Het Chileense model van de Chicagoboys

‘Protesten in Chili zijn waarschuwing aan ieder land dat nog meer neoliberalisme wil’

© Alma De Walsche

1,5 miljoen jongeren in Chili (op een bevolking van 18 miljoen) studeren niet, omdat ze het niet konden betalen, en werken niet, omdat ze geen diploma hebben.

Het is laat in de avond wanneer ik in de Chileense hoofdstad Santiago toekom en de taxi me naar een hotel voert. De duisternis waarin de Avenida O’Higgins en de Alameda in het hartje van de hoofdstad zijn gehuld, is ongewoon. De straatverlichting is uitgevallen en de verkeerslichten zijn morsdood. Bushokjes zijn kort en klein geslagen en in brand gestoken.

Pensioenen, gezondheidszorg en onderwijs, pilaren van het neoliberale model in Chili, zijn vandaag het brandhout van de protesten.

De hele omgeving in het centrum draagt sporen van de geweldexplosie bij de betogingen van 18 en 19 oktober. Op de autoroutes zijn de tolhuisjes, symbool van de privatisering van de wegen, in de as gelegd. In de buurt van de Plaza Italia – herdoopt tot het Plein van de Waardigheid – liggen heel wat gebouwen er zwartgeblakerd en half afgebrand bij.

Een van de doelwitten van de brandstichting in deze buurt was het kantoor van Isapre, de private ziekteverzekering.

© Alma De Walsche

Het gebouw in de buurt van het Plein van de Waardigheid van Isapre, de private verzekering voor gezondheidszorg, werd in brand gestoken.

De gezondheidszorg zit, samen met het pensioenstelsel, in het oog van de storm in de opstanden. Op muren en verlichtingspalen, overal is graffiti aangebracht met de slogan No más AFPs, ‘geen AFP’s meer’. De afkorting staat voor Pensioenfondsbeheerders.

Op verschillende plaatsen zie ik hoogbejaarde mensen actief aan het werk: aan de kassa’s of de bediening van de klanten in de supermarkt, in krantenkiosken of informele verkoopstandjes. Met een pensioen van 150 tot 300 euro per maand is het ook in Chili moeilijk rondkomen, en dus blijven gepensioneerden tot op hoge leeftijd actief op de arbeidsmarkt.

En dan is er het onderwijssysteem: in de aanloop naar de explosie kookte het ongenoegen ook al bij de scholieren, die dan al een aantal dagen aan het staken waren.

Ook het onderwijssysteem is grotendeels geprivatiseerd. Studeren kost een fortuin. In het gezin waar ik in Santiago logeer, betaalde de heer des huizes per kind per jaar 18.000 euro (15 miljoen pesos) studiegeld. Gelukkig is de jongste van de drie kinderen de voorbije maand december net afgestudeerd.

Pensioenen, gezondheidszorg en onderwijs: het zijn drie controversiële pilaren van het neoliberale model in Chili, en ze zijn vandaag het brandhout van de protesten.

 

© Alma De Walsche

Hugo Gerter, coördinator van het College van professoren

Bij de bezetting van het Plein van de Tribunalen vat Hugo Gerter, nationaal voorzitter van het College van Professoren, het klimaat als volgt samen:

‘Deze revolte is de uitdrukking van een existentieel inzicht: de mensen willen dit soort leven niet meer, ze willen niet meer zo uitgeperst worden. We willen dit systeem veranderen, daar is het ons om te doen. De mensen zijn het beu, beu, beu!’

Extreem neoliberaal model

Op de campus San Joaquín van de Katholieke Universiteit van Chili (Pontifica Universidad Catolica de Chile, Santiago) is het duidelijk dat het schooljaar ten einde loopt.

De nog nieuwe, stijlvolle gebouwen en de prachtige groene omgeving maken meteen duidelijk dat dit een privé-universiteit is, een instelling van standing. Rond deze tijd van het jaar (in december begint de zomervakantie) valt er weinig activiteit te bespeuren. Enkele studenten zoeken de schaduw op langs de brede lanen, jonge koppeltjes genieten in het gras.

