In gesprek met Onze Man in Teheran

Iran-correspondent Thomas Erdbrink: ‘Iran heeft evolutie nodig, geen revolutie’

© Robbe Vandegehuchte- De La Porte

Thomas Erdbrink

De Islamitische Republiek van Iran staat op een keerpunt. Sinds er begin dit jaar protesten uitbraken in 80 verschillende steden is het nauwelijks rustig geweest. De groeiende ontevredenheid over de zwakke economie, corruptie en watertekort voeden stakingen en demonstraties die vaak gewelddadig zijn en soms een dodelijke afloop hebben.

Daarnaast durven sommige Iraniërs ook steeds meer tonen dat ze de strikte geloofsregels beu zijn. Vrouwen durven al eens de straat opgaan zonder de nochtans absoluut verplichte hoofddoek. Er is zelfs een hele beweging van dames die op openbare plaatsen hun hijab afnemen, hem op het uiteinde van een stok binden en er ostentatief mee zwaaien, als ware het hun eigen revolutionaire vlag. Zulke daden van civiele ongehoorzaamheid, waarmee ze zware gevangenisstraffen riskeren én krijgen, worden dan gefilmd en gedeeld op sociale media, om anderen te inspireren.

Zaken die allemaal al aan de gang waren nog voor Donald Trump anderhalve maand geleden, op 6 augustus, het land opnieuw zware economische sancties oplegde. Dat was een rechtstreeks gevolg van zijn terugtrekking uit het nucleair akkoord met Iran. Binnen nog eens 45 dagen, op vier november, volgt een tweede reeks sancties. Die viseren Irans voornaamste inkomstenbron: de olie-export. De eerste reeks strafmaatregelen heeft de Iraanse samenleving veel pijn gedaan, de tweede ronde dreigt nog destructiever te worden.

Tussen de twee sanctiereeksen door peilen we welk effect die sancties hebben op een al getroebleerde bevolking. En kan het Iraans regime die buitenlandse druk aan terwijl het een binnenlandse legitimiteitscrisis doormaakt?

Thomas Erdbrink is de vaste correspondent van The New York Times in Iran en woont en werkt al zeventien jaar in het land. Met zijn gevierde docureeks ‘Onze Man in Teheran’ lichtte hij een tipje op van de mysterieuze sluier die om het land hangt.

Als we afspreken op een zonnige dag in het mooie Leiden blijkt dat het jolige typetje van de reeks helemaal geen typetje is. In het echte leven is hij even laconiek en aardig, maar als we over Iran praten wordt zijn autoriteit duidelijk. Nadien mijmeren we over een zekere je-ne-sais-quoi die de Perzische samenleving bezit, dan blijkt zijn passie: ‘Iran is als een ouwe familie, die van generatie op generatie cultuur aan elkaar doorgeeft. Het is ook een héél oud land. En ik denk dat het daarom een soort van ziel heeft, of authenticiteit. Een heleboel westerlingen die er komen worden erdoor geraakt.’

Sinds de massale betogingen afgelopen december en januari in Iran zijn er doorheen het jaar allerlei lokale stakingen en protesten voorgekomen. De repressie is nochtans als vanouds hard — tijdens de protesten in januari vielen er 25 doden en belandden 4.000 Iraniërs in de gevangenis. Het lijkt alsof de Iraanse bevolking zich meer gesterkt voelt om haar groeiende ontevredenheid te tonen. Hoe komt dat?

Thomas Erdbrink: De invloed van satelliettelevisie en sociale media leerde de Iraniërs om minder bang te zijn om hun mening te tonen. Er is toegang tot alternatief nieuws: op internet, maar ook via een 150-tal satellietkanalen uit het buitenland die uitzenden in Iran. Die kan je met een illegale maar wijdverspreide satellietschotel makkelijk ontvangen.

Op veel manieren wordt getracht om invloed uit te oefenen op de Iraniërs om de straat op te gaan, via die kanalen bijvoorbeeld. Het is niet per se altijd waar wat die buitenlandse media verkondigen, net zoals de staatstelevisie niet altijd betrouwbaar is. Maar ook intern speelt het hele spel tussen conservatieve hardliners en hervormers. Soms is het in het belang van één partij als er onrust is, zodat ze de andere partij kan beschuldigen van zwak leiderschap of corruptie.

‘We mogen de protestbeweging ook niet overschatten. Iran heeft 80 miljoen inwoners, terwijl in die 80 steden, maar een paar honderd mensen op straat kwam’

Een deel van de oorzaak van de onlusten in het begin van het jaar was het feit dat de hervormingsgezinde president Rouhani de begroting had gepubliceerd, iets wat normaal niet gebeurt in Iran. De publicatie maakte duidelijk dat heel veel geld naar geestelijke instellingen ging en dat tegelijk de benzineprijs zou verhogen. Zo wou Rouhani aantonen dat zijn handen gebonden zijn om iets te doen aan de economische problemen. Het was zeker niet zijn bedoeling om de protesten te triggeren, maar je ziet dat mensen op allerlei manieren demonstranten proberen te manipuleren.

Die protesten moeten in perspectief worden gezet. Die vonden plaats in tachtig steden. Ook de voorbije maanden waren er onlusten en stakingen, maar het ging in al die steden om niet meer dan een paar honderd mensen. Dat is weinig als je weet dat Iran een land is met tachtig miljoen inwoners. Het wordt natuurlijk uitvergroot door die filmpjes op sociale media, maar we mogen op basis daarvan de grootte van de beweging niet overschatten. Tegelijk: dat de onvrede heel groot is, is duidelijk.

Sancties en spierballentaal

Wat is de grondreden voor die onvrede?

Thomas Erdbrink: De belangrijkste reden voor al die protesten is het feit dat de Iraniërs steeds minder geld in hun zakken hebben. In Teheran waren afgelopen jaar nauwelijks onlusten, omdat dat nog steeds een economisch baken is. In de provinciale stadjes is de werkloosheid groter en het toekomstperspectief lager. Daar is de woede groot.

Het instorten van de economie is een proces dat al een tijd gaande is. Het Iraanse leiderschap is natuurlijk een zeer ideologische instelling. Dat zie je op de manier waarop de bevolking behandeld wordt, maar ook op de manier waarop de economie beheerd wordt. Zelfs toen de nucleaire deal van kracht was koos Iran ervoor om geen relaties te hebben met de Verenigde Staten. Dat heeft natuurlijk invloed op het Iraanse economisch beleid.

Daarnaast liet Obama zelfs onder de nucleaire deal niet toe dat Iran volledige toegang kreeg tot het internationale bankensysteem. Daarmee creëerde hij vanaf dag één bewust onzekerheid bij investeerders.

De voorbije twaalf maanden verloor de Iraanse rial twee derde van zijn waarde tegenover de Amerikaanse dollar. Dat is gigantisch. Ging ik vorig jaar lekker eten, kostte mij dat het equivalent van 17,5 dollar in rial. Die prijs in rial bleef hetzelfde, maar de restaurateur verdient nog maar 5,5 dollar.

Door die geldontwaarding daalden een heleboel prijzen en kwamen een heleboel fabrieken in de problemen. De prijzen van importproducten bleven stijgen, die moeilijk grondstoffen en machinerie konden aankopen. Sommige importeurs, onder meer in auto’s en elektronica, weigeren gewoon om te verkopen tot de stabiliteit op de valutamarkt is hersteld. Dat leidt onherroepelijk tot ontslagen en grote werkloosheid. En het was allemaal al aan de gang voor Trump zich terugtrok uit de nucleaire deal.

‘Wat Iraniërs van het leven willen, is veranderd, en dan wordt het moeilijk om bepaalde regels te respecteren’

De ideale Iraniër is volgens het leiderschap een sobere revolutionair die niet veel nodig heeft en bereid is zich op te offeren voor de islam en het land. In realiteit kwamen burgers de afgelopen twintig jaar in aanraking met goedkoop reizen. Iraniërs reizen net zo makkelijk naar Turkije als wij. Iedereen is verbonden met het internet en de satelliettelevisie. Het onderwijs veranderde, waardoor velen, en vooral meer vrouwen, hoogopgeleid zijn. Wat Iraniërs van het leven willen, is veranderd, en dan wordt het moeilijk om bepaalde regels te respecteren. Dat zie je aan de hoofddoekprotesten.

De economische neergang was misschien al ingezet, maar zes augustus heeft de VS Iran desalniettemin opnieuw zware sancties opgelegd. Welke impact hebben die strafmaatregelen op de gewone Iraniër?

Thomas Erdbrink: De sancties werken als kerosine op een waakvlam om de slechte economie nog erger te maken. De volgende reeks die op vier november van kracht gaat, zal Irans voornaamste inkomstenbron fnuiken: buitenlandse valuta die het land binnenkomen door de verkoop van olie. De sancties gaan er waarschijnlijk voor zorgen dat landen zoals Japan, Zuid-Korea, India en misschien Europa volledig stoppen met het kopen van Iraanse olie.

Als je als land weinig of geen buitenlandse valuta hebt, kan je moeilijk buitenlandse producten kopen. Dan kan je geen grote bouwprojecten starten of medicijnen kopen. Dat merkt de gewone Iraniër niet direct, maar wel indirect. Met nog minder buitenlandse valuta die het land binnenkomen, kan de koers van de rial maar één richting uit: zuidwaarts.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Natuurlijk hebben de sancties als doel de Iraniërs boos te maken en de straat op te krijgen, zodat ze hun leiders omverwerpen.

Hoe bereidt Iran zich voor op een manoeuvre dat hun voornaamste inkomstenbron zal droogleggen?

Thomas Erdbrink: Voorlopig stopt Iran met het importeren van alles wat niet meer nodig is. Duizenden producten mogen niet meer worden ingevoerd. Dat gaat heel ver: binnenkort zal je geen Vespa meer kunnen kopen of geen Red Bull meer kunnen drinken in Iran. Zo hoopt Iran buitenlandse valuta op te sparen.

Maar de vraag is: heeft de Iraanse staat wel überhaupt geld? De Iraanse regering hield haar eigen munteenheid kunstmatig laag. Ik dacht dat ze na de eerste reeks sancties een vloedgolf van dollars op de markt zou gooien om zo de prijs van de dollar naar beneden te halen tegenover de rial. Zo zouden Iraniërs de indruk krijgen dat de sancties weinig effect hebben. Dat gebeurde niet, waardoor analisten denken dat de Iraanse regering minder geld heeft dan ze beweren.

De Europese Unie, Rusland en China staan nog steeds achter het Internationaal Atoomakkoord. Dat constateert bij elke controle dat Iran zijn verplichtingen naleeft. Toch trekken veel Europese bedrijven weg uit Iran door de Amerikaanse sancties of uit angst om hun Amerikaanse afzetmarkt te verliezen. Voelt Iran zich in de steek gelaten door Europa?

Thomas Erdbrink: China is Irans belangrijkste handelspartner. In dat opzicht kijkt Iran met blij gemoed naar de escalerende handelsoorlog tussen China en de VS. De Chinezen trokken zich in het verleden nooit veel aan van de Amerikaanse sancties. De Iraanse regering denkt daarom dat het in ieder geval nog olie zal kunnen verkopen aan China.

Van Europa verwacht het land vooral dat het een sterkere politieke stelling inneemt tegen de VS. Iran weet wel dat Duitsland Volkswagen niet gaat beboeten omdat ze hun Iraanse activiteiten opschorten. Maar de Amerikaanse sancties zijn een belangrijke test voor de relatie tussen de VS en Europa.

‘Avonturen van de VS in het Midden-Oosten zorgden altijd voor problemen die in Europa terechtkwamen. Uit eigenbelang zou Europa dus veel harder tegen Trumps manoeuvres moeten ingaan’

De avonturen van de VS in het Midden-Oosten zorgden altijd voor problemen die in Europa terechtkwamen, zij het in de vorm van vluchtelingen, onveiligheid of economische problemen. Nu zal dat ook weer zo zijn. Uiteindelijk trokken de Amerikanen zich terug om regime change te bekomen in Iran. De EU houdt vast aan de deal omdat ze dat niet willen. De Unie is terecht bang van instabiliteit in een land dat vier keer de omvang van Syrië heeft. Een burgeroorlog zou opnieuw een enorme vluchtelingenstroom richting Europees continent op gang brengen. Uit eigenbelang zou Europa dus veel harder tegen Trumps manoeuvres moeten ingaan. Maar dat doet het niet.

Rouhani dreigde dat hij de straat van Hormuz zou sluiten als de oliesancties in november van kracht gaan. Dat zou een de facto oorlogsverklaring zijn aan de Verenigde Staten. Is een escalatie van het conflict mogelijk?

Thomas Erdbrink: Het is spierballentaal, net als Irans dreigement om zich zelf terug te trekken uit de deal. Bij een Amerikaanse interventie, waar de Amerikaanse bondgenoten, met name Saoedi-Arabië, heel happig op zijn, maken de Iraanse troepen toch geen kans. Zeker in de Perzische golf. Iran zou het tapijt onder de eigen voeten wegtrekken door uit de nucleaire deal te stappen. De deal is het enige dat het land nog internationale credibiliteit en legitimiteit geeft, en op dit moment heeft Iran de hele wereld aan de zijde. Zo’n actie verwacht ik dus in de negentigste minuut, niet als een tactische zet om onderhandelingen op gang te krijgen.

Evolutie in plaats van revolutie

Komt Trump door protesten aan te wakkeren dichterbij zijn impliciete doel van regime change?

Thomas Erdbrink: Er zijn twee stromingen in de Amerikaanse regering. Er zijn de Iran-haviken, met minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo en VN-vertegenwoordiger John Bolton. Zij willen het Iraans leiderschap omver geworpen zien, no matter what. Trump zit op een iets andere lijn. Hij wil een overwinning, een snelle oplossing. Dat kan een soort ‘photo opportunity’ zijn, zoals zijn ‘topoverleg’ met Kim Jong-Un.

© Robbe Vandegehuchte- De La Porte

Thomas Erdbrink

Ironisch genoeg is dat een gouden kans voor Iran, door het akkoord opnieuw te onderhandelen en Trump zo zijn gloriemoment te gunnen. Trump is een dealmaker die de tegenpartij daarbij ook iets gunt. Of de Iraniërs dat ideologisch aankunnen is een andere vraag.

Ik denk niet dat dit soort protesten uiteindelijk veel verandering gaan brengen. Je ziet dat een opwelling van protest na vijf dagen uitdooft. Meestal begint het met woede, als de schoenlappers van de bazaar weer eens geen schoenzolen kunnen verkrijgen en daarna de straat op gaan. Of er ontstaat woede in Masjet al Suleiman omdat het water op is. Maar zonder visie of organisatie achter die protesten houden ze dus snel op.

De autoriteiten zijn goed geworden in het onderdrukken van zo’n protesten. Er volgt een arrestatiegolf van de leiders, de demonstranten worden hard aangepakt om de straatacties in te perken en onderlinge communicatiemiddelen zoals Telegram en sms worden aan banden gelegd. Dat maakt het moeilijk om een organisatiestructuur te bepalen.

‘Ondanks alles is Iran een stabiel land waar de straatlichten werken en verzekeringen worden uitgekeerd. Daarom zullen mensen niet massaal de straat opgaan’

Feit is ook dat Iran een middenklassemaatschappij is, waar mensen bang zijn om uit handen te geven wat ze met moeite bij elkaar sprokkelden. Ondanks alles is Iran een stabiel land waar de straatlichten werken en verzekeringen worden uitgekeerd. Daarom zullen mensen niet massaal de straat opgaan, behalve in het geval van een duidelijke agenda, met een duidelijk leiderschap en een duidelijk doel.

De verplichte hoofddoek, toch een symbool van de Islamitische Revolutie, staat onder druk met campagnes als de White Wednesdays en My Stealthy Freedom. In Teheran laten vrouwen de hoofddoek vaak ‘per ongeluk’ vallen of dragen hem in de nek. Andere vrouwen laten zich filmen (en arresteren) terwijl ze met hun hijab op een stok staan te zwaaien. Vice-president Masoumeh Ebtekar, één van de voornaamste vrouwelijke politici is bereid om het debat te openen over de verplichte hoofddoek. President Rouhani bracht een studie naar buiten waaruit bleek dat de helft van de Iraniërs een opheffing van de verplichting wil, maar het echte cijfer ligt waarschijnlijk hoger.

Is het mogelijk dat de vrouwen binnenkort ongesluierd de deur uit kunnen?

Thomas Erdbrink: Dat denk ik niet. Het systeem is zo ingegraven dat een compromis als een zwakte zou worden gezien. Dat kan de overheid zich niet permitteren nu de legitimiteit van het systeem al op een dieptepunt zit. Maar goed, over het atoomakkoord riepen ook veel mensen dat het onmogelijk was…. In Iran is het moeilijk om naar de toekomst te kijken.

De Groene Beweging — massale protesten in 2009 wegens vermoedelijke verkiezingsfraude bij de herverkiezing van de vorige president Ahmadinejad — haalde ook weinig uit. Na negen maanden, tienduizenden arrestaties en 110 doden bleef Ahmadinejad gewoon aan. Na de studentenprotesten uit 1999 werden wetten aangenomen die het autoritair karakter van de Islamitische Republiek nog versterkten. Is protesteren in Iran zo zinloos als de feiten doen vermoeden? Of hebben die evenementen op één of andere manier impliciet voor verandering gezorgd?

Thomas Erdbrink: Toen ik in 2001 als journalist naar het land kwam, heerste een zogenaamde ‘Iraanse Lente’. President Khatami kwam aan de macht, en zou hervormingen doorvoeren. De jongeren kwamen massaal op straat en ik dacht dat ik een nieuwe Iraanse Revolutie ging meemaken. Dat gebeurde niet.

‘Tijdens de Iraanse Lente in 2001 kwam ik als journalist aan in Iran. Vandaag, zeventien jaar later, merk ik dat er wél een revolutie in de maatschappij plaatsvond, alleen hebben we het niet gemerkt’

Vandaag, zeventien jaar later, merk ik dat die revolutie in de maatschappij wél plaatsvond, alleen hebben we het niet gemerkt. De mensen zijn kritischer op hun leiders en omgeving. Het individu is belangrijker geworden. Mensen zijn milieubewuster geworden. Reizen, internet, hoger onderwijs zijn zaken die vroeger niet toegankelijk waren.

Wij kijken altijd naar ijkmomenten zoals De Groene Beweging of grote opstanden alsof de omwenteling op dat moment moet komen. Maar zoals ik de Iraniërs ken, proberen zij hun vrijheid stap voor stap te bevechten.

Naar buiten toe is de staat héél hard, maar intern moet ze veel tolereren. In principe was drugssmokkel tot voor kort strafbaar met de dood. Toch zijn er vele methadonprogramma’s in de gevangenis. Je hebt huwelijkssalons in Iran, sommigen zo groot als een voetbalveld. Daar kan je trouwen terwijl allerlei wetten worden gebroken: alcoholconsumptie, mannen en vrouwen die met elkaar dansen, westerse muziek, vrouwen zonder hoofddoek. Zo zijn er honderden en iedereen weet ervan. Het wordt gedoogd, net als coffeeshops in Nederland 20 jaar geleden.

Een modeontwerpster legde me uit hoe kledingstijlen veranderden. Toen ik er pas woonde moest iedereen een dichte mantel dragen, nu lijkt de stoep in Teheran wel een catwalk. Hetzelfde met hippe koffiebars in Iran. Die waren klein en donker en zagen er clandestien uit. Zo kon je er stiekem met je liefje heen. Vandaag zijn die groot met open ramen en verschillende verdiepingen. Jongens en meisjes zitten er samen mokka te slurpen. Je kan er zelfs je ouders meenemen.

© Robbe Vandegehuchte- De La Porte

Qom, Iran

Het zijn enkele van de vele voorbeelden van hoe Iraniërs de staat tot verandering dwongen. Het is geen revolutie, maar een evolutie. Het zit in de hoofden van de mensen dat het normaal is om te dansen op een huwelijk, dat kan niet meer teruggedraaid worden.

Wat zal de nalatenschap zijn van president Rouhani?

Thomas Erdbrink: Hem wacht hetzelfde lot als alle Iraanse presidenten, dat van slachtofferfunctie. Ze hebben niet alle macht, maar zijn wel verantwoordelijk voor alles wat mis gaat. De economie is slecht, maar alleen omdat hij slechte beslissingen neemt. Hij bracht Iran snel internet, een belangrijke verwezenlijking. Voor hij aan de macht kwam was mobiel internet ondenkbaar, nu zit iedereen op Instagram. Het had een groot effect op de geesten.

En hij haalde Iran uit zijn isolement. Dat de nucleaire deal nu op apegapen ligt, is de fout van de VS, laat dat duidelijk zijn.

Iran laat presidentsverkiezingen toe, zelfs de Opperste Leider heeft niet alle macht. Er werden stadions opengezet voor officiële betogingen. Kan je Iran democratisch noemen?

Thomas Erdbrink: Een beetje. Ayatollah Khamenei zit best in een lastig parket. Het zou makkelijker zijn als hij een dictator was, maar hij moet met veel belangengroepen rekening houden: de regering, de Revolutionaire Garde, het volk, het leger… Daarom moet hij eerder een politiek strateeg zijn dan een dictator. Iraniërs hebben binnen hun systeem wel keuzes, maar hebben niet de keuze voor een ander systeem.

Journalistiek in Iran

In je stukken voor The New York Times ben je soms best kritisch voor de Iraanse autoriteiten: een Iraanse milieuactivist en professor die werd opgepakt op verdenking van spionage. Toen zijn vrouw hem wilde bezoeken, werd ze eerst twee uur lang ondervraagd. Daarna werd haar verteld dat hij dood was. Waarom tolereren ze dat van jou?

Thomas Erdbrink: Dat wordt niet altijd getolereerd. Ik had mijn eerste rechtszaak in maart. Die was vrij uitgebreid, maar ik ben vrijgepleit. Ik ben ook een tijdje mijn perskaart kwijtgeraakt.

Acht je een scenario zoals wat er met je vriend en collega Jason Rezaian gebeurde (een Iraans-Amerikaans journalist die 18 maanden in de cel zat op verdenking van spionage, red.) mogelijk?

Thomas Erdbrink: In Iran is alles mogelijk, zeker als de druk op het land wordt opgevoerd. Een gevolg van die sancties is dat hardliners een vrijere hand krijgen om te experimenteren. Ik hoop dat ik onderhand bekend genoeg ben in Europa en Amerika zodat daar hoge kosten aan verbonden zijn.

Vandaag wil Iran niet van Europa vervreemden, wat zeker gebeurt als ze me arresteren. Binnen een maand willen ze misschien wat hefboomwerking over Europa, en dan lijkt het misschien wel een goed idee.

Ik leef al 17 jaar met die gedachte. Gelukkig heb ik een heel kort geheugen, en ben ik heel laconiek, dat scheelt. Ik hou van Iran en van de mensen. Dat ik de kans heb om hun leven te beschrijven, heeft iedere dag een prijs. Een prijs van stress en soms van angst, maar dat geeft je wel het gevoel dat het ertoe doet, waarmee je bezig bent.

Laatste vraag: Iran staat op een kantelpunt. Waarover hoop jij het te hebben in de volgende reeks van Onze Man in Teheran?

Thomas Erdbrink: Ik hoop dat ik binnen een aantal jaar kan tonen dat de Iraniërs hun leven kunnen inrichten zoals ze dat zelf willen. Ik hoop dat ze niet meer zo’n speelbal zijn, die leiders uit binnen- en buitenland gezellig in het rond gooien uit eigenbelang. Ik hoop dat ik het kan hebben over het feit dat de Iraniërs eindelijk een toekomst hebben.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift