Hoe legitimeer ik mijn aanwezigheid hier?

Samen – elongo in lingala – in Kinshasa

Straatbeeld Avenue Bokasa – Kabambare in de gemeente Kinshasa Lies Busselen (10/04/2017)

Kinshasa is wijds en onvoorspelbaar. De bevolkingsexplosie van de afgelopen decennia is van ongeziene grote. Met een bevolkingsaantal van meer dan 11 miljoen inwoners (de cijfers zijn uiteenlopend sinds de laatste volkstelling van 1985) en een geschatte groei van 4% per jaar is dit één van de meest snelgroeiende steden op het Afrikaanse continent (Unicef, 2017).   

Om te beginnen stel ik mezelf even voor. Ik ben Lies Busselen, werk als vertegenwoordigster voor G3W in Kinshasa en worstel weleens met mijn aanwezigheid in Kinshasa. De dagelijkse realiteit van Kinshasa wijst me telkens op mijn aanwezigheid.

Bijna iedere Congolees zal mij eraan herinneren dat ik een “mundele” (blanke in Lingala) ben. Ook zal bijna iedereen mij, na een hartelijk begroeten, vragen naar mijn afkomst of nationaliteit. Zodra ik Belg blijk te zijn, krijg ik meestal te horen dat ik als zuster onbetwistbaar noodzakelijk ben. Alsof ik Congolezen er steeds aan herinner dat ze niet in staat zijn om hun eigen toekomst op te bouwen.

Ongetwijfeld roep ik een deel van de koloniale erfenis op en geeft het weer hoezeer het land en zijn inwoners een (historisch verankerd) minderwaardigheidscomplex met zich meedragen.

Ongetwijfeld roep ik een deel van de koloniale erfenis op en geeft het weer hoezeer het land en zijn inwoners een (historisch verankerd) minderwaardigheidscomplex met zich meedragen.

Isidore Nziem Ndaywel verwijst hiervoor naar een “culture d’autoflagélation” (2006) en pleit in zijn laatste werk ‘La saison sèche est pluvieuse’ voor een versterking van de Congolese identiteit en meer waardigheid (2017).

In Kinshasa gebruiken jongeren voor dit minderwaardigheidscomplex een typische Kinois uitdrukking, met name “syncop”. “Syncopatie” verwijst etymologisch naar een muzikaal effect veroorzaakt door een syncoop, een gemiste beat of een naast-de-toon beat (De Boeck, 2017). Het woord “Syncop” in de Kinois slang is een verwijzing naar misplaatste of slecht berekende reacties op de aanwezigheid van blanken.

Iemand die zich “syncop” gedraagt is geïntimideerd door een blanke. Iemand die bestempeld wordt als een “syncop”, wordt gepercipieerd als een persoon die geïntimideerd is of krampachtig vasthoudt aan contact met blanken.

Solidariteit

Enerzijds zie ik Kinois jongeren op verschillende terreinen streven naar onafhankelijke slagkracht en zelfvoorzienigheid, en anderzijds stel ik een krampachtig vastklampen aan de rondwarende ‘mundeles’ in Kin vast. Hoe deze paradox overbruggen is een van de vragen die ik me dagelijks stel.

Congo is aan de Congolezen, besef en verdedig ik. Hoe legitimeer ik mijn aanwezigheid dan?

De onderlinge relaties confronteren iedereen met de culturele en talige gelaagdheid van eenieders identiteit. 

Niet met een “white men burden”-complex, maar wel met een intrinsieke motivatie voor internationale solidariteit.  Zonder in een eindeloos debat over de zin en (on)zin van ontwikkelingssamenwerking te vervallen hoop ik dat de nood aan ondersteuning niet louter financieel kan, hoeft of moet. We zijn allemaal mensen en leven allemaal samen op deze aardbol, nietwaar? Dus samen – elongo – vragen stellen en zoeken naar antwoorden kan, mits een wederkerig begrijpen én een wederkerig aanvaarden van culturele barrières. 

Maar de laatste weken kom ik steeds terug op het belang van het vormgeven van “identiteit”. Omdat het overbruggen van culturele verschillen je terugbrengt tot jezelf tegenover de Andere. De onderlinge relaties confronteren iedereen met de culturele en talige gelaagdheid van eenieders identiteit.

Rationeel bekeken is een goed begrip van die gelaagdheid, een kennis van de culturele lagen nodig om te weten waar je als individu naartoe wil, wie je tenslotte bent. Maar wat als je identiteit flou is? Je jezelf nauwelijks de vraag durft te stellen? Wie ben ik of wie zijn wij? 

Deze dialectische vraag “Qui sommes nous?” collectief durven stellen (overigens geen citaat van mezelf, maar geleend van de Congolese historicus Isidore Ndaywell) is een onderschatte oefening in het vinden van antwoorden voor een toekomst van Congo. Kortom, samen een antwoord vinden op deze vraag helpt me dagelijks terug te komen tot de kern: elongo staan we sterker. 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift