting van Israël door de Europese machten is een beslissing die eerder materieel of geopolitiek is dan religieus. De kruistochten vormden geen hoofdmotief bij het begin van de koloniale of imperialistische aanwezigheid van Europese machten in de regio. Vandaag ligt dat helemaal anders, zeker bij heel conservatieve en vrome delen van de bevolking, en ik denk dat het lichtzinnige gebruik van de term door George Bush na 9/11 daarvoor verantwoordelijk is.

Dimitri B. (CC BY 2.0)

 

Uw boek is gebouwd op korte en meer uitgebreide portretten van mensen zoals Jabarti in Egypte, Amir Kabir in Iran en Ibrahim Sinasi in Istanboel, die enorm invloedrijk waren in de hele intellectuele strijd met Europa. Zij zijn volkomen onbekenden in de westerse versie van de geschiedenis. Zijn ze gekend in eigen land en regio?

Christopher de Bellaigue: De westerse onwetendheid over de ideeëngeschiedenis van de islamitische wereld kan je zonder overdrijving een gewoonte noemen. Wij nemen niet de moeite om te onderzoeken wat er gebeurt in een samenleving die we als minderwaardig beschouwen, terwijl we er altijd van uitgaan dat alle verandering uitgaat van “ons”. Alle literatuur -van academisch werk over politieke tractaten tot reisreportages- over de niet-westerse wereld behandelt die realiteit als een inferieure versie van wat het Westen zelf doet of doorgemaakt heeft. Die houding speelt nog altijd door in de manier waarop we jonge generaties inwijden in de geschiedenis, en dus blijven de denkers en actoren uit het Zuiden blijvend buiten beeld.

Alle literatuur -van academisch werk over politieke tractaten tot reisreportages- over de niet-westerse wereld behandelt die realiteit als een inferieure versie van wat het Westen zelf doet of doorgemaakt heeft

Kennen de Egyptenaren een man als Mohammed Abduh, grootmoefti van Egypte in de jaren ? Hij was een bewonderaar van Darwin, correspondeerde met Tolstoj en sprak verschillende Europese talen. Hij was een radicale hervormer en hij ging wellicht veel te snel en te ver voor de samenleving waarin hij leefde. Dat zorgde voor problemen, en die werden nog versterkt door zijn relaties met de Britten, die hij uit Egypte wilde, maar waarmee hij tegelijk ook wilde samenwerken. Vandaag weten de Egyptenaren weinig tot niets van deze ongelooflijk belangrijke en invloedrijke man uit hun eigen geschiedenis. Dat heeft te maken met de belangen van de militaire heersers, die niet gediend zijn met de herinnering aan een radicale denker. Maar het heeft ook te maken met de groeiende invloed van conservatief-religieuze stromingen.

Worden er lessen getrokken uit de ervaring dat een associatie met westerse imperialistische machten nefast was voor hervormers -onder andere omdat het Westen hen uiteindelijk liet vallen ten voordele van macht en controle over het land?

Christopher de Bellaigue: Het is vooral dat laatste dat een negatieve impact heeft op de hervormers. Het Westen had gepleit voor een serie hervormingen in onderwijs, politiek, gerecht, transport en economie, maar als puntje bij paaltje kwam, koos dat Westen voor zijn eigen kortetermijnbelang en tegen de zelfbeschikking van de volkeren. En zonder zelfbeschikking wordt al het andere hol en betekenisloos. Het gevolg was een massale terugslag tegen alle verdedigers van moderniteit, hervorming en vernieuwing. Het alternatief werd toen al gezocht in politieke islam en in een militaristische, autoritaire vorm van modernisering. De voorbeelden werden Franco, Mussolini en Hitler, in plaats van Jefferson, Paine en andere liberale denkers.

In de conclusie van het boek schrijft u over het extreme geweld van de hedendaagse jihadisten, dat enerzijds een reactie is tegen de destructieve hertekening van de regio door onder andere het Westen. Maar anderzijds, zegt u, gaat het ook om ‘het onvermogen om de islamitische waarden in overeenstemming te brengen met die van de moderne libertijnse en materialistische maatschappij zoals die sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw is ontstaan’.

Het is belangrijk dat men in de islamitische wereld de verantwoordelijkheid opneemt voor het feit dat de islamitische beschaving al enkele eeuwen opgehouden heeft een baken van vooruitgang en radicale vernieuwing in het denken te zijn

Christopher de Bellaigue: Het is inderdaad belangrijk om te beseffen dat het huidige Westen gezien wordt als gekant tegen geloof, gezin en traditie. Dat is niet alleen verontrustend voor islamisten, maar ook voor veel seculiere mensen in het Midden-Oosten. Dat ligt, naar mijn aanvoelen, anders bij veel van de jongeren in de regio, die net uit hun dwangbuis willen geraken.

Een andere bedenking daarbij: we mogen niet in de val trappen van de veralgemening. Het zou fout zijn om de 1,6 miljard mensen die moslim zijn allemaal te beschouwen als slachtoffers van beslissingen die elders genomen werden. Ook binnen de islamitische wereld zijn beslissingen genomen, en heel wat van die beslissingen waren niet noodzakelijk de juiste keuzes.

Het is belangrijk dat men in de islamitische wereld de verantwoordelijkheid opneemt voor het feit dat de islamitische beschaving – als je die veralgemening kan gebruiken voor zo een breed veld aan verschillende gemeenschappen en strekkingen - al enkele eeuwen opgehouden heeft een baken van vooruitgang en radicale vernieuwing in het denken te zijn. Zelfs het verhaal van de islamitische Verlichting dat ik vertel is toch eerder een verhaal van reactie dan van interne vernieuwing en confrontatie. De kernideeën uit de negentiende-eeuwse Verlichting werden eerder extern aangedragen en intern toegepast of verworpen. Heel veel moslims voelen dat ontbreken van succes scherp aan, en dat speelt mee in de actuele zoektocht naar respect en waardigheid.

De islamitische Verlichting. De ontmoeting tussen de Oriënt en het Westen in de Moderne Tijd door Christopher de Bellaigue is uitgegeven door Nieuw Amsterdam. 416 blZn. ISBN 978 90 4682 230 19

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur