Na twee verkiezingsjaren zonder verkiezingen stapelt de woede zich op in Congo

In Congo gelooft niemand nog in verkiezingen die er toch niet komen, schrijft Kris Berwouts in zijn pas verschenen boek “Congo’s gewelddadige vrede”. ‘In de volkswijken van de steden stapelt zich een woede op waarvan ik me afvraag hoe en wanneer die zal uitbarsten. In de rurale gebieden heeft de staat alle capaciteit verloren om met lokale conflicten.’ Een analyse van twee gewonnen jaren voor Kabila die verloren gingen voor de Congolezen.

  • CC John Vandaele (CC BY-NC 2.0) CC John Vandaele (CC BY-NC 2.0)
  • © MONUSCO/Sylvain Liechti (CC BY-SA 2.0) Inlanse vluchtelingen van een van de vele conflicten in de Democratische Republiek Congo zetten hun kamp op buiten Goma, Noord-Kivu © MONUSCO/Sylvain Liechti (CC BY-SA 2.0)
  • USAF / Sgt. Todd Wivell (CC0) USAF / Sgt. Todd Wivell (CC0)

Kris Berwouts

MO*academy
Expert Centraal-Afrika
11 oktober 2017

Begin 2016 maakten enkele gebeurtenissen duidelijk hoe emotioneel de mensen reageerden, hoe snel ze samenstroomden en hoe makkelijk bijeenkomsten een expiciet anti-Kabilakarakter verkregen. De overwinning van het Congolese nationale voetbalelftal in het Afrikaans kampioenschap voor landenploegen (CHAN) in februari was daar een mooi voorbeeld van.

Het toernooi ging door in Rwanda – altijd extra gevoelig voor Congo. In de kwartfinale versloegen les Léopards – de bijnaam van het Congolese team – het gastland, in de halve finale wonnen ze na strafschoppen van Guinée, en dus stond Congo in de finale tegen les Aigles van Mali. Na elke overwinning kwamen de mensen in Congo op straat om te vieren, in een bizarre cocktail van uitbundige vreugde en extreme woede, die werd uitgespuwd in leuzes tegen Kabila en het zingen van Yebela, een lied met als centrale boodschap ‘Pas op, alles wat een begin had, heeft ook een einde, jouw mandaat is bijna over’.

Ik volgde de match op de televisie, ergens in een volkswijk van Kinshasa tussen blauw-rood-wit-geel beschilderde Congolezen. Erg spannend was het niet, ook al omdat de Congolese nationale televisiezender de match uitzond met veertig seconden vertraging. De buren hadden betaaltelevisie, dus die stonden bij elk doelpunt al op straat te dansen terwijl bij ons de bal nog niet eens in de netten lag. Congo won de finale met 3-0.

In zijn magnum opus Congo’s gewelddadige vrede trekt Kris Berwouts alle draden van meer dan twintig bewogen jaren in de Democratische Republiek Congo samen. De analyse hiernaast is een  gecondenseerde versie van het hoofdstuk dat hij speciaal voor de Nederlandse uitgave van het boek schreef. De voorstelling van Congo’s gewelddadige vrede vindt plaats in Gent op 12 oktober. Zie onderaan dit artikel.Dan was de terugweg een stuk spannender, in een land waar de regering schrik heeft van haar bevolking. Ik zat uren met de auto vast in een steeds uitzinniger wordende massa. Uit niets bleek dat de mensen hoog opliepen met de oppositie, maar dat Kabila weg moest, was duidelijk. Het waren benauwde uren. De oppositie was verdeeld en miste een wervende visie en een overtuigend plan.

CC John Vandaele (CC BY-NC 2.0)

 

De bevolking heeft het gevoel dat meerderheid en oppositie meer met elkaar gemeen hebben dan met de gewone mensen, en dat politici er vooral op uit zijn een zo groot mogelijk deel van de koek binnen te rijven zonder fundamenteel te raken aan de armoede, de schendingen van de mensenrechten en het alomtegenwoordige wanbeheer. Vele mensen zijn gefrustreerd en kwaad omdat hun levensomstandigheden, ondanks de peptalk, niet echt verbeterd zijn.

Maar niemand had het morele leiderschap om aan die woede richting te geven. Dat maakte de situatie explosief, en een eventuele uitbarsting van geweld zou wel eens erg destructief kunnen worden. Sinds de rellen tegen de kieswet in januari 2015 was het duidelijk dat de straat wel eens het verschil zou kunnen maken, maar op een onvoorspelbare manier. Zowel de straat als de staat waren zich hiervan bewust. In de loop van 2016 groeide dit besef uit tot een obsessie.

Het regime bereidde zich voor op de mogelijkheid tot straatgeweld. Op belangrijke pleinen en kruispunten en langs de belangrijkste verkeersaders werden bewakingscamera’s geïnstalleerd. Anti oproervoertuigen werden aangeschaft, en om de capaciteit van het regime om te anticiperen op onlusten te verhogen werd extra veiligheidspersoneel opgeleid. Er waren ook verschillende aanwijzingen dat sleutelfiguren van het regime jongeren recruteerden en trainden om tegenstanders te intimideren of geweldloze manifestaties te infiltreren en te doen ontsporen.

Ik kreeg in die periode de kans om onderzoek te doen naar hoe mensen in de militante wijken van Kinshasa aankeken tegen de onzekerheden rond het verkiezingsproces, hoe ze de nabije toekomst zagen en wat hun plannen waren. Samen met een onderzoeksteam interviewde ik sleutelfiguren van het politieke landschap, mensen op strategische posities. We organiseerden ook focusgroepdiscussies met academisch geschoolde en ongeschoolde jongeren, met mensen die gevechts- en andere sporten beoefenden, met jongerenafdelingen van politieke partijen, met socio-economische groepen, met militante priesters aan de basis en met andere religieuze autoriteiten, enzovoort.

In al die gesprekken voelden we aan hoe gefrustreerd en boos de mensen waren omwille van hun dagelijkse leefomstandigheden. Ze konden zichzelf en hun gezinnen amper voeden. Werkloosheid was een plaag, niet alleen voor de ongeschoolden maar ook voor jonge afgestudeerden. Een comfortabele woonst was nauwelijks te vinden en vooral onbetaalbaar. Kwaliteitsvolle gezondheidszorg en onderwijs bestonden maar alleen voor de begoeden. Het ontbreken van een regelmatige water- en elektriciteitsvoorziening was ook een bron van grote verzuring.

Men zei me meer dan eens: ‘Niet alleen de chauffeur moet weg, het hele voertuig moet worden vernieuwd.’

Zo goed als al onze gesprekspartners legden de verantwoordelijkheid voorn hun armoede bij het regime. Voor hen bestonden de verwezenlijkingen van het democratiseringsproces gewoon niet, en was er sinds de dood van Mobutu fundamenteel niets veranderd. Men zei me meer dan eens: ‘Niet alleen de chauffeur moet weg, het hele voertuig moet worden vernieuwd.’ De geloofwaardigheid van een volgend regime moest volgens hen blijken uit de mate waarin dat een goed bestuur kon garanderen. En onmiddellijk onder het oppervlak werd het discours erg gewelddadig. Een verontrustend groot deel van onze gesprekspartners ging er op dat moment van uit dat geweld onvermijdelijk was om uit de politieke crisis te geraken.

De schreeuw voor verandering was in grote mate ook een generatieconflict. Jonge mensen zijn demografisch erg belangrijk maar vrezen in de verkiezingen amper aan bod te komen. De overheid ontwikkelde een bijna panische angst voor nieuwe vormen van mobilisatie bij jongeren, zoals La Lucha in Goma. Toen La Lucha in maart 2015 samen met Filimbi probeerde een nationaal netwerk van nieuwe jongerenbewegingen te vormen, werden alle aanwezigen gearresteerd. Het was het begin van een eindeloze reeks arrestaties in het milieu van de jongerenbewegingen, die doorgaat tot vandaag.

2016 was een intense periode voor jeugdgroepen, met inbegrip van de jongerenliga’s van politieke partijen. Iedereen zocht contact met iedereen, en universiteiten groeiden uit tot dé broeihaard voor jongerenactivisme. Niet alleen voor jonge intellectuelen: vele ongeschoolde jongeren antwoordden ons in de focusgroepen dat ze constant in contact stonden met studentenorganisaties, en vooral naar hen keken voor een signaal tot actie: ‘Als zij op straat zullen komen, dan zullen we volgen.’

USAF / Sgt. Todd Wivell (CC0)

 

Op donderdag 1 september 2016 begon de dialoog die Kabila een jaar geleden had aangekondigd. De bedoeling was om het ganse politieke landschap samen te brengen rond de vraag: wat nu met het verkiezingsproces? Een deel van de oppositie was terughoudend. Ze had de indruk dat Kabila het parcours en de bestemming van de dialoog al had vastgelegd. Volgens hen wilde de president tijdens de dialoog de verzamelde politieke wereld laten constateren dat het niet meer mogelijk was om de verkiezingen binnen de grondwettelijke grenzen te organizeren en te besluiten om een nieuwe transitie in te gaan, nog steeds onder leiding van Kabila.

De bedoeling zou dan zijn om tijdens die transitie lokale en provinciale verkiezingen te organiseren, ondertussen de grondwet te wijzigen en onder meer het artikel schrappen dat het aantal presidentiële mandaten beperkt, zodat Kabila de transitie kon afsluiten met verkiezingen in 2018 waarbij hijzelf kandidaat zou zijn voor een eerste mandaat in de Vierde Republiek. De mensen die ik ken in de omgeving van Kabila bevestigden dit scenario.

Het welles-nietesspel rond de dialoog duurde al een jaar. De Afrikaanse Unie duidde een facilitator aan, de voormalige Togolese eerste minister Edem Kodjo, maar die werd door een deel van de oppositie gecontesteerd. Oppositiepartijen verklaarden zich bereid in de dialoog te stappen, maar trokken zich vervolgens weer terug. Het was op den duur niet erg duidelijk meer waar die dialoog precies voor moest dienen en wie er wel of niet achter stond.

In Kinshasa hadden de meeste actoren weinig vertrouwen in de goede afloop van een dialoog zonder precieze agenda

De internationale gemeenschap bleef het idee ondersteunen, bij gebrek aan beter. Maar in Kinshasa hadden de meeste actoren weinig vertrouwen in de goede afloop van een dialoog zonder precieze agenda, met minder dan driehonderd deelnemers van wie het bovendien onduidelijk was hoe ze precies waren uitgekozen. De enige nationale oppositieleider van het hoogste niveau die deelnam, was Vital Kamerhe.

Uiteindelijk werd op 18 oktober 2016 een akkoord ondertekend dat velen om begrijpelijke redenen bestempelden als te weinig inclusief, of minstens niet breed genoeg om het land in een nieuwe transitie te laten stappen en op aanvaardbaar korte termijn vrije en eerlijke verkiezingen te organiseren. Dit gebrek aan vertrouwen in het akkoord verhoogde natuurlijk niet toen Kabila een maand later Samy Badibanga benoemde tot eerste minister van de overgangsregering.

Badibanga was een politicus met een UDPS-achtergrond, weliswaar geboren en getogen in Kinshasa maar met wortels in de Kasai. Door iemand tot eerste minister te benoemen die nooit een politiek mandaat had uitgeoefend en die een redelijk geïsoleerd bestaan leidde op het politieke schaakbord, maakte Kabila meteen duidelijk dat vrije en eerlijke verkiezingen binnen een redelijke termijn voor hem helemaal geen prioriteit waren.

Op 19 december 2016 om middernacht verliep het tweede en volgens de grondwet laatste mandaat van president Kabila. De frustratie en woede aan de basis hadden de laatste maanden een gewelddadige ondertoon gekregen en niemand kon uitsluiten dat er op 19 en 20 december massale betogingen zouden ontstaan die konden ontsporen in extreem geweld. Drie maanden eerder, op 19 en 20 september, waren er zware rellen geweest met een vijftigtal doden, veel arrestaties en andere schendingen van de mensenrechten. De zware confrontaties in september maakten dat iedereen zich schrap zette voor nog zwaarder geweld op 19 en 20 december.

Uiteindelijk is dat niet gebeurd: de machtsontplooiing en de repressie van de veiligheidsdiensten waren zo enorm dat de tegenstanders van het regime er op de meeste plaatsen niet in geslaagd zijn grote betogingen te vormen. De tol bleef zwaar: op 22 december maakte Human Rights Watch een voorlopige balans op van minstens 34 bevestigde doden, van wie 19 in Kinshasa, 5 in Lubumbashi, 6 in Boma en 4 in Matadi. Voor, tijdens en na het protest van 19 en 20 december werden ook tientallen mensen gearresteerd, vooral bij militante jeugdorganisaties zoals La Lucha en Filimbi.

***

Ondertussen deed de Congolese nationale bisschoppenconferentie (CENCO) een laatste poging om de kloof tussen het regime en de verschillende fracties van de oppositie te overbruggen. In het verkruimelde landschap van Congo, waarin niet alleen de meerderheid maar ook de oppositie en zelfs een belangrijk deel van het middenveld elke morele autoriteit bij de bevolking was kwijtgeraakt, was de kerk de enige institutionele actor die genoeg street credibility had om, bijvoorbeeld, een eventuele volksopstand in geweldloos verzet om te buigen. De kerk had een belangrijke rol gespeeld bij de mobilisatie tegen Mobutu, maar CENCO leek de laatste jaren verdeeld over het al dan niet aanblijven van Kabila.

Mee onder druk van de gelovigen aan de basis is de bisschoppenconferentie er echter in geslaagd om haar interne tegenstellingen te overstijgen. De laatste maanden van 2016 was ze erg actief en riep ze de politieke kaste herhaaldelijk op haar verantwoordelijkheid op te nemen. Na de dialoog en het akkoord dat half oktober werd gesloten, ondernam de kerk een initiatief om meerderheid en oppositie dichter bij elkaar te krijgen, in elk geval dicht genoeg om met een brede consensus en een duidelijk pad richting verkiezingen de transitie in te gaan. Om, met andere woorden, het akkoord van 18 oktober open te breken, het meer inclusief te maken.

Uiteindelijk leidde het initiatief van de bisschoppen tot de ondertekening van het zoveelste akkoord, op 31 december 2016, en daarom het Sylvesterakkoord genoemd. Het werd na zware onderhandelingen ondertekend door de meerderheid en de oppositie. Het akkoord stippelde een roadmap uit om politieke en institutionele chaos te vermijden. De ondertekenaars engageerden zich om de grondwet te respecteren. Het stelt bij herhaling dat Kabila, staatshoofd sinds 2001, niet zou proberen een derde mandaat te verwerven. Integendeel, hij zou een transitieregering leiden en eind 2017 de macht overdragen aan een verkozen opvolger.

Enerzijds was het Sylvesterakkoord een belangrijke verwezenlijking. Het was echt een consensus, en alle partijen hadden concessies moeten doen. Het akkoord lastte een periode van rust in. Maar aan de andere kant bleef het een kwetsbare constructie. Het akkoord had nogal wat blinde vlekken die in latere onderhandelingsrondes zouden worden ingevuld. En het was natuurlijk ondertekend door een intern verdeelde meerderheid en een intern verdeelde oppositie, in een land met een droeve traditie van akkoorden die ondertekend worden door mensen die niet van plan zijn ze te respecteren. Of zoals een van mijn contacten dichtbij de president het formuleerde:

‘Dit akkoord heeft de grote verdienste onrealistisch te zijn. Het is moeilijk uit te voeren. We zullen zoals overeengekomen de regering laten leiden door de oppositie en hen de verkiezingen laten organiseren. Zij zullen snel genoeg constateren dat het niet mogelijk is om dat voor het einde van het jaar te doen. En in december, als hun deadline verstrijkt, zullen we hen uitfluiten zoals ze ons in december vorig jaar hebben uitgefloten.’

En inderdaad, sinds het akkoord ondertekend werd heeft de regering voortdurend aangetoond niet de minste politieke wil te hebben om de verkiezingen effectief te organiseren. Dat lukte onder meer goed omdat ze er in slaagden om de voorspelbare implosie van de UDPS na de dood van voorzitter Etienne Tshisekedi in februari 2017 uit te buiten. Een van de UDPS-leiders die vochten om het politieke erfgoed van het gestorven icoon, Bruno Tshibala, werd tot eerste minister benoemd, en meer was niet nodig om het kaartenhuisje helemaal te laten inzakken.

Het enige dat vooruitging, was de registratie van de kiezers. Vele binnen- en buitenlandse waarnemers geloven dat dit te maken had met het feit dat de regering, als de kans zich zou voordoen, een referendum wil organiseren om de grondwet te wijzigen om onder meer het verbod op een derde presidentieel mandaat te schrappen.

Congo’s politieke landschap is totaal versplinterd, zowel de oppositie als de meerderheid zijn verdeeld. De grens tussen de twee is trouwens een beetje absurd geworden: na elke onderhandelingsronde sinds 2013 zijn er mensen uit de oppositie in de regering gestapt, terwijl belangrijke personaliteiten en groepen uit de meerderheid naar de oppositie overstaken. Het lijkt een contradictio in terminis, maar de vele pogingen om de politieke actoren dichter bij elkaar te brengen, hebben het landschap steeds verder verdeeld. En eerlijk gezegd lijken bijzonder weinig onder hen gehaast om de verkiezingen effectief snel te organiseren.

***

Binnen de meerderheid heerst er verdeeldheid over de positie van president Kabila. Een eerste groep leiders vindt dat men het presidentschap ten allen prijze binnen de eigen groep zoals die nu bestaat moet houden. Maar onder hen zijn er die denken dat dit alleen maar kan door Joseph Kabila als boegbeeld te bewaren. Anderen vinden dan weer dat ze als groep alleen aan zet kunnen blijven door Kabila te laten opvolgen door een dauphin. En toevallig vinden die laatsten dan meestal elk van zichzelf dat zij de persoon zijn die de beste troeven in handen heeft om Kabila’s kroonprins te worden.

Een tweede groep binnen de meerderheid is ervan overtuigd dat het regime te onpopulair geworden is om met Kabila of een van zijn acolieten door te gaan, en dat ze de meerderheid moeten opengooien, liefst door iemand aan boord te nemen die er tot voor kort deel van uitmaakte. Wie precies, daarover zijn de meningen verdeeld. Sommigen denken eerder aan Kamerhe, anderen dan weer aan Katumbi.

Maar met wie worstelt de meerderheid het meest?

  • Niet met de uitdagers van 2006. Bemba zit in een cel van het Internationaal Strafhof. Bij ons onderzoek voelden we aan dat zijn aura bij een deel van zijn achterban intact was gebleven. Zijn schaduw hing nog steeds zwaar over Kinshasa. Maar zijn zaak is beslecht, hij is veroordeeld en komt niet terug.
  • Niet met de uitdagers van 2011. De UDPS werd verzwakt door Tshisekedi’s afwezigheid om gezondheidsredenen. Zijn terugkeer naar Kinshasa in juli 2016 had hem weer helemaal centraal op de politieke kaart gezet. Maar de interne strijd binnen de partij rond zijn politieke erfenis was al lang voor zijn dood voelbaar, en barstte inderdaad volop los na zijn overlijden.
  • Kabila worstelt in de eerste plaats met het democratische gehalte van zijn eigen overwinning van 2006 en met zijn gefrustreerde medestanders die in de loop der jaren hebben afgehaakt. Velen hebben de verkiezingen van 2006 vrij en eerlijk genoemd, en vonden dat de Congolese democratie weliswaar embryonair was maar het toch verdiende te worden gesteund. Dit gevoelen werd belichaamd door politici in het winnende kamp van wie Congolese en buitenlandse waarnemers vonden dat ze een bijdrage te leveren hadden in een democratiseringsproces. Mensen als Vital Kamerhe, Olivier Kamitatu, Pierre Lumbi, Abbé Malumalu, Moïse Katumbi, Christophe Lutundula, Charles Mwando Simba en zo meer. Deze mensen hebben allemaal het regime verlaten. De as Kamerhe-G7-Katumbi (die overigens nog niet bestaat, het water blijft diep tussen Kamerhe en Katumbi) heeft het potentieel om allianties te sluiten, zowel binnen de traditionele oppositie als binnen wat nog rest van de meerderheid, om zo te komen tot een brede coalitie die het politieke landschap hertekent.

Kabila blijft natuurlijk wat hij altijd al was: een militair wiens regime met de wapens de macht veroverd heeft, en die in eerste plaats binnen een militaire logica functioneert en handelt op basis van reële machtsverhoudingen. Hij stapte in het Sylversterakkoord omdat er geen andere opties waren (tenzij zichzelf helemaal klem te rijden op dezelfde manier als de Burundese president Pierre Nkurunziza). De kerk blijft door haar moreel leiderschap binnen de bevolking immers een machtsfactor waar rekening mee moet gehouden worden.

Een nieuwe implosie van Congo zou het halve continent ontwrichten.

Ook binnen zijn eigen meerderheid is er veel druk om hem om geen derde mandaat te gunnen, en verschillende donorlanden hadden sancties en maatregelen aangekondigd als dit akkoord er niet zou komen.

Ook sommige van de buurlanden die beschouwd worden als Kabila’s bondgenoten (Angola in de eerste plaats) hebben hem eind 2016 het mes op de keel gezet omdat ze weten dat hij niet langer de stabiliteit van Congo kan garanderen: een nieuwe implosie van Congo zou het halve continent ontwrichten.

© MONUSCO/Sylvain Liechti (CC BY-SA 2.0)

Inlanse vluchtelingen van een van de vele conflicten in de Democratische Republiek Congo zetten hun kamp op buiten Goma, Noord-Kivu

Een dramatische ontwikkeling begin 2017 was de escalatie van de situatie in de Kasai. Het is al een paar jaar duidelijk dat de Congolese staat de capaciteit verloren heeft om te reageren, laat staan te anticiperen, op lokale conflictdynamieken. Ze zit geklemd tussen enerzijds een lokale administratie die wel bestaat maar door gebrek aan middelen en legitimiteit niet operationeel is, en anderzijds het feit dat ook de traditionele structuren binnen de gemeenschappen, de zogenaamde “pouvoir coutumier”, op vele plaatsten gecontesteerd zijn. Daardoor kunnen ze makkelijk gemanipuleerd worden. En dat is precies wat er gebeurd is in de Kasai.

In augustus 2016 probeerden de autoriteiten een lokale opvolgingskwestie in de Kasai naar hun hand te zetten door een vertrouweling naar voren te schuiven in de plaats van Kamwina Nsapu, een chef op een zeer lokaal niveau. De legitieme kandidaat had echter zoveel steun dat er een beweging op gang kwam die, ook nadat Nsapu door de autoriteiten was doodgeschoten, de wapens tegen Kabila opnam. De overheid reageerde met buitensporig geweld.

Op enkele maanden tijd was een erg lokaal conflict uitgegroeid tot een gewapende opstand die vier, vijf provincies bestreek.

De laatste maanden van 2016 waren er regelmatige confrontaties, en vanaf januari 2017 werd het confict permanent. In februari en maart groeide de golf van geweld exponentieel. Op enkele maanden tijd was een erg lokaal conflict op zeventig kilometer van Kananga uitgegroeid tot een gewapende opstand die vier, vijf provincies bestreek. Duizenden mensen zijn vermoord (onder wie Michael Sharp and Zaida Catalan, twee leden van het VN-expertenpanel die onderzoek deden naar de schendingen van de mensenrechten en de link tussen het geweld, de nationale politiek en het Congolese leger) en er zijn tientallen massagraven ontdekt.

De omstandigheden waarin het conflict rond Kamwina Nsapu escaleerde, zijn eigenlijk overal in Congo aanwezig, en toen ik in juli 2017 aan een aantal Congolese en internationale prominenten vroeg of er plekken waren in het land waar we gerust konden zijn dat een dergelijke dynamiek zich niet zou voordoen, was het antwoord, onthutsend en eensluidend: ‘Neen. Een dergelijk fenomeen kan in de komende maanden in principe overal voorkomen.’

***

Op het moment dat ik de Nederlandse vertaling van mijn boek afwerk, heeft het electorale proces alle geloofwaardigheid verloren. Meerderheid noch oppositie geven blijk van visie en zijn intern zeer verdeeld. De politieke scene is vervreemd van de bevolking, die niet langer gelooft dat de politici met hun problemen bezig zijn. In de volkswijken van de steden stapelt zich een woede op waarvan ik me afvraag hoe en wanneer die zal uitbarsten. In de rurale gebieden heeft de staat alle capaciteit verloren om met lokale conflictdynamieken om te gaan, met als gevolg totaal ontspoorde situaties zoals in Beni en Kasai.

Congo is en blijft een rollercoaster van gebeurtenissen en emoties, een land waar men altijd het onverwachte moet verwachten. Maar de constanten blijven: een lijdende bevolking en een politieke bovenlaag die zich bezondigt aan het ergst mogelijke wanbeheer, en die in functie daarvan de grondoorzaken van de conflicten niet aanpakt. De nabije toekomst ziet er somber uit voor Congo.

Een deel van het terreinwerk rond dit boek is gebeurd met een werkbeurs van het Journalism Fund.

Meer uit het dossier Toekomst voor Congo?

(c) MONUSCO Photos, CC BY-SA 2.0
MO* sprak met mensenrechtenactivist Charis Basoko over zijn visie, zijn passie, zijn liefde voor zijn Congo.
U.S. Mission Photo/Eric Bridiers​
MO* verneemt dat er wordt overlegd of Nikki Haley, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, tijdens haar aanstaande bezoek aan Congo Kabila zal waarschuwen dat het Internationaal Strafho
© Karim Abraheem
‘Een ziekenhuis kan heel rijk lijken, maar heel arm zijn.’ Zo vat Augustin Ntambwe van Artsen Zonder Vakantie de dubieuze staat van veel Congolese hospitalen samen.
© Reuters
Een groep Antwerpse jongeren die zich engageert om tieners te begeleiden met hun huiswerk. De Ebbenhouten Schoen voor de beste voetballer met Afrikaanse roots.

Meest recent van Kris Berwouts

© Kris Pannecoucke
Een wankel Congo bedreigt de hele regio. Angola zal dat niet toestaan.
Samenzweringstheorieën vielen in Congo altijd al in vruchtbare aarde, en daarin speelt de internationale gemeenschap steevast een belangrijke rol.
CC Gie Goris (BY NC 2.0)
Congo is zijn voorspelbaarheid kwijt
De klok tikt in Kinshasa: voor het einde van het jaar zou er een nieuwe, verkozen president moeten zijn in Congo, maar de nationale politiek zit in een impasse, lokale conflicten worden nationale b
VoteTshisekedi (CC BY 2.0)
Etienne Tshisekedi: Sterft met de man ook de hoop?
Gisteren overleed de legendarische Congolese oppositieleider Etienne Tshisekedi in een Brussels ziekenhuis.
Orquesta Chekara
Ouderwets kerstsprookje of harde realpolitik: Akkoord van de laatste kans in Congo
De hele politieke impasse van de Congolese politiek kristalliseerde zich in 19 en 20 december, niet alleen het hopeloos versplinterde landschap, maar ook het feit dat de bevolking helemaal had afge