Interview met de Liberiaanse Nobelprijswinnares voor de Vrede

Leymah Gbowee: ‘Je kan geen activist zijn zonder tegelijk een optimist te zijn’

© Arne Gillis

Leymah Gbowee, Gent, 15 mei 2019

In een hoekje van de eetzaal van een Gents hotel zit een icoon. Leymah Gbowee drinkt thee, en gebaart dat ik beter plaatsneem. Ze heeft drie uur geslapen – meer dan voldoende, zegt ze. Uit haar betoog, dat ze doorspekt met gulle lachsalvo’s, spreekt een intrigerende mengeling van engagement, bescheidenheid en zelfbewustzijn.

Geboren als een Liberiaans plattelandsmeisje dwong Leymah Gbowee met haar vrouwenbeweging de oppermachtige krijgsheren van haar land aan de onderhandelingstafel. Zo maakte ze in 2003 een einde aan één van Afrika’s wreedste burgeroorlogen. Tot vandaag blijft Gbowee zich inspannen voor vrouwenrechten, vrede en veiligheid. Het leverde haar in 2011 een Nobelprijs voor de Vrede op. Op 15 mei beloonde de Universiteit Gent haar inzet met een eredoctoraat in het kader van de VLIR-UOS eredoctoraten voor ontwikkelingssamenwerking.

Laten we even terugkeren in de tijd. U was de aanvoerder van de Woman of Liberia Mass Action for Peace. Dat was een geweldloze vrouwenbeweging die een einde maakte aan een door mannen gedomineerde en uiterst gewelddadige burgeroorlog. Laten we beginnen met het geweldloze aspect. Hoe belangrijk is dat voor u geweest?

Leymah Gbowee: Dank je om dit te vragen. Als je terugkijkt, moet je je vooral realiseren dat het geweld op zich geen enkel doel diende. De oorlog begon tussen de regering en het National Patriotic Front van Charles Taylor. Mocht geweld als actiemiddel iets kunnen oplossen, dan zou het toch daarbij gebleven zijn? Maar neen, tegen het einde van de burgeroorlog waren er 14 gewapende groepen elkaar aan het bestrijden. Je kan geweld éénmaal gebruiken, maar degene die erdoor wordt getroffen zal terugkomen om zich te wreken.

Geweld is een self defeating prophecy. Je kan het éénmaal gebruiken, maar degene die erdoor wordt getroffen zal terugkomen om zich te wreken

Daarom denk ik dat het geweldloze aspect van onze beweging cruciaal was – de enige geschikte manier om de problemen in Liberia op te lossen. Geweld als actiemiddel had haar kans al gekregen, en het heeft jammerlijk gefaald.

Een ander belangrijk en zeer mediageniek actiemiddel dat jullie hanteerden was de zogenaamde sex strike.

Leymah Gbowee:
Mediageniek. Je geeft het de juiste naam, want dat is precies wat het was. Als je spreekt over seksstakingen, luistert iedereen. We beseften al snel dat dit net daarom een uiterst geschikte manier was om de media te bespelen.

De stakingen vonden weliswaar echt plaats, en in sommige gemeenschappen werkte het beter dan in andere. Maar het was bijlange niet de enige tactiek die we hanteerden. Ondertussen was onze beweging bezig met brieven te schrijven naar prominente leden uit de internationale gemeenschap. We organiseerden regelmatig protesten voor de ambassades van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties. En in de corridors van de gebouwen waar de warlords hun vredesgesprekken hielden, protesteerden we gedurende zes maanden. De seksstaking hebben we dus vooral gebruikt als een mediageniek actiemiddel om ons verhaal naar buiten te brengen.

Uw beweging was in de eerste plaats een vrouwenbeweging. Hoe belangrijk is dat genderaspect geweest?

Leymah Gbowee: Inderdaad, er was geen man bij betrokken, alleen maar vrouwen. We hebben dat in de eerste plaats beslist uit veiligheidsoverwegingen. Kijk, in de tijd dat Charles Taylor de plak zwaaide in ons land, waren er geregeld protesten van mannelijke studenten. Die waren dikwijls betrokken bij subversieve activiteiten, en het antwoord van de staat was uiteraard repressie.

Maar wanneer vrouwen beslissen om te protesteren, ziet niemand dat als een probleem. Daarom zijn we vanaf het begin naar buiten gekomen als een vrouwenbeweging.

Na verloop van tijd wilden we ons vooral afzetten tegen degenen die aan het vechten waren, en dat waren mannen. Door het exclusief vrouwelijk te houden wilden we een beroep doen op hun geweten.

U kreeg samen met uw landgenoot Ellen Johnson-Sirleaf en de Jemenitische Tawakkul Karman in 2011 een Nobelprijs voor de Vrede. Johnson-Sirleaf was toen al president van Liberia. U verkoos om op het pad van het activisme te blijven. Wat is voor u het wezenlijke verschil tussen activisme en de politiek?

Leymah Gbowee: Ik beschrijf het verschil tussen politiek en activisme als lucifers en benzine. Activisten zijn de vlam, en de politici zijn de benzine. Als je ons samenbrengt, krijg je een explosie. Je kan die twee wereld niet samenbrengen. Ik verkoos het pad van het activisme – ik bezie die weg als een lange reis. En of die reis eindigt in de politiek zal de beslissing van God zijn.

‘Politiek zou een transformerende functie moeten hebben, maar in veel maatschappijen hebben ze in de eerste plaats een verdelende functie’

Ik was zeventien jaar toen de Liberiaanse Burgeroorlog losbarstte. Destijds was ik een jonge vrouw die veel kwaadheid in zich droeg. Kwaad, omdat mijn wereld door de oorlog op z’n kop terechtkwam. Al snel besefte ik dat ik mijzelf moest beginnen uitspreken tegen de ziektes die onze maatschappij teisterden. Maar evengoed besefte ik dat in de politiek gaan niet de juiste weg was. Politiek zou een transformerende functie moeten hebben, maar in veel maatschappijen hebben ze in de eerste plaats een verdelende functie. Het is een instrument geworden dat mensen doet lijden.

Ik wilde daar geen deel van uitmaken. Ik wilde niet alleen louter spreken over het geweld, maar mij echt inspannen voor de minstbedeelden in deze wereld.

Maar naarmate mijn leven vordert, besef ik wel dat het goed is dat bepaalde personen zich politiek engageren. Als we de dynamieken van de samenleving willen veranderen, kan politiek een nuttig instrument zijn.

Beschouwt u zichzelf als één van die ‘bepaalde personen’ die de politiek nodig heeft?

Leymah Gbowee: Mocht ik de politiek ingaan, zou ik sterven van verveling. Ik hou van uitdagingen, en mijn nieuwste uitdaging is om betrokken te geraken bij conflictbemiddeling op internationaal niveau. Recent ben ik zo betrokken geraakt bij het Engelstalige conflict in Kameroen. Dat is een conflict waar verschrikkelijk weinig over geweten is. Zelfs op het Afrikaanse continent zijn er maar weinig mensen die weten dat er grote problemen zijn in Kameroen.

Onlangs was ik nog in Kameroen voor een verkennende missie. Dat was met het African Women Leaders Network, een netwerk binnen de Europese Unie. Maar dat is een ander verhaal, voor een andere dag.

© Arne Gillis

Leymah Gbowee, Gent, 15 mei 2019

Kameroen is een specifiek geval in Afrika, en ook weer niet. Aan het hoofd staat een oude man, net zoals er oude mannen staan aan het hoofd van vele Afrikaanse landen. Ook in België is het nog wachten op de eerste vrouwelijke regeringsleider. Liberia loopt daar vooruit op veel landen, maar het blijft een grote uitzondering. Ziet u verbeteringen in de situatie van vrouwen en meisjes op het Afrikaanse continent, en wereldwijd?

Leymah Gbowee: Om die vraag te beantwoorden, moet je ze opbreken. Je moet naar de segmenten kijken. Op gebied van onderwijs, is er een hele nieuwe beweging in gang gezet op het Afrikaanse continent. In mijn eigen Liberia bijvoorbeeld, is er hoge inschrijvingsgraad voor meisjes in het lagere onderwijs. Vanaf dan is er een daling. Maar je ziet ook dat de meisjes die dan wél naar school blijven gaan, het er enorm veel tot in de universiteit schoppen.

Het beleid en de inspanningen moeten zich dus richten op die meisjes in school te houden. En dat gebeurt ook, dikwijls vanuit de meisjes zelf. Er is een hele nieuwe generatie die gedreven is om naar school te gaan. Ze hebben ideeën, en willen die ook realiseren. Ze beseffen dat onderwijs hét middel is om die dromen uit te kunnen voeren.

Familiehoofden beginnen ook te beseffen dat onderwijs dé manier is om te ontsnappen aan extreme armoede. Zo zie je dat de terughoudendheid tegenover onderwijs voor vrouwen afneemt. En het mooie is dat dat een onomkeerbaar fenomeen is.

Hoe speelt u daar zelf op in?

Leymah Gbowee:
Eén van de programma’s van mijn Stichting (de Gbowee Peace Foundation, nvdr.) gaat over de toegang tot onderwijs voor meisjes met een moslimachtergrond. Het interessante aan dat programma is dat het gerund wordt door de belangrijkste imam van Liberia. Hij trok naar al die scholen op het platteland, en trof daar intelligente meisjes aan die dreigden ten prooi te vallen aan kindhuwelijken.

‘Mijn eigen moeder had vijf dochters, en ze verkocht maïsbrood op straat om ons naar goede scholen te kunnen sturen’

Dus contacteerde hij onze Stichting, en begon met hun ouders te onderhandelen. Intussen betalen wij het schoolgeld voor die meisjes. Zo zie je maar dat de train of thought stilaan aan het kantelen is. Vroeger kreeg je af te rekenen met al die stereotypes over vrouwen. Dat geldt trouwens ook voor de stereotypen over de islamitische clerus. Dat stereotype zegt dat de imam kindhuwelijken net zou gaan aanmoedigen bij de ouders. Maar deze imam doet net het omgekeerde. Zonder enige twijfel hebben wij dat programma dus gefinancierd.

Mijn eigen moeder had vijf dochters, en ze verkocht maïsbrood op straat om ons naar goede scholen te kunnen sturen. Vrouwen zoals zij zijn de grondlaag van de Afrikaanse economie – ze hebben dokters en advocaten voortgebracht.

Ik zie hoop voor de situatie van vrouwen. Ik zal een voorbeeld geven. Vroeger zag je amper vrouwen over politiek spreken, of over maatschappelijke problemen. Vandaag zijn vrouwen dan inderdaad nog niet echt betrokken bij politiek, op z’n minst worden er conversaties over gevoerd waar vrouwen bij betrokken zijn.

‘In Afrika kan er geen president meer verkozen geraken zonder het belang van vrouwen daarin te erkennen’

In Afrika kan er geen president meer verkozen geraken zonder het belang van vrouwen daarin te erkennen. Vrouwen zijn de sleutel om verkiezingen te winnen. Anderzijds is er een niet te onderschatten beweging ingezet voor meer vrouwelijke parlementaire vertegenwoordiging. Rwanda loopt daarin ver voorop – meer dan de helft van de parlementariërs zijn vrouwen. In Guinée werd gisteren een wet getekend die moet zorgen voor genderpariteit in het parlement. Ook in Senegal bestaan dergelijke wetten.

Maar verandert de maatschappelijke status van vrouwen mee?

Leymah Gbowee: Ik vind van wel. Bijvoorbeeld: twintig jaar geleden, toen ik begon als activist, was het in Liberia onmogelijk om publiekelijk te spreken over vrouwelijke genitale verminking. Het was simpelweg onmogelijk. Vandaag wordt het onderwerp openlijk besproken in het parlement. Er wordt over gediscussieerd. Dat is pure vooruitgang.

U bent een optimist.

Leymah Gbowee: Je kan geen activist zijn zonder tegelijk een optimist te zijn. Het is mijn plicht om elke ochtend iets te vinden dat mij hoop geeft.

Tegelijk zien we vandaag veel landen afglijden richting autoritarisme en oorlog. U sprak zelf al over de oorlog in Kameroen.

Leymah Gbowee: Je zal zien dat door de Global War on Terrorism er wereldwijd weinig belang wordt gehecht aan een klein Afrikaans landje dat ten oorlog trekt. In juni ga ik terug naar Kameroen, om verder te gaan met de conflictbemiddeling. Dat is mijn engagement.

Wordt u als één van de meest vooraanstaande activisten wereldwijd vaak gecontacteerd door andere netwerken om aan bemiddeling te doen?

Leymah Gbowee: Elke dag vind ik dergelijke verzoeken in mijn mailbox. Het probleem om betrokken te geraken bij zo’n verzoek is dat het enorm veel engagement en dus tijd vraagt. Vanuit dat perspectief weiger ik normaal gesproken. Ik besef heel goed dat de conflictbemiddeling in Kameroen enorm veel tijd zal vragen.

© Arne Gillis

Leymah Gbowee, Gent, 15 mei 2019

Engageert u zich nog in uw thuisland Liberia?

Leymah Gbowee: Liberia is niet meer in oorlog – de vredesverdragen werden al vijftien jaar geleden ondertekend. Maar het is nu eenmaal zo dat ook na vijftien jaar je je moet blijven inzetten om die vrede te kunnen blijven handhaven. Zo is er bijvoorbeeld op 7 juni een enorme betoging gepland in de hoofdstad Monrovia. Ik heb gesproken met de verschillende organiserende groepen, om te zien wat hun bekommernissen zijn die hen naar de straat drijven. Gebrek aan visie en corruptie, in de eerste plaats.

‘Leiders die ons uit het kolonialisme leidden, hadden tenminste een visie. Dat is wat ik mis in de leiders van vandaag, zij hebben dat niet’

Ik heb vroeger eens een artikel in de New York Times gelezen waarin het probleem van Afrikaanse leiders haarfijn werd uitgelegd. De auteur argumenteerde dat Afrikaanse leiders die ons uit het kolonialisme hebben geleid door de band genomen een stuk slechter opgeleid waren dat de leiders die we vandaag hebben. Maar op z’n minst hadden ze een visie. Leiders zoals Julius Nyerere, zoals Kwame Nkrumah. Dat zijn mensen die een idee hadden waar ze met hun land naartoe wilden.

Dat is wat ik mis in de leiders van vandaag – ze hebben geen visie.

Geldt dat ook voor Liberiaans president Weah (vroegere sterspeler van onder meer AC Milan, nvdr.)?

Leymah Gbowee: Weah is nu zo’n anderhalf jaar aan de macht. Ik was één van de personen die zich afwachtend opstelden na zijn verkiezing. Onder meer op sociale media werd daar kritiek op gegeven. Mensen vonden dat ik me moest uitspreken. Maar als 65 procent van de Liberianen hem als president willen? Dan moet je een stap terugzetten.

Maar dan, als je na anderhalf jaar aan de macht nog altijd geen statements hebt gemaakt over de corruptie, laat staan gedegen onderzoeken of mensen hebt vervolgd? Daar heeft hij bij uitstek de macht voor in handen. Door niets te doen legitimeert Weah in feite het systeem van corruptie.

Een groot deel van de Liberianen is ongeletterd. Ze trekken dus conclusies op basis van wat ze te zien krijgen. En ze zien dat Liberia wordt volgebouwd met gigantische gebouwen, opgetrokken door de president en zijn getrouwen. Aanhangers van de president zeggen dan dat hij altijd al een rijk man is geweest. Maar voor gewone Liberianen is overleven een dagelijkse strijd, en voor dergelijke gebouwen wordt wel geld gevonden.

Ook het beleid van Ellen Johnson Sirleaf, waarmee u in 2011 de Nobelprijs voor de Vrede won, werd geplaagd door corruptieschandalen en beschuldigingen van nepotisme.

‘Activisten zeggen hun gedacht, en politici zijn daar niet altijd even blij mee’

Leymah Gbowee: Wij spreken niet meer met elkaar sinds 2012, net omdat ik haar beschuldigde van nepotisme en corruptie. Sindsdien onderhouden we geen relatie meer. Dat is wat ik bedoelde met de metafoor van de vlam en het gas, zie je? Activisten zeggen hun gedacht, en politici zijn daar niet altijd even blij mee.

Ik was destijds, in 2012, één van de weinige Liberianen die zich uitsprak over de corruptie. Iedereen zat toen nog in de gouden waas van die Nobelprijs, en dat Ellen net voor de tweede keer verkozen was, als eerste vrouwelijke staatshoofd op het continent… En daar stond ik, mij te beklagen over de corruptie. Mensen waren boos op mij, de kranten veroordeelden mijn uitspraken. Nog geen half jaar later kwamen ze terug om zich te verontschuldigen. ‘Je had gelijk’, zeiden ze.

U ben voor zovelen een inspiratie. Wie bewondert u zelf?

Leymah Gbowee: Mijn bewondering gaat uit naar al die vrouwen in kleine gemeenschappen, vrouwen die blijven vechten voor sociale rechtvaardigheid en voor vrede. Zo heb je er in elke gemeenschap. Het zijn vrouwen die nooit nooit erkend zullen worden voor hun werk.

Kijk, ik heb de luxe om in businessclass de wereld rond te vliegen, een eredoctoraat te ontvangen in Gent, naar de VN te gaan in New York om over Kameroen te spreken, … Die vrouwen hebben nog nooit een vliegtuig genomen, en hun leven wordt in geen enkel magazine besproken. Desondanks blijven ze doen wat ze doen, voor het goed van de gemeenschap.

U bent opgegroeid op het Liberiaanse platteland. Hebt u zelf persoonlijke ervaringen met armoede?

Leymah Gbowee: Ik zou zeggen van wel. Mijn moeder heeft vijf kinderen gekregen, allemaal meisjes. Er was weinig geld, dus trokken we in bij mijn grootmoeder. Daar sliepen we allemaal samen in één kamertje. Mijn grootmoeder leeft trouwens nog steeds. Ze is 111 jaar oud, en gaat nog op eigen houtje in bad.

Opmerkelijk. Wat zou uw advies zijn voor dat jonge plattelandsmeisje dat u eens zelf was?

Leymah Gbowee: Een van de zaken die ik het meest koester in mijn leven, is het feit dat ik als kind nooit beperkt ben geweest, door niemand. Noch mijn moeder, noch mijn grootmoeder hebben mij ooit verteld dat iets onmogelijk is.

Kom ergens stoutmoedig binnen en maak lawaai. Alleen zo laat je voetstappen achter. En voetstappen achterlaten betekent dat je een nalatenschap achterlaat – iets dat anderen kunnen volgen

Zeker in mijn generatie werden meisjes vooral bijgebracht hoe je moet lopen, hoe je moet zitten. Dat je stil moet zijn, dat je rechtop moet zitten. Dat je op je tenen moet lopen als je ergens binnenkomt, om niet teveel lawaai te maken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Tegen mijn eigen dochters en studenten zeg ik net het omgekeerde. Kom ergens stoutmoedig binnen en maak lawaai. Alleen zo laat je voetstappen achter. En voetstappen achterlaten betekent dat je een nalatenschap achterlaat – iets dat anderen kunnen volgen. Daarom is dit mijn advies: wandel luid!

***

Gbowee diept een gsm op uit haar tas om foto’s te laten zien.

Ze toont haar grootmoeder, het kranig oudje van 111 jaar oud.

En dan zien we enkele foto’s waarop de Nobelprijswinnares op een onbestemde Liberiaanse straathoek staat te dansen, midden in een kring van gehandicapte mannen. Sommigen mankeren benen, maar hun gezichten lachen. Op dezelfde plek waar ze nu dansen, zaaiden de mannen destijds, als kindsoldaat, dood en vernieling.

‘Dat was op mijn verjaardag’, glundert Gbowee. De treurnis van oorlog en de kracht om vergevingsgezind naar de toekomst te kijken, vervat in één beeld. Wat een vrouw.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur