Op bezoek in de Rohingya vluchtelingenkampen van Cox's Bazar

We gaan hier in Bangladesh nog lang werk hebben

© Jef Van Hecken

Jef Van Hecken, vrijwilliger voor Wereldsolidariteit, bezocht op 8 en 9 januari 2018 onder meer de vluchtelingenkampen Moynarghona, Baghghona, Putibunia, Balukhali en Katupalong.

Op het eerste zicht valt de chaos die ik verwachtte nogal mee. Aan de ingang van het kamp worden we even door vriendelijke militairen tegen gehouden. Maar dat blijkt vooral te zijn omdat uit tegenovergestelde richting een vier maal vier komt aangeschud en de beige aarden weg is nu niet van de breedste.

Bovendien moet die weg door iedereen gedeeld worden: de jeeps van de donoren, de riksja’s en andere fietsers, de karren die pak en zak vervoeren, spelende kinderen, en de vele voetgangers. Niet te doen als het regent, denk ik dan. Dan schuift alles onderuit. En precies op dat moment passeren we rechts een flinke hoop grond die naar beneden geschoven is en nu de weg half blokkeert. Ik mag er niet aan denken wat dat in het regenseizoen gaat geven.

‘Voorheen was dit een heel uitgestrekt woud, waar olifanten rond liepen. Nu is alle groen weg. Een woestijn die op enkele weken tijd overbevolkt is geraakt.’

Ik draai me 360° rond. Alle heuvels rondom mij zijn nu begroeid met zwarte, modderbruine en vuilwitte plastiek, met touwen en ondersteund door wat bamboepalen naar beneden gehouden. Shelters noemen ze dat. Inderdaad, veel meer dan beschutting tegen regen en wind is het niet. ‘Voorheen was dit een heel uitgestrekt woud, waar olifanten rond liepen’, vertelt Nasima van Gonoshasthaya Kendra (GK). ‘Nu is alle groen weg; geen knuppeltje hout meer te bespeuren. Een woestijn die op enkele weken tijd overbevolkt is geraakt.’

Deze kranige jonge fysiotherapeute is al sinds begin september onafgebroken in Cox’s Bazar en coördineert ondertussen vijftien medische kampen van GK. ‘De situatie is nu min of meer stabiel’, gaat Nasima verder. ‘De fysische kwetsuren, gevolg van het soms dagenlang vluchten door de jungle, zijn verholpen. Voedsel is er ondertussen genoeg. En aan kleding is er ook geen gebrek, al dient gezegd dat met de koude wintertemperaturen nog extra moet ingezet worden op de verdeling van dekens. Maar in deze kampen moeten we vooral heel intensief blijven inzetten op het verlenen van medische zorgen; ook preventief.’

© Jef Van Hecken

Een GK-verpleger stopt me een masker in de hand. ‘Je ziet het. Iedereen draagt het’, verdedigt Nasima. ‘We verwachten van iedere medewerker dit masker te dragen. Preventie is heel erg noodzakelijk in deze kampen.’

In het begin was de chaos compleet. Maar sinds het leger de organisatie van de kampen op zich genomen heeft, is er veel verbeterd op korte tijd. Dat is ook te merken bij de bedeling van de hulpgoederen, op een centrale plaats in het kamp. Enkel de op voorhand uitgenodigde mahjee’s (per ongeveer 100 gezinnen is er iemand aangeduid die deze gezinnen vertegenwoordigt) komen tussen de smalle bamboe afsluiting naar voren en krijgen een pakket toegestopt. Niet iedereen begrijpt dat systeem en dat leidt dan wel eens tot scheldpartijen en heen en weer geroep. Maar de militairen zijn duidelijk meer gewoon en behouden de kalmte.

Voor wie ooit in een slum rondgelopen heeft: dit is een beetje vergelijkbaar. Maar de basisinfrastructuur voor water en elektriciteit is nog een beetje zwakker.

Het is vreemd als je door de geïmproviseerde straatjes loopt; een beetje op en af zoals je langs kleine wandelpaadjes door een gezond Vlaams bos loopt. Hier zijn de frisgroene bomen vervangen door bestofte geïmproviseerde krotten. Voor wie ooit in een slum rondgelopen heeft: dit is een beetje vergelijkbaar. Maar de basisinfrastructuur voor water en elektriciteit is nog een beetje zwakker.

Ik wandel verder de heuvel op, langs in de harde grond uitgestoken treden. “Age Friendly Space” en een beetje verder “Women Friendly Space”. Het is duidelijk dat in dit kamp ouderen en vrouwen tot de meest kwetsbare groepen gerekend worden.

© Jef Van Hecken

We komen terug op een wat grotere weg. Achter een flinke omheining omboorden grote tenten een groot open terrein. Een school! Weeskinderen worden hier door internationale ngo’s opgevangen. Kinderen krijgen zelfs les; lezen en schrijven. Iets waar ze in Myanmar van verstoken bleven omdat de overheid daar onderwijs voor Rohingya’s niet toelaat. Dat moet voor die kinderen een hele belevenis zijn en het verwondert me dan ook niet dat ze met grote groepen en heel gedisciplineerd les volgen.

Precies op het moment dat we het medisch kamp van GK bereiken, wordt een oude man binnen gebracht. Hij is duidelijk zelf te zwak om zich te verplaatsen en daarom hebben enkele vrijwilligers van Help Age een draagberrie gemaakt en hem tot bij deze hulppost gebracht. Een beetje later wordt een oudere vrouw afgezet. Met stoel en al opgepakt en in een doek gehangen. Het is behelpen, maar het lukt wel.

‘Oude mensen hebben het bijzonder lastig’, legt Diman uit. Hij kwam als psycholoog sinds begin november in het kamp. ‘Velen onder hen hebben de oversteek met moeite gehaald; volledig uitgeput, zowel fysisch als mentaal. Ik heb mensen gezien die de eerste uren zelfs de kracht niet meer hadden om iets te eten. En nu ze hier zijn, vrezen ze dat ze hun laatste adem niet in hun geboortestreek kunnen uitblazen, maar in een vreemd land. Dat is bijzonder moeilijk voor hen.’

‘Vrouwen hebben het ook niet makkelijk. Bij hen zijn slaapproblemen de meest gehoorde klachten’, verduidelijkt Shanjida die de psychologische hulpverlening in de GK kampen coördineert. ‘Velen hebben trauma’s van wat ze meegemaakt hebben. Niet zelden hebben ze moeten toekijken hoe gezinsleden gedood werden. Of ze werden zelf verkracht. En ook nu in de kampen voelen ze zich dikwijls niet veilig. Zeker ’s avonds niet als ze buiten naar toilet moeten. Want niet elke hut heeft eigen sanitair.’

Het is overduidelijk dat de psychologische hulpverlening nog een hele tijd nodig zal zijn.

Het is overduidelijk dat de psychologische hulpverlening nog een hele tijd nodig zal zijn. ‘In het begin was overleven de belangrijkste zorg; voedsel en kleding en verzorgen van fysische kwetsuren. Maar nu komen die mentale problemen meer naar voren. Per dag heeft een psycholoog toch snel zeven vrouwen bij zich, die telkens ongeveer een uur op consultatie zijn. Mannen komen niet zo snel.’

Ondertussen loopt de wachtruimte goed vol. Moeders en kinderen en oude mannen wachten gedisciplineerd hun beurt af om tot bij de dokter te gaan. Kohinur helpt de verpleger bij het maten van de bovenarm van haar dochtertje; een speelse kleuter met guitige oogjes. Het speciale meetarmbandje is duidelijk. Onze kleuter heeft een groeiachterstand. De moeder krijgt een doos Minavit mee, een door GK speciaal ontwikkeld koekje, rijk aan mineralen en vitaminen.

Nasima stopt hen ook een warme sweater toe. ‘Geen luxe voor de koude nachten onder de blote hemel met enkel wat plastiek boven je hoofd.’ Voor Nasima is het zonneklaar. ‘We gaan hier nog heel lang werk hebben. Met zoveel mensen op een kleine oppervlakte in erg moeilijke omstandigheden: dat is vragen om ziektes. Vandaag kreeg ik de melding dat in een van onze GK-kampen drie gevallen van difterie zijn vastgesteld. Er zijn al zo’n honderd mensen aan bezweken. In dit kamp hebben we het onder controle. Maar niemand kan voorspellen voor hoe lang. Een naburig kamp heeft sinds kort te kampen met mazelen en voor diarree hebben we specifieke maatregelen en afzondering moeten organiseren.’

© Jef Van Hecken

Gemiddeld verzorgt GK per medische post ongeveer een kleine honderd per dag. ‘In het begin konden we het echt niet bolwerken’, vertelt Diman. ‘Toen kwamen er soms tot 700 vluchtelingen per dag. De dag van de voedselbedeling komen heel wat minder mensen op consultatie. Eerst eten, dan gezondheid.’ Dat verklaart meteen waarom het op de ene plaats overdruk was en op de andere plaats eerder rustig.

De dag van de voedselbedeling komen heel wat minder mensen op consultatie. Eerst eten, dan gezondheid.

Het wordt me ook duidelijk dat bij de medische hulpverlening nog extra uitdagingen spelen. In Myanmar hadden deze mensen geen toegang tot onderwijs en gezondheid. Dus als ze nu bij de dokter komen, is het niet evident dat de voorgeschreven behandeling gevolgd wordt. Sommigen nemen de medicijnen slechts één keer en denken dan dat ze genezen zijn. Pas als ze nadien vaststellen dat dat niet het geval is, komen ze terug.

‘Het is zo moeilijk om hen dat uit te leggen’, kijkt Nasima bezorgd. ‘Soms mengen ze de pillen van verschillende mensen door mekaar, gewoon omdat ze het niet begrepen hebben en dat is niet enkel een kwestie van taal. In de kampen waar we met de steun van UNHCR werken, kunnen we vrijwilligers van bij de vluchtelingen zelf engageren. En dat helpt een beetje, omdat de mensen dan in hun eigen taal en cultuur de nodige begeleiding krijgen. Maar in andere kampen, die we met de steun van internationale ngo’s inrichten, mogen we van de regering geen vluchtelingen betrekken. Wist ge dat we volgens sommige bronnen niet over “refugees”, maar wel over “forced displaced people from Myanmar” mogen spreken?’

Om vier uur ’s namiddags moeten we het kamp verlaten. ‘Om de veiligheid van de toch al zo kwetsbare bewoners van de kampen te verzekeren’, verklaart Diman deze militaire maatregel. Hij zelf blijft samen met andere GK-helpers in een barak bij de GK medische post overnachten.

Tijdens onze terugrit ontvangt Nasima goed nieuws. De UNHCR (VN Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen) heeft het samenwerkingsverband met GK voor alvast één jaar verlengd. Ik weet niet goed hoe te reageren. ‘Het klinkt misschien vreemd, maar toch. Proficiat, Nasima, voor jou en je 304 medewerkers. Dat is een opsteker van formaat, want een erkenning dat jullie goed bezig zijn!’

* * *

Grote vraagtekens bij terugkeerplan Rohingya’s

Een bilaterale werkgroep heeft deze week een akkoord bereikt over de terugkeer van de Rohingya naar Myanmar. In het akkoord tussen beide landen is voorzien dart dit twee jaar zal duren. Maar vele betrokkenen twijfelen sterk dat dit zal lukken. De terugkeer zou dinsdag 23 januari van start gaan, maar sinds vorige woensdag zijn nog zeker 100 mensen uit Myanmar toegekomen, op zoek naar veiligheid in Bangladesh. Deze verdere toestroom van Rohingya’s is het beste bewijs dat er nog geen veilige basis is om terug naar Myanmar te gaan.

Dat blijkt de zorg niet te zijn van de onderhandelaars. Bangladesh wil zo snel mogelijk de Rohingya’s terug. In de eerste voorstellen was er zelfs sprake van 10.000 per week. Myanmar aarzelt en wil zo snel niet gaan. Zij wilden slechts 300 gescreende vluchtelingen terug nemen.

Bij het akkoord over de terugkeer is de VN niet betrokken en dat baart grote zorgen. Er wordt gevreesd dat de vluchtelingen in opvangkampen terecht komen, waar ze in een open gevangenis worden geïsoleerd. Precies om dat te voorkomen wil de VN betroken worden bij het repatriëringsproces. De vrees bestaat dat de Rohingya’s niet in detentiekampen belanden. Er wordt gepleit voor vrijwillige terugkeer, maar zolang er nog vluchtelingen toekomen, ziet het er niet naar uit dat er veel hun vinger zullen opsteken om terug te gaan. De meer dan 100 vluchtelingen de voorbije week getuigen nog steeds dat ze alles hebben moeten achterlaten omdat de militaire operaties tegen hun dorpen verder duren.

Ouderen met een eisenpakket

Een groepje ouderen in Kutupalong, waar het merendeel van de Rohingya’s verblijven, heeft ondertussen een eisenpakket samengesteld en overgemaakt aan de bilaterale werkgroep. Zij vertegenwoordigen zo’n 40 dorpen in Myanmar. Alvorens terug te keren, moet aan volgende eisen voldaan zijn:

  • het verlenen van staatsburgerschap, net zoals de andere minderheden in Myanmar
  • teruggave van de grond waarop Rohingya’s sinds generaties wonen, en van de bezittingen of een vergoeding daarvoor indien ze niet meer bestaan (wegens plundering of brand)
  • het vrijlaten van onschuldige Rohingya’s die onterecht als terroristen beschuldigd worden
  • het straffen van de militaire verantwoordelijken voor het begaan van moorden, branden, verkrachtingen en andere schendingen van de fysieke integriteit

Er kan dus een groot vraagteken geplaatst worden bij de aanpak en organisatie van de terugkeer. Een Gordiaanse knoop moet ontward worden. Als morgen de terugkeer van start gaat, dan kunnen zeer grote vragen gesteld worden bij het zelfs maar enigszins tegemoetkomen aan de gestelde eisen. Benieuwd of de rest van de wereld de andere kant blijft uitkijken.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur