Fair trade tegen misbruik en bedrog

Carpet of Life dient misbruiken in Marokkaanse tapijtensector van antwoord

© Sarah Van Looy

Weven in huis weefster Zohra Bahini in oasedorp Zawia

In het Atlasgebergte en de Sahara verknippen en verweven Marokkaanse tapijtenweefsters hun oude kledij tot nieuwe, voor hen vooral functionele tapijten. Lang was deze ambacht verborgen voor de buitenwereld, maar sinds een aantal jaar winnen deze zogenaamde Boucharouite tapijten aan populariteit.

Ze hebben vaak een opvallend design en worden daarom gretig opgekocht om door te verkopen in de grote Marokkaanse steden. Sommige tapijten belanden zelfs in internationale kunstgalerijen, van New York tot Parijs, of worden tentoongesteld in het Musée Boucharouite, in hartje Marrakech.

‘Aangezien de tapijten niet geweven worden van nieuwe grondstoffen maar van oude kledij, vertelt elk tapijt een heel bijzonder verhaal’, vertelt Patrick de Maillard, de Franse curator van dat museum.

Winters weven

De Maillard schaft de tapijten aan via de klassieke weg: hij maakt gebruik van een opkoper, die meermaals per jaar afreist naar het Atlasgebergte.

‘Wol kunnen de Berberse vrouwen amper betalen, die grondstof is duur. Dus gebruiken de vrouwen hun eigen, afgedragen kledij’

‘In de Atlas bezoekt mijn opkoper verschillende kleine dorpen en bekijkt hij welke tapijten de vrouwen er geweven hebben’, getuigt de museumcurator. ‘De mooiste neemt hij mee naar Marrakech.’

‘Wol kunnen de Berberse vrouwen amper betalen, die grondstof is duur. Dus gebruiken de vrouwen hun eigen, afgedragen kledij. Ze recycleren wat ze dragen en maken daar tapijten van.’

‘Als ze een van die tapijten kunnen verkopen, zijn ze daar erg blij om. De vrouwen maken de tapijten vooral in de winter, als ze niet naar buiten kunnen vanwege de koude. Eigenlijk hebben ze niets beters te doen in dat seizoen. In die maanden maken ze twee tot vier tapijten.’

Middelman

De Maillard lijkt de tapijtenhandel voor te stellen als een lucratieve vrijetijdsbesteding. Volgens antropologe Susan Schaeffer Davis, die doctoraatsonderzoek gedaan heeft naar Marokkaanse vrouwen en sinds 2001 ook zelf tapijten opkoopt, is er veel meer aan de hand.

‘Malafide opkopers die naar Marokkaanse dorpen gaan, boeken winst op de kap van de tapijtenweefsters’

‘Malafide opkopers die naar dorpen in het Atlasgebergte en aan het begin van de Sahara gaan, boeken winst op de kap van de tapijtenweefsters. Zij zijn de zogenaamde middle men, tussenpersonen die de tapijten in de grote steden kunnen verkopen voor soms wel zestien keer de oorsprokelijke prijs.’

‘De meeste vrouwen in de Atlas en de Sahara zijn ongeletterd’, schetst de doctoranda de context. ‘Zij komen moeilijk in aanraking met de buitenwereld en hangen af van zo’n tussenpersonen voor de verkoop van hun werk.’

© Sarah Van Looy

Weven in huis weefster Zohra Bahini in oasedorp Zawia

Coöperatieve oplichters

‘Soms verenigen vrouwen zich in coöperatieven, om een betere prijs te eisen’, vertelt Davis. Maar ook daar treedt volgens haar veel misbruik op.

‘Iedere shop mag dan zeggen dat ze een coöperatieve zijn, geen enkele zal je kunnen vertellen hoe dat juist in zijn werk gaat’

‘Overal in grote en kleine steden vind je shops die beweren dat zij enkel producten van dat soort coöperatieven verkopen’, aldus Davis. ‘Dat moet je met een serieuze korrel zout nemen. De meeste van die winkels zijn een toeristenval.

Je moet als toerist maar eens vragen naar de werking van de coöperatieve. Iedere shop mag dan zeggen dat ze een coöperatieve zijn, geen enkele zal je kunnen vertellen hoe dat juist in zijn werk gaat.’

Volgens de academica zit er veel potentieel in de Marokkaanse tapijtensector. ‘Bijna elke vrouw in de Atlas en de Sahara kan tapijten weven. Die vaardigheden worden doorgegeven van moeder op dochter. Vaak is zo’n weefproces bovendien heel creatief. Het is heel jammer dat die vrouwen niet meer toegang hebben tot de markt.’

Geweven herinneringen

Dat beaamt Hester Ezra, oprichtster van de Nederlandse stichting Butterfly Works en intussen zelfstandig designer en onderneemster. Ook Ezra reisde meermaals naar Marokko, naar het oasedorp M’Hamid El Ghizlane aan de rand van de Sahara.

‘Boucharouite tapijten, gemaakt van oud textiel, waren voor mij het ideale designproduct om in de markt te zetten’

‘Met Butterfly Works was ik uitgenodigd om economische meerwaarde te helpen creëren van de lokale ambachten’, licht Ezra toe. ‘Vol bewondering merkte ik dat de hele gemeenschap hier tapijten kan weven.’

‘Boucharouite tapijten, gemaakt van oud textiel, waren voor mij het ideale designproduct om in de markt te zetten’, zegt Ezra. ‘In het westen hebben we een overschot aan kledij, kleren waar we vaak heel mooie herinneringen aan hebben. In Marokko kunnen ze die kledij verweven tot een tapijt.’

© Sarah Van Looy

Begin Boucharouite tapijt geweven in huis weefster Zohra Bahini in oasedorp Zawia

Fair trade

Dat concept werd in 2012 Carpet of Life gedoopt. De sociale onderneming, die werkgelegenheid biedt voor zestig vrouwen, gaat te werk volgens de principes van fair trade en wil een tegengewicht vormen voor de hoge winstmarges van de middle men. Op vijf jaar tijd heeft Carpet of Life 38.500 euro rechtstreeks aan de vrouwen uitbetaald.

Intussen is de onderneming overgedragen aan Hendrikje en Marion Meyvis, twee ondernemende zussen uit Gent. Zij leggen uit wat Carpet of Life fair maakt.

‘De prijzen die wij betalen voor een tapijt zijn gebaseerd op de verkoopprijs die zo’n middle man vraagt in de grote steden. Voor een Carpet of Life-tapijt betalen we het dubbele van die prijs’, zegt Marion Meyvis.

‘Om zeker te zijn dat het allemaal eerlijk gebeurt, werken we samen met een lokale partner, die instaat voor het transport en vier lokale projectleidsters die de productie overzien’

‘Misschien zou je, vanuit een Europees standpunt, kunnen zeggen dat dit nog altijd niet bijster veel is’, geeft ze toe. ‘Maar we willen ook niet dat het project ontwrichtend zou werken in de maatschappij. Mochten we de weefsters, allemaal vrouwen, het dubbele laten verdienen dan mannen, zou dat veel spanning veroorzaken en dan doet zo’n project meer kwaad dan goed.’

‘Een label van Fairtrade International hebben we niet’, zegt Hendrikje Meyvis. ‘Dat soort certificaten zijn heel erg duur voor kleine projecten zoals het onze. Om zeker te zijn dat het allemaal eerlijk gebeurt, werken we samen met een lokale partner, die instaat voor het transport en daarvoor betaald wordt, en vier lokale projectleidsters, die de productie overzien.’

‘De projectleidsters betalen we een vast maandloon uit, ook in de maanden waarin de productie stil ligt. We bezoeken hen minstens twee keer per jaar en houden contact via sociale media. Via hun berichten en foto’s houden wij op onze beurt onze klanten op de hoogte over hoever de productie of het transport van hun tapijten al staat. Op die manier kunnen we ook zonder label transparant zijn.’

Familie

In het weefatelier in M’Hamid El Ghizlane werken de vier projectleidsters: Meryem Radouani, Zarha Bounjab, Nahza El Khelil en Zeyneb El Khalil.

‘We gebruiken het loon om onze familie te ondersteunen’, zegt Zeyneb El Khalil (33), een van de eerste projectleidsters. ‘We kopen eten of medicatie. Als mijn dochtertje ziek is, kan ik naar de dokter. Dat kan dankzij dit project. Andere vrouwen blijven noodgedwongen thuis. Carpet of Life biedt kansen.’

‘Ik krijg een vast loon, daar ben ik blij om. Maar overleven blijft moeilijk. Voor heel mijn gezin zorgen is niet evident’

‘Ik kies voor Carpet of Life omdat het project veel vrouwen helpt, niet enkel mij’, zegt Nahza El Khalil (26), de zus van Zeyneb. ‘Zelf geef ik mijn loon meteen af aan mijn ouders, zodat zij eten, medicatie en elektriciteit kunnen betalen.’ In tegenstelling tot haar zus, die getrouwd is, woont Nahza nog thuis en staat ze mee in voor de inkomsten voor het hele gezin.

Zarha Bounjab (35) zit in eenzelfde situatie. ‘Ik ben de enige die werkt in mijn gezin. We zijn met zeven thuis. Mijn vader is gestorven, mijn broer werkt niet. Ik zorg voor hem, mijn zussen en mijn mama. Ik krijg een vast loon, daar ben ik blij om. Maar overleven blijft moeilijk. Voor heel mijn gezin zorgen is niet evident.’

‘Mochten wij in België één inkomen hebben voor zeven mensen, zouden we ook niet toekomen’, zeggen de zussen achteraf. ‘Wij zijn er ons bewust van dat Zarha en haar gezinsleden niet makkelijk rondkomen. De zus van Zarha was eerder projectleidster, maar zij is inmiddels getrouwd en verhuisd. Toen we iemand zochten om haar te vervangen, wisten we dat we dat gezin wilden blijven ondersteunen.’

© Sarah Van Looy

Overleg in weefatelier in oasedorp M’Hamid El Ghizlane tussen Hendrikje en Marion Meyvis en de projectleidsters

Geen overschot

‘Ik voel me gelukkig dat ik kan werken voor Carpet of Life’, vervolgt Zarha. ‘Mijn familie en ik houden ervan om de tapijten te helpen maken.’

‘We zijn blij dat we met gerecycleerde kledij en textieloverschotten uit België aan de slag kunnen, zoveel kleren op overschot hebben we niet’

Meryem Radouani (29) beaamt dat. ‘Daarom zijn we blij dat we met gerecycleerde kledij en textieloverschotten uit België aan de slag kunnen. Anders was onze traditie misschien al uitgestorven. Zoveel kleren op overschot hebben we niet.’

‘Het project toont ook aan dat onze ambacht gewaardeerd wordt’, zegt Nahza.

‘Dat was voor ons heel belangrijk, om te kunnen werken vanuit het talent dat hier anders verloren zou gaan’, verklaart Hendrikje Meyvis. ‘We willen geen top-down project zijn dat textielarbeidsters iets oplegt om te maken. Liever hun eigen culturele erfgoed dan westerse producten zoals sneakers. Wij vertrekken vanuit wat de weefsters kunnen, vanuit hun ambacht.’

Verborgen talenten

© Sarah Van Looy

Projectleidsters Meryem, Zarha en Nahza

Die ambacht hebben de vrouwen nochtans lang verborgen gehouden. ‘Vroeger staken de vrouwen de tapijten het liefst weg. Ze gebruikten ze als slaapmat. De vrouwen wilden zeker niet tonen dat ze de tapijten gemaakt hadden van hun eigen oude textiel’, zegt Hendrikje Meyvis.

‘Zolang de weefsters niet weten hoeveel hun tapijten juist waard zijn, kunnen ze niet onderhandelen voor een betere prijs.’

Nahza en de andere projectleidsters bevestigen dat. ‘We slapen op de tapijten of gebruiken ze als dekens.’ Tapijtenweefster Zohra Bahini (50) uit oasedorp Zawia vult aan: ‘Soms nemen we ze mee in de woestijn.’

‘Traditioneel worden ze gebruikt om op te slapen, maar in M’Hamid worden ze ook gehanteerd om onder de zadels van de ezels te leggen’, verduidelijkt Carpet of Life-oprichtster Hester Ezra.

Volgens haar medeoprichter en lokale partner van het project Ibrahim Sbaai is de heropwaardering van die tapijten van cruciaal belang voor de gemeenschap. ‘Het is heel belangrijk dat de vrouwen weten wat hun producten waard zijn.’

‘Het grootste probleem in de tapijtensector hier in Marokko zijn inderdaad die middle men en de lage prijzen die zij de weefsters betalen’, bevestigt ook Sbaai. ‘Maar zolang de weefsters niet weten hoeveel hun tapijten juist waard zijn, kunnen ze niet onderhandelen voor een betere prijs.’

Kennis is cruciaal

Kennis vergaren is de boodschap, vindt Sbaai. Ook antropologe Susan Davis bracht aan dat de ongeletterdheid van de vrouwen een struikelblok vormt.

‘In de maanden waarin de productie stil ligt en de projectleidsters doorbetaald worden, geven zij alfabetiseringslessen aan de weefsters’

Voor Hendrikje en Marion Meyvis is de opleiding en alfabetisering van de vrouwen daarom een belangrijk aspect van het project.

‘Carpet of Life is fair trade omwille van verschillende redenen’, zegt Marion Meyvis. ‘De verloning is daar maar een deel van. In de maanden waarin de productie stil ligt en de projectleidsters doorbetaald worden, geven zij alfabetiseringslessen aan de weefsters.’

‘Op hun beurt geven we de projectleidsters zelf trainingen rond klantgerichtheid’, zegt Hendrikje Meyvis. ‘Andere trainingen hebben meer te maken met empowerment. Wij ondersteunen de vrouwen om proactiever te zijn in de maatschappij. Door meer vragen te stellen, komen de vrouwen meer op voor hun rechten, zowel binnen hun gemeenschap als daarbuiten.’

© Sarah Van Looy

Projectleidster Meryem Radouani bespreekt het design van een Boucharouite tapijt met Marion Meyvis

Dit artikel kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sarah Vandoorne is freelance journalist, hispanoloog, Latijns-Amerika aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalees.