Geert Van Istendael stapt 2018 binnen

Alle lezers zij een Gelukkig Nieuwjaar gewenst

© Brecht Goris

Geert Van Istendael

Het is niet dat je je wensen voor werkelijkheid moet nemen. 2017 was allesbehalve een gelukkig jaar en wie nog durft te kijken en te luisteren zal niet bijster opgewekt 2018 binnenstappen.

Er bestaat een oude cartoon, waarop je een ei ziet. Het ei barst. De kop van een kuikentje komt tevoorschijn. Kuikentje kijkt links. Kuikentje kijkt rechts. En kruipt weer zijn ei in.

De tekening werd gemaakt in de jaren zestig van vorige eeuw, dus meer dan vijftig jaar geleden. Blijkbaar had je ook toen al niet te veel redenen om juichkreten te slaken bij de toestand van de wereld. Hela, hola, hoezo? Spreken we niet altijd over de gouden jaren zestig? In de ogen van hen die toen de wereld bekeken en beschreven, schitterde het goud toch iets minder dan we het nu willen geloven.

Mooie tijd of schone schijn

Je kunt de voorbeelden vermenigvuldigen. Neem de belle époque, dat is meer dan honderd jaar geleden, de jaren voor 1914. Was het toen werkelijk zo belle? Midden in het mooie tijdvak schreef August de Winne zijn reportages over zwarte armoe, kinderarbeid, ondervoeding en dergelijke in Vlaanderen.

‘Waag ik het in deze vreselijke tijd nog mijn medemensen iets aardigs toe te wensen?’

In de Waalse Borinage leefden de mensen al even miserabel. Over Kongo zal ik het maar beter niet hebben. Na 1918 kregen we les années folles, goldene Zwanziger (alweer goud), roaring twenties. Klinkt stimulerend. Even kijken: hyperinflatie en politieke moorden in Duitsland, fascisme in Italië, hongersnood in de Sovjet-Unie, gangsterbendes in de Verenigde Staten, burgeroorlog in China.

En nooit was er een veilig ei om er weer in te kruipen, weg van de boze wereld. Toen niet. Nu niet. Waag ik het in deze vreselijke tijd nog mijn medemensen iets aardigs toe te wensen?

Na al die kernproeven van Noord-Korea (maar in de gouden jaren zestig probeerden de Russen waterstofbommen, de Amerikanen hadden dat al eerder gedaan). Na al die aanslagen van IS en andere schurken (maar de anni di piombo, de loden jaren, bijvoorbeeld, begonnen, ook al in de gouden jaren zestig, met de aanslag op de Piazza Fontana in Milaan, zeventien doden, achtentachtig gewonden). Na al die milieurampen (maar wat te denken van Seveso, dat is jaren zeventig, en van Tsjernobyl of Bhopal, beide jaren tachtig).

Na al die oorlogen (maar in de jaren zestig en alle jaren daarna waren oorlogen uit voorraad leverbaar: Vietnam, de zesdaagse oorlog, Biafra, enz. enz. enz.). Hoe hebben wij in vredesnaam die vreselijke twintigste eeuw overleefd? De zaak is, miljoenen mensen hebben het onheil niet overleefd, neergeschoten, ontploft, vergast, vergiftigd, verhongerd.

Vervloekte hoop

En toch waag ik het te wensen, anders kan ik me net zo goed ophangen aan een van de kale winterbomen die ik door het raam van mijn nieuwe werkkamer zie. Meer nog, ik heb de plicht te wensen. Toen Pandora (haar naam betekent onder meer, zij die alle gaven schenkt) haar beruchte doos opende, vlogen alle mogelijke rampen de wereld in.

De hoop bleef liggen op de bodem van haar doos. Meer hebben we niet. Weliswaar is volgens mijn geliefde en bewonderde vijand Nietzsche dat nou net het erge. Die vervloekte hoop brengt ons ertoe ons door dit ellendige leven voort te slepen tot het onvermijdelijke einde. Ik werp nog een blik op de bladerloze bomen en besluit Nietzsche deze keer ongelijk te geven. Ik hoop. Dus ik wens.

‘Ik hoop dat ik er stilletjes bij mag zitten en lekkere beetjes mag scheppen op de borden van de kleinkinderen.’

Mijn kinderen wens ik wijsheid, kracht en durf in het werk en vele warme maaltijden thuis met groot kabaal van kinderstemmen en klinkende glazen onder de damp van potten en pannen gevuld met louter heerlijkheden. Ik hoop dat ik er stilletjes bij mag zitten en lekkere beetjes mag scheppen op de borden van de kleinkinderen.

Die kleinkinderen wens ik een gouden jaar, dat bezielde leraressen en leraren hun leren de wonderen der natuur en wonderlijke talen en de mysteriën van de wiskunde te doorgronden, zang wens ik hun en boeken als poorten die opendraaien, boeken als mistige heuvels, boeken vol echo’s van lokkende toverspreuken, en spel wens ik hun, vermetel, stormachtig, spannend spel.

Mijn vriendinnen en vrienden, mijn broers en zus, mijn zwagers en schoonzussen, mijn mede-oma’s en –opa’s (die lijken zich in deze onvaste tijden wonderbaarlijk te vermenigvuldigen, ach, des te beter) wens ik in grote trekken hetzelfde, zij het voor die laatsten misschien iets minder stormachtigheid.

Waarheidsserum en nederlaag

Dat voor de kleine kring. Nu de iets grotere wereld.

Voor Charles Michel wens ik een miraculeuze aangroei van zijn al niet geringe diplomatieke talent. Hij zal het nodig hebben.

Voor Johan van Overtveldt wens ik dat hij per ongeluk waarheidsserum in zijn koffie gegoten krijgt en dat hij dan op de markten en pleinen van het schone Vlaanderen met luider stemme den volke gaat verkondigen welke even grote als sordide belangen hij werkelijk probeert te verdedigen, ten koste van het algemeen welzijn.

De burgemeester van Antwerpen wens ik een krakende verkiezingsnederlaag toe. Hm, deze wens lijkt me volslagen onrealistisch.

‘De burgemeester van Antwerpen wens ik een krakende verkiezingsnederlaag toe. Hm, deze wens lijkt me volslagen onrealistisch.’

Theo Francken –ik moet bekennen, de kerel heeft me diep teleurgesteld. Op zijn schouders rust een aartsmoeilijke, correctie, een onmogelijke taak. Tot niet zo heel lang geleden vond ik dat hij die, laten we zeggen, niet al te slecht volbracht. Bovendien werd hij van alle kanten gehaat. Voor links was hij van meet af aan een fascistoïde demon.

Voor rechts was hij een slapjanus die Mohammed en alleman zomaar het land binnenliet. Aan de rechterzijde waren er die zich afvroegen wanneer hij lid zou worden van de groenen of de roden. Werkelijk, ik verzin niks. Bovendien heeft hij helemaal de kop van een verharde Duitse skinhead. In Brussel zeggen ze: e smool vui aren op te kloesje, of, nog beter, vui aazere poetrels op recht te kloppe, een smoel dus om ijzeren balken op recht te kloppen. Maar dat laatste is geen politiek argument natuurlijk, het is zelfs helemaal geen argument.

Nee, Francken, ik was echt bereid hem te respecteren. Daartoe ben ik niet meer bereid. Hij is a. onbeschoft, tot daar nog aan toe, maar b. hij liegt alsof het gedrukt staat. Op kosten van ons, maar vooral op kosten van sloebers die een wreed land zijn ontvlucht. Vroeger zou ik hem de kramp in zijn vingers hebben gewenst telkens als hij wil twitteren of twieten of hoe het ook heet, dat zou trouwens goed zijn voor zijn opvoeding. Maar dat is beuzelarij.

Ik wens hem helemaal niets.

Dat ze het schaffen

Nu de grote wereld.

Voor alle sociaal-democraten in Europa en elders wens ik dat ze erin slagen zich los te wrikken uit de neoliberale kramp die hen nu al een jaar of dertig in de greep houdt. Zij moeten opnieuw de radicale voorvechters worden van de sociale zekerheid, dat grootse sluitstuk van onze beschaving, die noodzakelijke dam tegen gebrek.

‘De sociaal-democraten moeten heel erg dringend de kleine mensen terugvinden, anders lopen de Wildersen en Le Pens van ons continent ermee weg.’

Zij moeten heel erg dringend de kleine mensen terugvinden, anders lopen de Wildersen en Le Pens van ons continent ermee weg.

In dat verband nog iets Duits, uiteraard.

Ik wens de Duitse armoelijers dat het mensonterende Hartz IV systeem en alles wat er omheen hangt op de schroothoop wordt gegooid.

En ik wens mevrouw Merkel dat ze het ook deze keer schafft.

Nog iets, niet Duits: ik wens alle bange, armzalige, gepijnigde vluchtelingen dat ze het schaffen, het best in hun eigen land, bij hun eigen mensen. En anders, in Europa verdorie. In héél Europa.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.