Ik heb hier een afspraak met Manuel Gárate, historicus en professor politieke wetenschappen. Hij deed onderzoek naar de Chileense Chicagoboys en schreef er een lijvig werk over: La revolución capitalista de Chile.

De Chicagoboys?

Ze zijn een begrip in Chili en zijn gelinkt aan de Katholieke Universiteit van Chili: de Chicagoboys. In de jaren 1950-1954 tekende deze onderwijsinstelling een overeenkomst met de Universiteit van Chicago, die ook ondersteund werd door het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten. Het moest helpen om het liberale gedachtegoed in de Amerika’s te verspreiden.

Door de overeenkomst gingen heel wat Chilenen naar Chicago om te studeren. Wie in Chicago gevormd was, had aanzien in economische kringen in Chili. De studenten kregen een bad in de liberale visie van Milton Friedman, waarbij de economie de grondslag legt van de samenleving en politiek volledig in dienst komt te staan van het economische model.

De Chicagoboys waren in die tijd onorthodox en gedurfd ten aanzien van de andere Chileense economen. De kandidaat van rechts die het in de verkiezingen van 1970 opnam tegen Salvador Allende, Jorge Alessandri, kreeg van de Chileense Chicagoboys een economisch programma aangeboden. Maar hij bedankte omdat hij het te radicaal vond. Het was dictator Pinochet die enkele jaren later het model opnam in zijn beleid, vooral onder impuls van de marine, die sterke banden had met de Chileense zakenwereld.

De Chicagoboys zijn bovendien een generatie economen die bovendien opgroeide in het tijdperk van het communisme, de Koude Oorlog en de wapenwedloop.

Honderden Chilenen trokken in de loop van die jaren naar Chicago en keerden terug met een doctoraat in de economie of met een Master in Bussiness Administration (MBA’s). Deze MBA’s modelleerden de zakenwereld in Chili naar de nieuwste inzichten van Friedman, zoals ze die in Chicago hadden geleerd.

Huidig president Piñera, net 70 geworden tijdens deze oktoberrevolutie, behoorde tot de oppositie tegen de dictatuur van Pinochet. Maar hij heeft altijd de visie van de Chicagoboys gedeeld. Zijn familie is diepgeworteld in de Chileense zakenwereld die de politiek bedient en die door de politiek bediend wordt, zoals uit corruptieschandalen is gebleken.

 

‘Hier in Chili is het neoliberale model tot zijn meest extreme verwezenlijking gebracht,’ zegt Gárate. ‘Het is een model waarin de staat wordt gezien als een bedrijf, el estado subsidiario. ‘Het betekent dat de tussenkomt van de staat minimaal is, alleen wanneer het voor de private sector niet interessant is om zaken te doen. Niemand van de middenklasse of de hogere klasse doet beroep op onderwijs of gezondheidszorg van de staat.’

Het neoliberale model heeft er wel voor gezorgd dat de extreme armoede gedaald is van 40 naar 10 procent.

Dat betekent meteen ook dat de sociale klassen in Chili zich niet mengen, en dat je een erg gesegregeerde samenleving krijgt. Dat is zo sinds de kolonisatie, maar de dictatuur (van Pinochet, 1973-1990, red.) heeft dat patroon versterkt.

Dit model heeft voor een sterke economische groei gezorgd, vooral in de jaren negentig. Een groei tot acht procent per jaar en schitterende macro-economische cijfers. Maar die rijkdom was ongelijk verdeeld: meer dan 50 procent van het bruto nationaal product gaat naar de 10 procent rijksten.

Het model heeft er wel voor gezorgd dat de extreme armoede gedaald is van 40 procent naar 10 procent. Er vielen meer kruimels van de tafel.

Een grote groep is daardoor deel gaan uitmaken van de middenklasse, maar in een heel precair statuut. Het loon van deze mensen is onvoldoende hoog om goede dienstverlening te kopen. En wanneer ze hun werk verliezen of ziek worden, tuimelen ze opnieuw in de armoede. Ze hebben geleerd te consumeren, maar die consumptie drijft voor 50 procent op een berg schulden.

Het is vooral die groep die vandaag protesteert en vindt dat dit geen leven is.

© Alma De Walsche

In de Chileense stad Valparaiso is de ongelijkheid in een oogopslag zichtbaar. De rijkdom is ongelijk verdeeld: eer dan 50 procent van het bruto nationaal product gaat naar de 10 procent rijksten.

Veertig procent van je laatste salaris

Waarom de protesten net nú uitbraken, heeft volgens Gárate veel te maken met het pensioenstelsel. Het systeem van de Pensioenfondsbeheerders (AFP) is ingevoerd in 1981. De eerste generatie die volgens dit systeem met pensioen gaat, dient zich nu aan en voelt zich bedrogen door het systeem.

© Alma De Walsche

Gárate: ‘Elke werknemer spaart zijn pensioen op een individuele rekening. Het is een soort spaarrekening, beheerd door het privébedrijf AFP. De werknemer/spaarder draagt tien procent van zijn loon af aan de AFP, die daar één procent afneemt voor administratiekosten.’

‘De belofte was dat het bijeengespaarde bedrag, eenmaal aangekomen op je pensioengerechtigde leeftijd, zou volstaan voor de resterende twintig jaar van je leven. En dat je kon rekenen op een pensioenuitkering even hoog als je laatste salaris. Maar vandaag blijkt dat dit lang niet het geval is. Vaak is het nog geen veertig procent van dat salaris.’

‘Zolang mensen werk hebben, kunnen ze overleven, zij het op basis van schulden’, zegt Manuel Gárate. ‘Maar eenmaal met pensioen komen ze in de problemen, want dan beginnen ook de hogere uitgaven voor gezondheidszorg. Zelfs als professor aan de universiteit ga ik een laag pensioen hebben in dit AFP-systeem.’

‘De mensen die een redelijk loon hebben, proberen daarmee een eigendom te verwerven of op een andere manier te sparen. Maar dat betekent een constante stress tijdens je actieve loopbaan, want in het begin heb je misschien eerst nog schulden van je studies af te betalen.’

Het kapitaal van de pensioenfondsen is bestemd om de Chileense bedrijfswereld te financieren.

In de regeerperiode van Michelle Bachelet (2008-2009) kwam er een kleine aanpassing aan het pensioensysteem, voor meer solidariteit, omdat men de problemen zag aankomen. De overheid keurde toen een solidariteitsbijdrage aan de gepensioneerden goed, maar die bijdrage wordt gefinancierd door de staat, door de belastingbetaler dus.

Dit pensioensysteem zit volledig verweven met de zakenwereld. Het kapitaal van de AFP-pensioenfondsen is bestemd om de Chileense bedrijfswereld te financieren. De grote naamloze vennootschappen van Chili zoeken geen financiering bij de banken, maar worden door de pensioenfondsen gefinancierd.

Gárate: ‘Als systeem voor de sociale zekerheid is dit nefast, omdat er geen enkel solidariteitsbeginsel is ingebouwd. Dit systeem is ontworpen om voordeel op te leveren voor de bedrijfswereld, niet voor de gepensioneerden.’

Vrouwen zijn een risico

Op de radio hoor ik een debat over de gezondheidszorg. ‘Gezondheid is een recht, en daarover moet het gaan wanneer we een nieuwe grondwet opmaken’, betoogt een vrouw in een vurig pleidooi.

Vandaag is gezondheidszorg in Chili allesbehalve een recht. Het is kille koopwaar, beheerd door de Isapre’s, private ziekteverzekeringen. Ze nemen zeven procent van het loon voor zich.

Die instellingen werken ongeveer als een autoverzekering: de Isapre’s nemen geen “risicoklanten” aan, mensen die eerder al een ernstige ziekte hadden, want dat is financieel niet interessant. Iemand met kanker kan geen klant worden bij de Isapre.

Vrouwen moeten ook een veel hogere bijdrage betalen, want zij lopen het risico zwanger te worden en meer geneeskundige zorgen nodig te hebben. Vanuit de marktlogica gezien, zijn ze een grotere risicofactor. Gárate: ‘En daarna vragen politici zich af: “Hoe kan het dat het geboortecijfer omlaag gaat?”’

Het alternatief voor een Isapre is Fonasa, de mutualiteit van de overheid. Maar dan is de zorg navenant, met ellenlange wachtlijsten. Vaak is de patiënt al overleden tegen de tijd dat hij eindelijk aan de beurt is voor een operatie.

© Alma De Walsche

Private verzekeraars noemen het systeem van de gezondheidszorgd fantastisch, maar het creëert veel ongelijkheid.

Daarbovenop komt nog een soort van kartelvorming: de Isapre’s zijn ook eigenaar van klinieken en ziekteverzekeringen. Ze hebben ook nog eens financiële belangen in de farmaceutische industrie en de hele keten van apotheken. In Chili heet dat “verticale integratie”.

Gárate: ‘Medicijnen zijn heel duur. De staat heeft op geen enkele manier controle over de prijs, die wordt bepaald door vraag en aanbod. Alle internationale laboratoria weten dat ze in Chili veel geld kunnen verdienen.’

En om het model helemaal stevig te verankeren, controleren de AFP’s en de Isapre’s ook de grote media en stellen ze dit alles voor als een fantastisch systeem.

Genoeg is genoeg

‘Met de terugkeer naar de democratie hebben mensen de mogelijkheid gekregen om te gaan stemmen en te consumeren, maar ze hebben geen sociale rechten gekregen.’

Met de terugkeer naar de democratie in 1990 is het Chileense economische model ongewijzigd gebleven, omdat de macht van de militairen nog heel groot was. Maar ook omdat men erin geloofde dat dit het beste model was om groei te realiseren. De Muur was pas gevallen in 1989, en het neoliberale kapitalisme ging triomferen over heel de wereld.

‘Het was ook niet mogelijk om dit te veranderen, omdat het model verankerd zat in de grondwet’, legt Gárate uit. ‘Er zou een is tweederdemeerderheid nodig geweest zijn, en die hadden ook de centrum-linkse regeringen van Bachelet en (Ricardo, red.) Lagos niet. En als ze die toch hadden gehaald, dan kon rechts nog altijd beroep aantekenen bij het grondwettelijk hof.’

‘Dit is een samenleving waarin alle domeinen van het maatschappelijk leven geprivatiseerd zijn en waarin het sociale web helemaal uit elkaar is gevallen. Het is een systeem dat mensen over de hele lijn uitperst’, analyseert Manuel Gárate.

‘Met de terugkeer naar de democratie hebben mensen de mogelijkheid gekregen om te gaan stemmen en om te consumeren, maar ze hebben geen sociale rechten gekregen. Elders ter wereld zijn er protesten tegen de afbraak van de sociale rechten, hier komen de mensen op straat om sociale rechten te verkrijgen.’

Heeft de explosie van de volkswoede de geloofsovertuiging van de Chicagoboys, de president inbegrepen, aan het wankelen gebracht? Gárate: ‘Misschien toch wel, al zal het heel moeilijk zijn om het systeem te veranderen. Het gedachtegoed van de Chicagoboys heeft zich in Chili vertaald in common sense. Thomas Piketty en Joseph Stiglitz worden hier als socialisten of communisten beschouwd.’

‘Al verandert deze crisis dat perspectief enigszins. Er zijn bedrijfsleiders die inzien dat ze wel eens alles zouden kunnen verliezen als ze niet bijsturen. Bovendien neemt de economische groei ook af. Die is gedaald tot drie procent en zou dit jaar wel eens verder kunnen dalen tot twee procent.’

Een crisis van de toekomst

In de ogen van zittend president Sebastián Piñera en van de Chicagoboys leek Chili op weg om een land van de “Eerste wereld” te worden. Het zou dit jaar toetreden tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

‘Chili is een anti-voorbeeld voor de samenleving, voor wat er gebeurt wanneer alles verandert in marktwaarde.

Chili kampt eerder met een probleem van obesitas en vergrijzing dan van ondervoeding en analfabetisme. ‘Maar we hebben wel hongerpensioenen en een pensioensysteem dat armen produceert’, merkt Gárate op. ‘Chili heeft ook een hoog cijfer van zelfmoorden bij bejaarden, waarbij de doodsoorzaak verdoezeld wordt. Men noemt het dan “euthanasie”.’

‘Chili is een anti-voorbeeld voor de samenleving, voor wat er gebeurt wanneer alles verandert in marktwaarde. Dit moet een waarschuwing zijn voor de wereld, overal waar men nog meer wil privatiseren.’

Gárate studeerde zelf een aantal jaar in Parijs en waarschuwt: ‘Ook de Franse president Macron moet goed nadenken vooraleer hij de rechten van de burgers nog meer wil inperken en de staat volledig ten dienste wil stellen van het kapitaal en de financiële wereld.’

De woede van de protesten gaat volgens Gárate ook over het gebrek aan perspectief. ‘De crisis van de schulden is een crisis van gebrek aan toekomstperspectief. Deze crisis maakt duidelijk dat veel Chilenen beseffen dat het niet enkel een economisch probleem is maar een institutioneel probleem, verankerd in de grondwet. Vandaar die eis voor een nieuwe grondwet. Dit is de eerste keer dat er een reële opportuniteit komt om dit systeem te herzien.’

Nihilistische en wetteloze jongeren

Er is nood aan een positief signaal van de regering, vindt Gárate. ‘President Piñera zou een symbolische daad moeten stellen. Bijvoorbeeld het kwijtschelden van de schulden aan de studenten. Het kan toch niet zijn dat men zich in de schulden moeten steken om aan basisbehoeften te voldoen?’

‘Dit is een staat ten dienste van de vrije markt en het kapitaal, die geen enkele grens stelt.’

Op dit ogenblik lijkt de regering enkel maar geneigd om de persoonlijke vrijheden verder in te perken.

Een positief signaal is uiterst belangrijk, want de huidige situatie is niet zonder risico’s. Chili heeft voor de eerste keer te maken met een beweging zonder hoofd en zonder duidelijk project. Het is een moment van woede en afkeer, de emmer is overgelopen.

1,5 miljoen jongeren in Chili (op een bevolking van 18 miljoen) studeren niet, omdat ze het niet konden betalen, en werken niet, omdat ze geen diploma hebben. Veel jongeren geloven helemaal niet meer in het systeem. Ze geloven ook niet dat deze crisis via institutionele weg kan opgelost worden.

© Alma De Walsche

Het geweld van de voorbije weken is gedeeltelijk daardoor te verklaren, volgens Gárate. ‘Ik ben bang dat jongeren die het niet meeer zien zitten, op een dag de wapens zullen opnemen. Zonder ideologie, gewoon uit nihilisme, omdat het niet meer volstaat om stenen te gooien.’

‘Dan komen we terecht in wetteloosheid, en dat is wat het neoliberalisme voortbrengt. Het kapitalisme is een goed systeem om rijkdom te produceren, maar het is volkomen asociaal, tenzij je een sterke staat hebt die het verplicht om sociaal te zijn. Hier hebben we een staat ten dienste van de vrije markt en het kapitaal, die geen enkele grens stelt.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.