Land zonder mensen zkt mensen zonder land

Terwijl Europa zijn grenzen sluit, opent Portugal zijn armen

© Charis Bastin

Van het land alleen leven, is economisch niet haalbaar. Veel Portugezen uit het binnenland ruilden daarom hun thuisland in voor Frankrijk, Zwitserland, België … Ook voor migranten biedt leven op het platteland weinig vooruitzichten.

‘De toekomst van het dorp? Die is voorbij’, zucht de tachtigjarige Virgil. Je hoort het in zo goed als ieder dorp in het Portugese binnenland. Het hele land kampt met toenemende vergrijzing, maar vooral in kleine dorpjes is de jeugd zoek. ‘Vroeger verkochten we makkelijk zeven vaten bier per avond’, vult zijn vrouw Maria aan. Ze houden nog steeds een café, dat tegelijk dienst doet als bakkerij en kruidenierszaak. ‘Zo’n avond hebben we nu nog één keer per jaar: tijdens het jaarlijkse dorpsfeest, als alle emigranten hier terug zijn.’

Portugal is een emigratieland: twintig procent van zijn burgers woont in een ander land. Het hoogste cijfer van heel Europa, volgens het Hoger Commissariaat voor Migratie. De recentste emigratiegolf was die van de economische crisis van 2010-2015, toen vele hoogopgeleide jongeren vertrokken. Maar de grootste emigratiegolf dateert uit de jaren zestig en is tot vandaag voelbaar. Toen vertrokken meer dan anderhalf miljoen Portugezen, vooral uit het binnenland. Een minderheid vluchtte voor de rechtse dictatuur onder Salazar, anderen hoopten de dienstplicht – tijdens de koloniale onafhankelijkheidsoorlogen – te ontlopen. Voor de overgrote meerderheid was de motivatie doodeenvoudig: ze hadden op het land geen middelen van bestaan. Ze gingen als gastarbeider richting Noord-Franse industrie, Zwitserse tunnelbouw of de Belgische steenkoolmijnen.

‘Vroeger was het hier pure armoede. Migratie is goed geweest voor het dorp. Alleen dacht ik nooit dat het zó zou leeglopen’

Ook Virgil werkte in de Franse bouwindustrie. ‘Vroeger was het hier pure armoede. Vandaag heeft iedereen iets. De huizen die je ziet, zijn gebouwd met het geld van migranten. Daarom was migratie goed voor het dorp. Alleen dacht ik nooit dat het zó zou leeglopen.’ Zijn dochters, die in het dorp opgroeiden, verhuisden naar de stad, een uur rijden verderop. ‘Zonder scholen om je kinderen naartoe te sturen kan je niet blijven.’

Het resultaat? ‘83 procent van de jongeren woont in litoral, slechts 17 procent in interior (resp. de welvarendere kuststrook tussen Lissabon en Porto, en het binnenland)’, vatte Rui Santos, burgemeester van Vila Real, het tijdens een televisiedebat samen.

Volgens het Europese hervestigingsplan uit 2015 zou Portugal bijna drieduizend vluchtelingen opnemen. Het konden er zelfs tienduizend zijn, verkondigde eerste minister Antonia Costa bij het in werking treden van dat plan. Die visie staat nog steeds: toen de reddingboten Lifeline en Aquarius afgelopen zomer strandden voor de Italiaanse kust, opende Portugal zijn armen en bood het opvang aan de migranten op de schepen. In oktober 2018 tekende het met Griekenland een bilateraal akkoord om opnieuw vluchtelingen te hervestigen, zo’n duizend tegen eind 2019.

‘Migratie zit in de fundamenten van ons land. Vandaag hebben we ze ook nodig door dat demografische tekort’

Uit het laatste Europese Sociaal Onderzoek (ESS) blijkt dat dit atypische verhaal zich niet tot het politieke beleid beperkt. Ook de weerstand tegen migratie in de EU daalde het sterkst in Portugal. ‘Mensen integreren, vrijwilligers zoeken en het contact met scholen of organisaties loopt hier makkelijk’, beaamt Marcos Henriques, vrijwillig coördinator van CASA in Coimbra, dat daklozen opvangt. ‘Migratie zit in de fundamenten van ons land. Vandaag hebben we ze ook nodig door dat demografische tekort.’ De ideale win-winsituatie dus?

Mooie theorie, weerbarstige praktijk

Officiële cijfers verstoren dat mooie plaatje. Van de beloofde (bijna) drieduizend vluchtelingen die het land zou opvangen, werden er sinds 2015 tot en met oktober 2018 slechts 1548 hervestigd. Hoewel Portugal in 2017 een stijging van het aantal asielaanvragen met ruim 19 procent zag, ging het in werkelijkheid om slechts 1749 aanvragen. ‘Een positieve houding wil nog niet zeggen dat het goed georganiseerd wordt’, nuanceert Francesco Vacchiano, antropoloog aan de universiteit van Lissabon. ‘Vergeet niet dat Portugal in zijn democratische geschiedenis, sinds het einde van de dictatuur in 1974 dus, nauwelijks 20.000 asielaanvragen heeft ontvangen, een fractie vergeleken bij de rest van Europa.’

Van die 1749 aanvragen kwamen er 741 door het Europese hervestigingsprogramma. De meeste aanvragers wisten niet waar ze terecht zouden komen. ‘Ik werd naar de regio van Guimarães gebracht en verbleef een week in een oude kerk, nadien vijftien dagen in een verzorgingstehuis. Toen vond ik het genoeg geweest en trok ik naar Duitsland’, vertelt Yousef*, die vanuit Griekenland in Portugal terechtkwam.

Hij is geen uitzondering. Midden 2017 bleek dat twee op de vijf vluchtelingen die via het relocatieplan het land inkwamen binnen anderhalf jaar alweer vertrokken. ‘Het idee dat vluchtelingen in het Portugese binnenland zouden willen wonen is een droom. Ze zoeken een plek waar ze kunnen werken, waar hun kinderen naar school kunnen en waar ze hun leven kunnen uitbouwen. Voor velen is dat een stad’, verklaart Vacchiano.

Leven op het platteland biedt weinig vooruitzichten in een land dat amper een immigratiegeschiedenis kent. Vele vluchtelingen missen daardoor een netwerk of een gemeenschap om op terug te vallen en voelen zich al snel geïsoleerd in de rurale gebieden. Ook de Portugese Raad voor Vluchtelingen (CPR) geeft in een rapport voor de Asylum Information Database (AIDA) aan dat het begeleiden van vluchtelingen moeilijk loopt door de grote geografische spreiding. Toegang tot gespecialiseerde gezondheidszorg of juridische ondersteuning met tolk en het organiseren van op maat gemaakte integratie- en taalcursussen is door de spreiding een extra moeilijkheid.

Aan een gebrek aan financiële middelen ligt het overigens niet. Wie via het Europese hervestigingsprogramma in Portugal terechtkwam, heeft de eerste achttien maanden recht op financiële ondersteuning en huisvesting. Alleen wordt dit niet centraal georganiseerd, klagen vluchtelingen, hulpverleners en vrijwilligers.

De keerzijde: ‘Sommige opvanginitiatieven geven zelfs daartoe bestemd geld terug, omdat ze het niet adequaat kunnen benutten’

De kwaliteit van de opvang kan ook van plek tot plek sterk verschillen. Lokale opvanginitiatieven, gaande van officiële ngo’s zoals het Rode Kruis, over lokale autoriteiten tot burgerplatforms en verenigingen, kunnen een aanvraag indienen bij de overheid om een deel van het Europese fonds te gebruiken. Ondanks de goede bedoelingen en het warme welkom, trekken vluchtelingen, net zoals Yousef, toch weg. ‘In Duitsland is het onderscheid tussen steun van de overheid en organisaties voor vluchtelingen duidelijk. En ze blijven vluchtelingen ondersteunen tot die op zichzelf staan en zich de nieuwe taal en cultuur min of meer eigen hebben gemaakt. In Portugal bestaat daarvoor geen enkele structurele steun.’

Ook CASA-coördinator Henriques herkent het probleem. Toch helpt de organisatie enkele families vluchtelingen die zich door het lokale opvanginitiatief niet geholpen voelen. ‘Ze vonden ons omdat ons acroniem “huis” betekent. We helpen hen met de zoektocht naar een huis of werk of een school voor hun kinderen en begeleiden hen met het papierwerk bij de gemeente.’ Omdat de opvang niet gecentraliseerd wordt georganiseerd, laat de kwaliteit van de huisvesting soms te wensen over, weet ook Vacchiano. ‘Vaak zijn het uitgewoonde flats, zonder licht of elektriciteit. Ik ben er zeker van dat sommige opvanginitiatieven zelfs geld teruggeven omdat ze het niet adequaat kunnen benutten.’

© Charis Bastin

Het café van Virgil en Maria bestaat nog steeds, alleen blijven de klanten weg. Een keer per jaar herbeleven ze de oude glorietijden, tijdens het jaarlijkse dorpsfeest, als alle emigranten terugkeren.

Hoe deel worden van het land?

‘Er zijn zeker 140 lokale opvanginitiatieven, verspreid over het hele land’, bevestigt Barbara Moreira. ‘Wij willen niet nog zo’n initiatief zijn, maar een antwoord bieden voor vluchtelingen die na die eerste achttien maanden nog geen werk of eigen huis vonden en zonder ondersteuning achterblijven.’

Moreira zette het project LAR op, waarmee ze tegelijk een antwoord voor vluchtelingen met een hart voor landbouw wil bieden als voor het demografische probleem van het Portugese binnenland. ‘Onze kuststrook is dichtbevolkt, levendig en dynamisch, maar ons binnenland is minstens even mooi. Toch woont er nauwelijks iemand, staan heel wat huizen leeg en is er veel landbouwland verlaten. Dat is een ruimte waar voedsel geteeld en verkocht kan worden.’

Ze ging naar het dorpje Ima, vlak bij de stad Guarda, en ging in gesprek met de lokale gemeenschap. ‘We konden goedkoop een stuk land huren en kregen huizen voor vier families geschonken. De eigenaars wonen in de steden en hun kinderen zitten in Porto of Lissabon, hetzelfde verhaal als elders op het platteland. Van die plek willen we een echt bedrijf maken, zodat families die er willen wonen, kunnen voorzien in hun eigen behoeften en een duurzaam leven kunnen uitbouwen.’

‘De lokale gemeenschap was aanvankelijk sceptisch. Ze weten dat een nieuwe cultuur moeilijkheden met zich meebrengt, maar zijn ook tevreden als hier kinderen komen wonen, want dat zorgt voor een nieuwe dynamiek’

Een mooi idee, maar hoe haalbaar is dat plan als zelfs jonge Portugezen het platteland verlaten? ‘We gaan uit van het idee dat vluchtelingen een stuk grond krijgen van het land dat hen opvangt, zodat ze zich werkelijk deel voelen uitmaken van dat land. Door op het platteland te wonen en te werken, leveren ze trouwens een enorm belangrijke bijdrage aan dit land.’

‘De lokale gemeenschap was aanvankelijk sceptisch’, vervolgt ze. ‘Ze weten dat een nieuwe cultuur moeilijkheden met zich meebrengt, maar zijn ook tevreden als hier kinderen komen wonen, want dat zorgt voor een nieuwe dynamiek. Bovendien heeft zo goed als iedereen er een migratieverleden. Ze willen daarom even goed zijn voor nieuwkomers als ze zelf verwelkomd zijn.’

Het is zeker geen ondankbare plek, benadrukt ze. ‘Alle Portugezen zouden dit doen, als ze dat konden. Het is écht een privilege om hier een stuk land te hebben’, besluit ze.

‘Dat is het zeker’, beaamt Joao (31), die zijn Belgische vriendin naar ons land volgde tijdens de economische crisis. ‘Op zich was dat geen bewuste keuze omdat ik in Portugal geen kansen had, maar intussen bouwde ik in België wel een nieuw leven op. Als ik vandaag meer zekerheden in Portugal had, had ik al lang iets gekocht op het Portugese platteland. Het is er ongelofelijk goedkoop.’

© Charis Bastin

Het Portugese binnenland is wondermooi én goedkoop. Toch woont er nauwelijks iemand en staan heel wat huizen leeg. Veel eigenaars wonen in steden.

Slogans

Eerste minister Costa zou het graag horen. ‘Ons land staat open voor migratie, maar we mogen niet vergeten om Portugezen die emigreerden opnieuw aan te trekken’, verkondigde hij eerder dit jaar. In de begroting voor 2019 zit het plan om wie terugkeert een belastingvoordeel te geven.

‘Niets dan sloganeske beloften,’ vindt Pedro (28), die na een Erasmusavontuur in Gent met zijn Belgische vriendin in Breda woont. ‘Dat kun je verwachten voor een belangrijk verkiezingsjaar. Het is een zwakke maatregel, want er is geen sprake van degelijke werkgelegenheid voor hoogopgeleiden. Bovendien zijn belastingvoordelen oneerlijk ten opzichte van wie niet migreerde. “Wij droegen bij tijdens de crisis en zij die vertrokken, gaan met de voordelen strijken”, klinkt het dan.’ Ook Pedro ziet zichzelf niet meteen terugkeren naar Portugal. Of toch? ‘Op lange termijn misschien wel, als ik professionele kansen zie in mijn thuisstad.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Die professionele kansen vinden vluchtelingen ook belangrijk. Yousef keerde na zes maanden in Duitsland terug. Vaak gaat het dan om terugkeer in kader van het Dublinakkoord. Of dat ook voor Yousef geldt, vertelt hij niet. Wel is hij vastberaden om aan een nieuw leven te beginnen. ‘Ik vond uiteindelijk werk, waar ik Portugees leerde, maar ik heb na ruim een jaar in Portugal nog steeds geen documenten.’

Het gebrek aan goede vooruitzichten, aan structurele begeleiding en aan een sterk netwerk en het gevoel van isolement doen velen in een programma voor vrijwillige terugkeer stappen, aldus Vacchiano. ‘Ze zijn gedesillusioneerd en voelen zich in de steek gelaten.’ Maar Yousef kan nog dromen. ‘Portugal is een prachtig land en de mensen zijn ontzettend vriendelijk. Ik hoop mijn universiteit hier ooit af te maken. Maar nu kan ik niet ophouden met werken, er is niemand om me op te vangen.’

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van ‘Reporters in the Field’ van de Robert Bosch Stiftung.

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Webredacteur en nieuwsmanager

    Charis is webredacteur en nieuwsmanager voor MO.be. Ze studeerde Geschiedenis (UA) en Conflict & Development (Ugent) doet er op dit moment nog Arabisch in avondonderwijs bij.